Beelden In Vrij Nederland van deze week staat een aandoenlijk stuk van Rudie

Kagie over de beelden die de laatste jaren in Amsterdam zijn neergezet.

Jan Sierhuis, zelf lid van de commissie die de gemeente moet adviseren bij elk nieuw stadhuis of monument, is bijzonder kernachtig in zijn oordeel. “De stad komt vol te staan met foeilelijke drollen”, zegt hij. Kennelijk worden de beelden in Amsterdam niet door kunstenaars gedraaid, maar door honden.

Aan Sierhuis en zijn commissie ligt het niet. Regelmatig worden voorgelegde ontwerpen gekwalificeerd als "knullig', "een ramp' of zelfs als "een aanfluiting', maar zo'n beoordeling belet de verantwoordelijke wethouder niet de opdracht tot uitvoering te geven. Onveranderlijk blijkt angst de belangrijkste raadgever voor de autoriteiten.

Neem bij voorbeeld de gipsen kruisraket, die ooit door de Joegoslaaf Miletic op het Museumplein is gedumpt. Zonder enige concurrentie is deze erectiele augurk het lelijkste beeldhouwwerk van het westelijk halfrond. Zelfs het woord "yellow' dat met blauwe graffiti-verf op de sokkel is gespoten, kan een mens niet meer aan het lachen brengen, want ook dat is al vele malen gedaan. Ongetwijfeld kan de explosievendienst, die het ding zou willen opruimnen, op vele vrijwilligers rekenen. Maar de raket moet blijven, omdat er ooit 300.000 mensen op het Museumplein hebben gedemonstreerd. “Vanwege de symboolwaarde”, heet het.

Erg treurig word je ook van twee andere gevallen. Een monument ter nagedachtenis van omgekomen joodse marktkooplieden, dat unaniem als "artistiek waardeloos' werd beoordeeld, kwam er toch, omdat de maakster ervan in het verzet had gezeten. Ook werd de commissie gepasseerd, toen ze wilde verhinderen dat de mooie gevel van de Anne Frankschool werd beschilderd met teksten uit het dagboek. Schoolbestuur en kunstenaar kwamen in het verweer. De commissie werd beschuldigd van “een antisemitische mentaliteit” en omdat niemand zo'n verwijt graag te horen krijgt, werd het ontwerp uitgevoerd. Dag, mooie gevel.

En dan hebben we het nog niet over de beelden van beroemde Nederlanders, die in Amsterdam als asfaltbloemen uit het plaveisel oprijzen: Multatuli, Simon Carmiggelt en Johnnie Jordaan.

Johan Cruijff staat al in de steigers en het wachten is nog op een initiatief voor een beeld van Renate Rubinstein.

Amsterdam eert zijn helden. Gaat u even mee? Via de nieuwe Hein Donner-brug en het Max Euwe-plein lopen wij naar de Leidsestraat. Daar passeren wij het beeld van Wim Kan en Corrie Vonk. Amateuristisch, ridicuul, een horreur, oordeelde de commissie. Dus werd het geplaatst met een extra subsidie van de gemeente. In steen vereeuwigd grijnst de cabaretier ons aan met een blik van iemand die in een verre staat van dementie verkeert, terzijde gestaan door Corrie, die naar hem opkijkt als een kabouter uit het tuincentrum van Aalsmeer.

Staat er dan in dit gedeelte van Amsterdam niets dat de moeite waard is? Dat is niet helemaal waar. Loop in de richting van het Marriott-hotel (even de ogen dicht) en kijk dan naar rechts. Daar staat in het plantsoentje aan het begin van de Overtoom de kop van Herman Heijermans. Het is een schitterend beeld van Joseph Mendes da Costa, naar ik schat gemaakt aan het eind van de jaren twintig. Het is niet echt realistisch, maar je ziet het onmiddellijk: helemaal Heijermans.

Op de sokkel staat: “Geschonden in 1940, gerestaureerd in 1964”. Aan het jaartal kun je aflezen hoe en waar het beeld werd geschonden. Zijn neus is er afgeslagen, want Heijermans was joods, en in 1940 bestond er wel degelijk zoiets als een antisemitische mentaliteit.

In 1964 moet er een nieuwe neus zijn bevestigd, dat kun je aan de barsten nog zien. Ook kun je zien dat nog niet zo lang geleden een of andere onverlaat de neus rood heeft geverfd. De verf is er weer afgekrabd, maar niet volledig, er zijn sporen over. Toch blijft het een schitterende kop. Laten wij hopen dat niemand het in zijn hoofd haalt een tekst van Heijermans, hoe mooi en ontroerend ook, in het voorhoofd te beitelen. Zo duur mag de vis niet worden betaald.