Bevrijde gijzelaars komen langzaam boven; Ik denk dat de ongeneeslijke wond van voormalige gijzelaars onbespreekbaar is.

'Niets zal meer zijn zoals vroeger. Niets is veranderd en toch is alles anders,' zei Jean-Paul Kaufmann enkele maanden na zijn bevrijding tegen de Franse pers. Hij had 1078 dagen als gevangene van islamitische fundamentalisten in Libanon doorgebracht.

Ongeveer zes weken na mijn eigen bevrijding heb ik Jean-Paul in Parijs thuis opgezocht. Wij hadden elkaar niet ontmoet gedurende onze gevangenschap en nu we weer op vrije voeten waren was het vreemd om het gezicht te zien van de man die ik alleen van naam had gekend. Het had iets weg van het samenzijn van jonge geliefden.

We waren niet helemaal zeker van elkaar en van onszelf. We hadden alle twee gezien hoe mensen heel verschillend reageren onder stress en we wisten niet precies hoe we met iemand moesten omgaan die de ervaringen van een gijzeling had doorstaan.

In het begin beperkten we ons alleen tot het ophalen van herinneringen aan bepaalde incidenten en plaatsen waar we gevangen hadden gezeten. Daarna keerden we in gebroken Engels en Frans terug naar onze innerlijke belevenissen - of - om nauwkeuriger te zijn - probeerden we de kern bloot te leggen van onze herinneringen aan een tijd die buiten elke menselijke ervaring had gestaan.

Onze familieleden en vrienden zaten er sprakeloos en gefascineerd bij, met stomheid geslagen en ook angstig.

Misschien leken we verschijningen uit een andere wereld. Terwijl we ons dieper ingroeven in de intimiteit van onze gemeenschappelijke lotgevallen, begonnen momenten naar boven te komen die tot nog toe tot de diepste en persoonlijkste ervaringen hadden behoord. Het leek alsof ik een man zag openbreken, als een ei waaruit de levensvorm tevoorschijn kwam dat het zo lang binnen in zich had gedragen.

Bijna op hetzelfde moment, misschien omdat hij de stille herkenning op mijn gezicht had gezien, zei Jean-Paul: Het doet er niet toe dat jij en ik taalproblemen hebben, want ook zonder woorden begrijp ik dat jij weet wat ik weet.

Toen ik me tijdens een recente toespraak voor het Britse Genootschap van Hoofdredacteuren (van tijdschriften) die momenten met Jean-Paul weer voor de geest haalde, heb ik aan de toehoorders uitgelegd hoe moeilijk deze bijeenkomsten voor me zijn, een probleem dat altijd meer van me vergt dan mijn capaciteiten reiken.

Voor ons, die door die hel zijn gegaan, blijven er dingen waarover we niet kunnen praten en waar we ook niet over zullen praten. Het gaat om gevoelens die je niet altijd kunt uitspreken; niet uit angst maar omdat we nu moeten proberen te begrijpen wat ons in totaal andere omstandigheden is overkomen. Het komt er op neer dat we niet iets kunnen geven dat we maar half bezitten. Jean-Paul drukte zich weer veel beter uit dan ik toen hij zei: “De lange bloedige nacht blijft een te gruwelijke nachtmerrie om zomaar uit te leggen aan mensen die het niet hebben meegemaakt. Ik denk dat deze ongeneeslijke wond, waaraan wij, voormalige gijzelaars, nog steeds lijden onbespreekbaar is. Ooit komt er misschien een dag ... dat ik me zal voelen als een duiker die langzaam naar de oppervlakte stijgt. ”

Deze uitspraak kwam overeen met wat ik, maanden na mijn vrijlating, uit weer een heel andere bron hoorde. In mijn pogingen om te ontsnappen aan de pers en de publieke aandacht, sprak ik met een vriend van me die een beroemd musicus is over de vraag hoe hij omgaat met publieke bekendheid, perspubliciteit en het continu heen en weer vliegen om voor mensenmassa's en camera's te verschijnen. Hij vertelde me dat hij alleen echte rust vond in het duiken.

Ik heb het bestaan van de gijzelaar weleens omschreven als dat van een kwartaaldrinker. Zijn geest vormt en voedt zichzelf met afwisselend maniakale uitbundigheid en zelfvernietigende wanhoop. De gijzelaar is, zo stelde ik, een "ingekapseld mens', iemand die zo op zichzelf is teruggeworpen dat hij tot weinig anders in staat is dan het ervaren van een soort mentale narcose , zoals een duiker in ijle lucht. Het zolang verblijven in een dergelijk isolement maakt het leven voor teruggekeerde gijzelaars uiteraard moeilijk. Met opzet zeg ik "teruggekeerd' en niet "bevrijd', want hij lijkt terug te keren in een ander soort van gevangenschap. Caroline Gorst-Unsworth van de London Medical Foundation merkte in dat verband terecht op dat “het enige voorspelbare aan een bevrijde gijzelaar is, dat zijn familieleden en vrienden vinden dat hij veranderd is en soms zelf radicaal veranderd.”

Men moet zich realiseren dat de gijzelaar gedurende een lange en intensieve periode de diepste ontaarding van een normale menseleijke relatie heeft meegemaakt. Al zijn latere relaties worden benvloed door de diepe sporen die deze ervaring heeft getrokken. Hij wordt weggerukt uit een wereld zonder wat voor normale menselijke affectie dan ook om in een wereld te worden geworpen dwaarin iedereen je overdondert met heftige emoties. Zo'n plotselinge wedergeboorte is verwarrend en veeleisend. Maar niet alleen voor de gijzelaar.

De familieleden en vrienden van deze mensen zijn jaren bezig geweest met actievoeren en hebben voortdurend geprobeerd zich een beeld te vormen van hun dierbare. Diegenen die zichzelf gedurende hun acties helemaal hebben weggecijferd kunnen ook veranderd zijn, maar dat is ongemerkt gebeurd. Zoals het Jean-Paul en mij vergaan was, zo vergaat het iedere teruggekeerde gijzelaar en zijn familie en vrienden. Er ontstaat een gecompliceerd spel van elkaar aftasten, met veel verwarring en tedere gevoelens, waarbij beide partijen het allermoeilijkste opnieuw moeten leren: liefhebben zonder elkaar in de weg te zitten.

Dit op zichzelf al ingewikkelde gedoe wordt nog aanzienlijk moeilijker gemaakt door de sfeer waarin een gijzelaar terugkomt. Daarmee doel ik op het gejuich van het publiek. Ze zouden eens moeten weten wat voor indringende en onuitwisbare ervaringen zo iemand in gevangenschap heeft opgedaan. Die zijn zo fundamenteel dat de wereld waarin we terugkeren ons soms oppervlakkig en vluchtig toeschijnt. En hier doet zich heel een wezenlijk probleem voor. Door na een periode van zo intens denken en voelen, begroet te worden met zoveel enthousiasme , kunnen we plotseling vergeten dat we mensen zijn en buiten onszelf treden. Zondigen is zo heerlijk menselijk en het schept een band met je medemensen. Vier hartstochtelijk feest voor degenen die terugkomen, maar niet eindeloos. We hebben een lange weg te gaan en de status van "beroepsgijzelaar' moet geen onderdeel worden van het herstel.

Er is mij vaak gevraagd of ik nachtmerries of dwangneuroses heb. Plotselinge flashbacks van bepaalde diepgekoesterde emotionele angsten zijn onvermijdelijk. Die zijn niet te beheersen of aan banden te leggen door een manier van leven of door allerlei aspiraties. Ik geloof dat ik snap waar ze vandaan komen en ik reageer er dienovereenkomstig op. Ik herinner me dat ik met een aantal vrienden een rondleiding kreeg door de kelders van een oud hotel: iedereen was bezorgd en men vroeg me voortdurend hoe ik me voelde. Door hun bezorgdheid vroeg ik me af waarom ik geen schuld of angst voelde of welke andere emotie dan ook.

Bij een andere gelegenheid bezocht ik een schilderijententoonstelling in een beruchte gevangenis.. Ik herinnerde me de verschrikkingen van mijn gevangenschap. Daarbij voelde ik een soort van depressie opkomen omdat ik geen beelden meer kon oproepen met de helderheid die ik had in de tijd dat ik alleen was.Maar uiteindelijk won de gevanghenis. Zijn massieve onderdrukking sprak luidkeels uit de stenen. En ik ging weg overmand door pijn en woede die niet werden weggenomen door mijn liefgde voor de kunst. Deze stenen hadden hun eigen taal gesproken, waarvoor mijn eigen ervaring me ontvankelijk had gemaakt.

Andere symptomen zijn slapeloosheid, vermoeidheid, depressies. Op kleine schaal lijd ik aan al deze kwalen. Ik schrijf het toe aan een geest die te onrustig is om veel te kunnen doen.

Bij de voorbereidingen voor dit artikel kwam ik een brief tegen die ik heb geschreven aan mijn vriend John McCarthy . Dat was mijn manier om met deze kwalen om te gaan. Ik druk hem hierbij af:

John, lieve jongen,

Ook al bereikt dit je niet, ik heb het in ieder geval geprobeerd. Ik blijf het proberen, omdat dat het enige is dat ik kan doen. Alhoewel, ik kan natuurlijk meer doen. Ik kan veel aan je denken, intens en met veel gevoel, en dan geloven dat de boodschap overkomt. Godverdomme, hoe kom ik ooit uit die hel zolang jij erin zit. Blijf overeind. Weet je nog wat jouw woorden waren? Vreugde. Zelfs als ik treurig was zei jij : kies voor de vreugde. Nu zeg ik het tegen jou. Kies daarvoor. Als we er allemaal in geloven zal er spoedig vreugde zijn. Blijf erin geloven, vriend.

Tussen ons was er nooit sprake van twijfel. We bouwden een onneembaar fort. Met torens waarin we konden klimmen om alle kwellingen te ontstijgen. Ik weet wat jij weet, dat we uiteindelijk zullen overwinnen en overleven. Dit is nu meer waar dan ooit. Je bent niet alleen mijn vriend.

Tekenend voor deze overlevingsstrategie is dat ieder voor zich methoden moet vinden om zijn innerlijke pijn en verwarring onder controle te krijgen. Er zijn geen pasklare antwoorden of recepten. Het gaat om zelfgenezing en die weg moeten we alleen afleggen. Ik eindig met de woorden van mijn Franse vriend Jean-Paul:

Drie jaar lang hebben ze geprobeerd onze menselijkheid te vernietigen, zodat we op "dingen', "postpakketten' zouden gaan lijken. Dat was ook logisch, want we waren gereduceerd tot goederen die op transport lagen te wachten. Nu heb ik niet meer de status van een pakket. Ik ben weer een levend menselijk wezen.

Foto: De Ier Brian Keenan, aan het woord tijdens de persconferentie in West Beiroet, die hij na zijn vrijlating uit zijn gijzeling in augustus 1990 gaf (Foto AFP).