Commissies bestrijden Engelse invloed op de Franse taal; Het anti-anglicisme-front

Madame Faure, chef Taalkundige Regelementen van het Haut Commissariat de la Langue Française: “Het is juist elitair om aan te nemen dat het merendeel van het volk Engels kent. Via de reclame worden mensen geconfronteerd met termen die hun niets zeggen. Wij zijn er alleen maar op uit om de mensen attent te maken op hun eigen taal.”

Het onderkomen van het commissariaat spreekt tot de verbeelding: een crèmekleurig château in de regeringswijk van Parijs, met zes glimmende zwarte Citroëns CX Prestige naast het bordes. De slagboom met "gardien' die men eerst passeren moet, houdt ongewenst bezoek veilig op een afstand. “De Franse wetgeving probeert iets te doen aan de mentaliteit”, vervolgt ze. “Ik zal nooit iemand verbieden om "walkman' te zeggen in plaats van "baladeur', dat houd je toch niet tegen.”

Mevrouw Faure lacht vriendelijk. In de dagelijkse omgang mag dan van alles passabel worden geacht, de wet van 1975 wordt met liefde nageleefd. Deze wet is een uitvloeisel van het initiatief dat generaal De Gaulle en Georges Pompidou namen om het Haut Comité de la Langue Française op te richten. Dit gezelschap kreeg de taak om de gebruikers van de Franse taal te “beschermen tegen een taalgebruik dat mogelijk een duidelijke en nauwkeurige communicatie in de weg staat”. Met het oog dus op de verrijking van het Frans taalkundig patrimonium en het tegengaan van de infiltratie van Anglo-amerikaanse woorden. Sinds 1975 is het bij wet verboden buitenlandse termen te gebruiken als er Franse equivalenten voorhanden zijn. Dit geldt voornamelijk voor openbare teksten, radio- en televisieprogramma's en officiële correspondentie.

Zo kwam het dat begin jaren tachtig het "Théâtre national de l'Opéra de Paris' een boete kreeg van 1300 francs, omdat het programma van de Amerikaanse show Bubbling Brown Sugar louter Engelstalige teksten bevatte. Deze afstraffing werd door AGULF, l'Association Générale des Usagers de la Langue Française, als een van haar spectaculairste triomfen beschouwd. Niet minder opzienbarend was de "Seita-affaire' in 1982; de Franse sigarettenfabrikant zag zich genoodzaakt om AGULF een "schadevergoeding' te betalen van maar liefst 5.000 francs. Destijds stonden paginagrote advertenties in de bladen voor het merk "News', die slechts de Engelstalige zijde van het pakje toonden met daarop "filtercigarettes' in plaats van "cigarettes filtre'. Hoezeer er sprake is van symptoombestrijding blijkt uit een exemplaar van de Franse editie van "Photo': dezelfde advertentie prijkt hierin op een dubbelpagina.

In Nederland is het ondenkbaar dat de regering zich in die mate bekommert om het taalgebruik, laat staan boetes gaat uitdelen. Zijn de Fransen zich meer bewust van hun culturele missie? Madame Faure denkt van wel. “Misschien wordt uw taal minder bedreigd dan de onze”, veronderstelt ze. “Er worden in Frankrijk heel veel Amerikaanse televisieseries aangekocht. Dat is goedkoper dan zelf produkties maken. Toenemende aandacht voor één bepaalde cultuur gaat ten koste van de andere. Maar het gaat ons niet alleen om de taalvervuilers. Het Commissariat stelt zich tevens tot doel de Franse taal te verbreiden in niet-Franssprekende naties en te handhaven in "francophone' landen.”

Niettemin staat het Franse volk ambivalent tegenover wat dan "de Amerikaanse cultuur' genoemd kan worden. Enerzijds voelt het zich uitverkoren, bedolven als het is onder de culturele ballast die het nagelaten werd, anderzijds lonken, modern en dynamisch, de verboden vruchten van overzee. Deze tweeslachtigheid vindt zijn weerslag in het taalgebruik. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de geallieerden de kiem gezaaid voor de stroomversnelling waarin het Anglo-amerikaanse vocabulaire terecht is gekomen en dat sindsdien een niet te negeren bestanddeel vormt van de Franse taal.

Behalve de gewone leenwoorden zoals "meeting', "loft' of "thriller' kent het Frans vele varianten op het anglicisme. Zo zijn er bijvoorbeeld de nep-anglicismen, woorden die in het Engels niet bestaan en uitgevonden worden door de Fransen: "jazzmen', "recordwoman' (= recordbreekster), "pulls'. Of woorden die anders geschreven worden: "talkies-walkies', "free-tax', "un jean's', "rumsteack'. De uitspraak hiervan is meestal zo verre van Engels, dat men geneigd is de termen als gewoon Frans te beschouwen.

Er is sprake van een misverstand, volgens Madame Faure. De meeste mensen beseffen niet dat veel van die anglicismen eigenlijk Frans zijn, maar verengelst werden. Wat te denken van "redingote', "bouledogue' en "shampooing'? De eerste twee woorden zijn verbasteringen van "ridingcoat' en "bulldog'. De Fransen nemen begrippen over die ze "Frans' en dus verkeerd uitspreken, waarna een fonetische spelling volgt. Alsof ze zich iets wat vreemd is willen toeëigenen. En shampooing? Dat "ing' is dan wel Engels, maar "to shampoo' bestaat niet. Wel is het weer gunstig voor een "Franse' uitspraak.

Sinds 1983 is het Haut Comité omgedoopt tot het "Haut Commissariat' dat, onder verantwoordelijkheid van het staatshoofd, geflankeerd wordt door een Comité Consultatif en het Haut Conseil de la Francophonie. Deze overkoepelende organen hebben tientallen terminologie-commissies onder hun hoede die veldwerk verrichten. Een greep: L'Association des Informaticiens de la Langue Française (AILF), La Haute Autorité de l'Audiovisuel, L'Association de la Terminologie (Franterm) en AGULF.

Als getrainde jachthonden kammen zij, ieder op hun specifieke terrein, de vocabulaire uit en vervangen zij zo snel mogelijk de Anglo-amerikaanse termen door Franse equivalenten. Degenen die niet achter de woorden aanhollen, maar anticiperen op wat komen gaat, verstaan pas echt hun vak. Madame Faure ontrolt een immense wereldkaart waarop minutieus de naties gemarkeerd zijn die het Frans als moedertaal, voertaal of eerste taal in het onderwijs hebben.

Een laatste, persoonlijke overwinning wil zij me niet onthouden: “Mijn kinderen moesten een keer zonder mij van Parijs naar Nancy vliegen. Ze kregen een bordje opgespeld met de letters UM erop, een afkorting van "Unaccompanied Minor'. Ik was totaal van slag, vooral als je bedenkt dat Air-Inter uitsluitend binnenlandse vluchten organiseert. Op AGULF-papier schreef ik, op hoge poten, een brief aan de directie van Air-Inter. Ik kreeg gedaan wat ik wilde: vanaf dat moment droegen de kinderen het onvermijdelijke UM, maar met de toevoeging "Enfant Non Accompagné' op hun revers. Une victoire inoubliable!”

Tekening Kamagurka