Centsprenten voor staldeur en oplettende schoolkinderen

Tentoonstelling: Een prent voor een cent. Bijbels Museum Amsterdam. T-m 27 oktober. Dagelijks, behalve ma., van 10 tot 17 uur, zo. van 13 tot 15 uur.

Van de miljoenen volks- of centsprenten die vanaf de 16de eeuw zijn vervaardigd zijn er maar weinig bewaard gebleven. Het Amsterdamse Bijbels Museum is sinds het najaar van 1988 in het gelukkige bezit van ruim honderd van dergelijke prenten, bijna allemaal religieus van thema. Tot eind oktober is een aardige selectie van dit nieuwe bezit te zien in twee zalen van het museum.

De eerste volksprenten verschenen al in de 15de eeuw. De afbeeldingen, toen nog uitsluitend bijbelse voorstellingen of heiligenlevens, werden uit houten of metalen blokken gesneden en op goedkoop doek of dun perkament afgedrukt. Onder de afbeeldingen plaatste men vervolgens een korte tekst, meestal in rijm. Dergelijke drukwerken werden door heel Europa in groten getale vervaardigd en waren overal zeer populair. Marskramers en later gespecialiseerde boek- of prenthandelaren zorgden voor de distributie.

Deze vorm van grafiek deed vooral dienst als ikoon. De prenten moesten huis en haard beschermen. Men prikte ze op kastpanelen, muren en, zo weten we van schilderijen uit die tijd, soms zelfs op de staldeur. De afgebeelde heiligen hadden dikwijls een bijzondere betekenis voor de bewoners.

Omdat het om gebruiksvoorwerpen ging en doordat de kwaliteit van het materiaal zeer slecht was, zijn er van de oudste volksprenten vrijwel geen gave exemplaren meer voorhanden. Vanaf de 16de eeuw werden de prenten steeds simpeler van opzet. Het waren eenvoudige houtsnedes die met de hand op goedkoop papier werden afgedrukt. De oplages groeiden tot spectaculaire hoogte.

Het is niet meer na te gaan hoeveel van dergelijke prenten er precies in Europa vervaardigd zijn, maar recent onderzoek toont aan dat er in de loop van de 18de eeuw door de verschillende drukkerijen in de noordelijke en zuidelijke Nederlanden samen ettelijke miljoenen zijn gemaakt. De prijzen waren dan ook navenant laag. Soms werd de prijs aan de zijkant vermeld. “Gy kundt dit koopen voor kleyn geldt”, staat er bijvoorbeeld gedrukt onder een moralistische prent uit het einde van de 18de eeuw. De "moderne' naam centsprent voor dergelijke drukwerken is dan ook niet verwonderlijk.

Het aantal thema's nam in de loop van de 17de en 18de eeuw sterk toe. Behalve bijbelse verhalen, vormden ook de geschiedenis en aardrijkskunde in toenemende mate inspiratiebronnen voor de drukkers. Ten slotte evolueerde de volksprent in de 19de eeuw tot kinderprent. De prenten werden gebruikt in het onderwijs of cadeau gegeven aan extra brave of oplettende leerlingen.

De houtblokken waarmee men de prenten drukte werden zeer lang gebruikt. In een aantal gevallen zelfs eeuwen lang. Dit hergebruik is een van de kenmerken van de volksprenten en maakt ze tot belangrijke cultuurhistorische bronnen. Want terwijl de afbeeldingen over langere periodes onveranderd bleven, veranderden de onderschriften soms binnen een aantal jaren. Zo kan men aan de hand van centsprenten duidelijk zien hoe normen en waarden veranderden. Onder een centsprent uit het einde van de 18de eeuw met een afbeelding van een bedelaar staat de volgende tekst: "een door God misdeelde'. Dezelfde prent is echter ook bekend uit het begin van de 19de eeuw. Maar dan luiden de woorden onder de afbeelding : "uitschot dat niet werken wil'.

Ook in de prenten met een religieus thema zijn dergelijke verschuivingen goed te zien. Zo zijn de onderschriften bij de centsprenten die de drukker Jacob Coenrads Mayvogel in 1646 vervaardigde naar aanleiding van het bijbelse verhaal over de verkrachting van Tamar (te vinden in het oudtestamentische boek Samuel) nog duidelijk seksueel geladen. Wanneer dezelfde platen een eeuw later gebruikt worden voor kinderprenten, zijn de teksten geheel gekuist.