Amsterdamse beeldhouwster Margot Zanstra krijgt Japanse Henry Moore-prijs; Ik kijk als buitenstander wat mijn handen doen

De zevende Henry Moore Grand Prize, een tweejaarlijkse Japanse onderscheiding, is vorige week uitgereikt aan de Amsterdamse kunstenares Margot Zanstra. Haar sculptuur van kunststof is gekozen uit zevenhonderd inzendingen. “Ik ben dankbaar dat er onder mijn handen vormen ontstaan die er eerst niet waren.”

De metalen plaquette staat op een ateliertafel opgesteld. Henry Moore laat in een gegraveerd handschrift weten blij te zijn dat zijn naam aan deze Japanse onderscheiding, groot 140.000 gulden, is verbonden. De prijs wordt elke twee jaar door het Hakone Museum in Tokio toegekend voor een abstract beeldhouwwerk. Margot Zanstra is net zo blij als Moore destijds: “Ik heb er niet aan durven denken dat ik die eerste prijs ooit zou krijgen.”

De prijsuitreiking ging gepaard met een reusachtig feest, met meisjes in oogstrelende kimono's, met blaasorkesten en strijkjes, vertelt ze. “Jammer, dat er niemand van de Nederlandse ambassade aanwezig was. De ambassades van de andere prijswinnaars waren wél vertegenwoordigd. Waarom was de Nederlandse cultureel attaché er eigenlijk niet? Men wist toch van die prijs af? Ik ben toch een Nederlands ingezetene?”

We praten in haar Amsterdamse "no-nonsense'-atelier met Gispen-tafels en een batterij industrielampen aan het plafond. De maquettes en de modellen van haar beelden staan ordentelijk langs de wanden opgesteld. Het winnende ontwerp ligt als Japans affiche op tafel. Het heet "Ghostdwelling', een negen meter hoog, labyrinthisch wit bouwsel met een fel blauw interieur, waarvan de bovenrand en de wand-openingen golvende lijnen te zien geven. Een uitvergroting van een steeds omgevouwen stuk papier, waaruit willekeurig halfronde vormen zijn geknipt. Nee hoor, associaties met dat knipselspel heeft ze niet. Het beeld is eenvoudigweg gebaseerd op de structuur van een slakkenhuis. Dat is alles.

“Tokio is een steenwoestijn”, zegt Margot Zanstra. “Mijn beeld heeft gelukkig hoog in de bergen, in het Utsukushi-ga-hara openlucht-museum, een plaats gekregen. Het kon niet worden getransporteerd. De Japanners hebben het op basis van mijn tekeningen uitgevoerd en dat is voor 98 procent gelukt. Het is eigenlijk ontworpen in opdracht van een Japanse "captain of industry', de sponsor van deze biënnale. Vorig jaar overleed hij plotseling en de opdracht werd geannuleerd. Ik kreeg toen het verzoek uit Japan om het ontwerp alsnog in te sturen voor deze biënnale.”

Het bekroonde beeld wijkt af van Margot Zanstra's eerdere werk. Twintig jaar lang overheerste de geometrische abstractie. Maar toen de gemeente Alkmaar haar een opdracht gaf voor een sculptuur in een nieuwbouw-wijk heeft ze die stijl losgelaten, “want alle bebouwing daar was al zo recht”. In Alkmaar staat het beeld, de "Waterghost', in het water, zodat kinderen er tussen door kunnen varen in hun bootjes. Het Japanse museum heeft de iets afwijkende versie, de "Ghostdwelling' op het land, in een cirkel van grint, neergezet. De vervaardiging en installatie van dit beeld moet gedeeltelijk bekostigd worden uit het hoge geldbedrag dat aan de prijs is verbonden. “Maar ik denk dat er wel wat van dat bedrag overblijft”.

Ballet

Margot Zanstra is als beeldend kunstenaar autodidact. Jarenlang heeft ze een vak uitgeoefend dat alles met ruimtelijkheid en niets met materie had te maken. Ze was balletdanseres, en later balletmeesteres bij het Nationale Ballet. Haar lenige, razendsnelle motoriek sluit een juiste schatting van haar leeftijd uit. Ze nam kort vóór de oorlog al balletles, zegt ze. Dat gegeven moet voor een schatting voldoende zijn.

Na haar baan bij het Nationale Ballet is ze gaan "prutsen met papier en metaal', zoals ze dat zelf noemt. “De kunstenaar Dick Elffers heeft me destijds gestimuleerd door te gaan. Het bronsgieten heeft Pieter Starreveld me geleerd en bij allerlei bedrijfjes hier in de Jordaan ben ik naar binnen gestapt om met materialen, gereedschap en machines te leren omgaan. Ik heb ook veel opgestoken op het architectenbureau van mijn man, op brainstorm-avonden over de inrichting van nieuwe woongebieden.

“Sommige mensen zeggen dat ze aan mijn werk kunnen zien dat ik danseres ben geweest. Ze herkennen een verovering van de ruimte door de vorm. Ik heb inderdaad veel aan mijn danservaring gehad. Tijdens mijn opleiding in Engeland leerde ik dat het toneel een schilderij is met een extra dimensie. De conflicten in de opbouw van dat toneel zijn me later van pas gekomen, net zoals de solo-uitvoeringen en de eisen van perfectie die bij het klassieke ballet worden gesteld. Als beeldend kunstenaar wordt me wel eens verweten lastig en precies te zijn.”

Wolken

Samen lopen we in het grachtenatelier langs de modellen van eerdere sculpturen, vervaardigd uit beton, kunststof, aluminium, staal en perspex. Ze sieren wegen en parken in onder meer Rotterdam, Eindhoven en Amsterdam: Metershoge stalen staven, die halverwege worden onderbroken door een lineair "stolsel' van vierkanten of zeshoeken, of een stapeling van betonnen kubussen, die te zamen een verticaal opgestelde, open cirkel vormen. In de Haagse Raadzaal en in de metro van het Centraal Station in Amsterdam hangen haar "wolken', uitdijende structuren, die uit honderden identieke eenheden van staal of perspex langs lichtkoepels en plafonds zweven.

Steeds weer keren geometrische basisvormen terug. Door twee vierkanten tegen elkaar te plaatsen, in te snijden en gedeeltelijk om te krullen, komt er een lijfloze rode vlinder te voorschijn. Een ander beeld, eerder in Japan bekroond, is geconstrueerd uit smalle repen van staal, die als papierstroken vanuit een kern zijn omgevouwen, zodat soms de buiten- en soms de binnenkant zichtbaar is. De stroken vormen "en profil' een met de meetlat gecomponeerde bloem, en het bovenaanzicht, waar de lijnen samenkomen, geeft een open vierkant te zien.

“Ik houd van logische structuren waarin variaties worden aangebracht. Tijdens het ontwerpen denk ik niet aan beweging, zoals je van een oud-balletdanseres zou verwachten, ik denk aan vorm. De beelden groeien onder mijn handen. Ik kijk als buitenstaander naar wat mijn handen doen. Soms stelt het resultaat niets voor. Toch bewaar ik het, want vaak kan ik het later gebruiken. Ik ben dankbaar dat er vormen ontstaan die er eerst niet waren.”

Met een zekere trots laat ze bij het afscheid haar "Pas de Six' zien, een ontwerp uit 1986 voor een staalplastiek van langgerekte driehoeken die tegen elkaar aan steunen. Haar recentste opdracht voor de nieuwe schouwburg van Gouda bestaat uit diagonale lichtbanen op de toneeltoren, banen die door een computergestuurd systeem van kleur kunnen veranderen. De lijnen met hun verschillende onderbrekingen doen denken aan de notatie van een choreografie. Architectuur, ballet, choreografie en ruimtelijke vormgeving; op het atelier van Margot Zanstra trekken ze als vanzelfsprekend met elkaar op.