Biografie van C.S. Lewis; Wat oude duivels aan jonge uitleggen

A.N. Wilson: C.S. Lewis. Uitg. Collins, 334 blz. Prijs ƒ 58,65. Paperback: uitg. Flamingo, ƒ 26,60. - : Against Religion. Uitg. Chatto & Windus, 49 blz. Prijs ƒ 58,45.

De meeste levens, hoe ongeregeld ze ook geleefd zijn, kunnen na afloop door een biograaf op orde gebracht worden zodat ze een overzichtelijke vorm aannemen. Niet dat van C.S. Lewis (1898-1963), door vertrouwden aangesproken als Jack, die literair criticus, christelijk apologeet en schrijver van kinderboeken was. Zijn leven verliep zo egocentrisch, impulsief, briljant en ongemanierd dat het nog steeds niet stil blijft staan om zich te laten uitbeelden. Onder het lezen gaan wij heen en weer tussen sympathie en ergernis alsof hij in de familiekring meepraat.

A.N. Wilson, de romancier die ook al biografieën van Milton en Tolstoj op zijn naam heeft, maakt met genoegen van die onberekenbaarheid gebruik en voegt er wat van zichzelf aan toe. Hij stond tot voor kort bekend als een van de weinige christenen in de Engelse literatuur, en leek de vanzelfsprekende biograaf voor Lewis. Tot algemene verrassing heeft hij bijna tegelijkertijd met dit boek een pamflet gepubliceerd in de serie Counterblasts van Chatto & Windus onder de titel Against Religion. Religies dienen voornamelijk om gelijkhebbers de kans te geven tyrannie uit te oefenen achter een mom van goede bedoelingen, betoogt hij nu. Ten onrechte meenden wij dus te weten waar wij hem moesten plaatsen. C.S. en A.N.: wat een span!

Clive Staples Lewis werd eind 1898 in Belfast geboren en had een aardige jeugd gehad toen in 1908 zijn moeder stierf en hij even later naar een kostschool in Engeland gestuurd werd. Dat hij geen kans kreeg om zijn verdriet te verwerken maakt voor Wilson en anderen iets begrijpelijk van het vreemde huiselijk leven dat hij later leidde. Na zijn schooljaren en een jaar in de loopgraven in Frankrijk behaalde hij voorbeeldige studieresultaten in Oxford en kreeg een paar tijdelijke aanstellingen aan de universiteit, gevolgd door een vaste benoeming voor Engelse literatuur aan Magdalen College in 1925. Als student al woonde hij samen met de moeder en zuster van een legervriend die gesneuveld was, Paddy Moore. Zijn relatie was niet met de dochter maar met de moeder, Janie, later bekend als Minto, naar haar lievelingssnoepje. Haar leven heeft hij gedeeld tot haar dood in 1951. Dat zij geslachtelijke omgang hadden is hoewel waarschijnlijk, niet zeker, en moest in ieder geval voor de tijdgenoten verborgen blijven omdat het aan het College ontoelaatbaar was. Wel is bekend dat Jack vaak op boodschappen uitgestuurd werd als hij net begonnen was te schrijven. Dat was lastig, maar Wilson vindt het onjuist om hem zoals veel gedaan is te beschouwen als slachtoffer van zijn behoefte aan een plaatsvervangende moeder: hij had veel plezier van het huiselijk verkeer.

Sado-masochisme

Daarbij moet in aanmerking genomen worden de sado-masochistische aanleg waarvan hij meer blijk gaf in brieven dan in de praktijk, maar die iets van het boodschappen doen verklaart en anderzijds iets van zijn neiging om studenten en academische opponenten af te bekken. Hij was vaak onaangenaam in de discussie, maar aardig met verontschuldigingen. Mijn venijnige toon komt niet van boosheid, zei hij eens tegen een student: hij komt van plezier in het gebruik van de Engelse taal, dus het is een kwestie niet van ira, maar van superbia.

Dan werd hij weer vergeven, door de studenten en door Wilson en door ons als lezers. Hij was een inspirerende docent; veel van zijn leerlingen hebben herinneringen overgehouden aan de ene ontdekking na de andere die zij aan hem dankten. Gelukkig dachten zij er nog niet aan om bezwaar te maken tegen zijn roken: drie pakjes per dag, en verder pijpen. Hij dronk ook teveel, en niet alle studenten vonden het gezellig dat hij aan het eind van ieder trimester een luidruchtig drinkgelag hield. “Jij mag me niet erg geloof ik, hè”, zei hij tegen een student toen zij bij zo'n gelegenheid naast elkaar in de wc stonden, en de jongen wist geen antwoord, want dat was precies zijn probleem.

Intussen won hij academisch aanzien met zijn kritische werk zoals The Allegory of Love, over de allegorische liefdespoëzie van de late Middeleeuwen tot 1600, en het deel over de zestiende eeuw van de Oxford History of Literature (The Discarded Image, ontleend aan zijn colleges over de veranderingen in het wereldbeeld door de eeuwen en de noodzaak om die te herkennen als wij de oude literatuur willen begrijpen, kwam pas na zijn dood uit). Buiten de universiteit werd hij bij een groter publiek beroemd door de boeken waarin hij na een principieel atheïstische jeugd de christelijke levensondervinding ontdekte: The Problem of Pain, Surprised by Joy, en het nog steeds meest herdrukte van alle geloof ik, The Screwtape Letters, waarin een oude duivel aan een jonge uitlegt hoe hij de menselijke zwakheid moet benutten.

Klerenkast

In 1950 verscheen het eerste van de zeven kinderboeken die hij met korte tussenpozen gepubliceerd heeft: The Lion, the Witch and the Wardrobe, over de avonturen van vier kinderen in het land Narnia dat achter de achterwand van de klerenkast bleek te liggen. Behalve de academici en de christenen heeft Lewis daarmee een publiek van ouders en kinderen gewonnen, en behouden; de kinderboeken worden nog veel voorgelezen.

Mijn eigen belangstelling voor Lewis is twee jaar geleden heropgewekt door een toneelstuk over hem van Bill Nicholson, Shadowlands, dat een tijd lang in Londen liep met Nigel Hawthorne in de hoofdrol. Het was een bewerking van een televisiestuk onder dezelfde titel dat intussen ook al tot een boek bewerkt was. Wij zien er Lewis in de jaren na de dood van Minto, toen hij een liefdespartner van zijn eigen leeftijd vond in een Amerikaanse genaamd Joy Davidman die net aan scheiding toe was van haar eerste echtgenoot. Nauwelijks was haar tweede huwelijk gesloten of er werd kanker bij haar geconstateerd, maar er volgde een periode waarin het leek of de ziekte teruggedrongen was, en pas na vier jaar, in 1960, is zij eraan bezweken. Deze keer was Lewis in staat om zijn verdriet uit te leven, in zijn gedrag en in een boek getiteld A Grief Observed dat hij onder een schuilnaam wilde publiceren omdat het te intiem was, maar zo verkocht het niet; pas toen het van hem bleek te zijn vloog het de winkels uit.

Wie met ontroering Lewis' late liefde wil contempleren moet erbij in aanmerking nemen dat haast niemand van zijn vrienden en bekenden de aanwezigheid van Joy kon verdragen. Niets te vertellen en voortdurend aan het woord, was haar stijl; maar zij was heel flink, ook in haar ziekte. Wat zo goed is aan jou zijn die mannelijk soort deugden, zei Lewis eens tegen haar. Dat viel verkeerd. Hoe zou jij het vinden als ik je vrouwelijkheid prees? riposteerde de echtgenote.

Na haar dood leefde Lewis nog drie jaar, op het laatst gehinderd door een verslapte prostaat waaraan hij niet geopereerd mocht worden omdat zijn hart onbetrouwbaar was. Zijn conditie werd door zijn arts zo slordig behandeld dat hij in gezelschap soms ineens met grote natte vlekken op zijn broek zat. Hij liet zich niet beschamen. Hij had zich nooit om keurigheid bekommerd, en hij lachte hierom. Na een zware hartaanval in 1963 herstelde hij zich genoeg om naar huis te mogen; daar viel hij op een avond in november uit bed, dood.

Hij werd op bed teruggelegd door zijn zes jaar oudere broer Warren, die bij hem woonde zoals hij het grootste deel van zijn leven had gedaan. Ook in de tijd van Minto en in de tijd van Joy had Warren zijn kamer in het huis, at mee, deed wel eens een boodschap en bedronk zich niet zelden. Hij was geen domme man, maar hij werkte nooit, behalve dat hij de familiegeschiedenis documenteerde, en dat hij in 1953 ineens een boek publiceerde over het leven in Frankrijk in de tijd van Lodewijk XIV.

Bijna niets in het leven van C.S. Lewis en zijn omgeving kan op een eerste indruk beoordeeld worden. En zijn nalatenschap, dat is grappig, is grotendeels opgeborgen in het Marion E. Wade Center van Wheaton College, Illinois. Dit instituut, gespecialiseerd in christelijke schrijvers, neemt een klassieke Amerikaanse deugdzaamheid in acht, zonder roken, zonder drank, zonder seks; net als de Amerikaanse uitgever van Lewis' boeken zit het geregeld in de knoop met de verhalen over zijn levenswandel.

Hoeveel argumenten en tegenargumenten zich ook aandienen bij de beoordeling van dat leven, A.N. Wilson houdt het hoofd koel. Hij treedt nogal eens op de voorgrond, met meningen over Oxford en Wheaton College, vriendschap en seks en andere onderwerpen; hij is een biograaf die de lakens uitdeelt, maar hij weet beter dan de meesten de levensgeschiedenis aktief te houden, in de zin dat het gedrag van de hoofdpersonen ons onafgebroken verwondert.

Dat wij nu de werken van Lewis even gretig zullen lezen als zijn biografie staat niet vast. Om de uiteenlopende waarderingen met illustere namen te illustreren: de Paus is er dol op, de vorige Aartsbisschop van Canterbury kan er niet tegen. De ontspannen, begrijpende toon van Lewis werkt niet op iedereen even verkwikkend.

Wel had hij een hoop te zeggen. Hij kan niet zomaar overgeslagen worden.