Amerikaanse dochter put hoop uit enorme oliereserve; Exxon passeert Shell als grootste

ROTTERDAM, 9 AUG. Twee zware blokken aan het been hebben de Koninklijke Shell-Groep in het afgelopen halfjaar flink afgeremd: de dochtermaatschappij Shell Oil in de Verenigde Staten en de petrochemische sector. Ook de winst van Shell-Canada is schraal, omdat dit bedrijf voorzieningen moest treffen voor verlies bij de verkoop van een kolenmijn.

Met bijna al haar activiteiten boekte de Amerikaanse dochter een scherpe teruggang van resultaten of zelfs verlies. Shell Oil werkt aan een reorganisatie om de kosten te drukken, en heeft met een enorme olievondst in de Golf van Mexico een reserve achter de hand. Pas over een paar jaar, als de olie daar op grote diepte wordt gewonnen, kan het bedrijf zijn winstgevendheid flink opkrikken. Dat tijdstip kan samenvallen met een prijsstijging voor ruwe olie en geraffineerde brandstoffen, omdat de meeste reserves buiten de OPEC-landen sterk afnemen.

In de petrochemie is na een aantal vette jaren nu een wereldwijde trend te zien van eveneens scherp teruglopende winsten die aan Shell niet voorbijgaat. Terwijl de produktprijzen in het laatste kwartaal met vijf procent daalden door overproduktie, ging de prijs van de grondstof nafta met maar liefst 25 procent omhoog. Daardoor daalde de winst van Shell in de chemie van 312 miljoen pond Sterling in het eerste kwartaal van 1990 naar 101 miljoen in de afgelopen zes maanden. Buiten de Verenigde Staten sloeg de winst van 105 miljoen pond die in het tweede kwartaal van 1990 nog in de chemie werd geboekt, in de afgelopen vier maanden om in een verlies van 24 miljoen pond. Experts zien hier op den duur één lichtpuntje: als de grote raffinaderijen in Koeweit weer gaan draaien zal de naftaprijs wel weer zakken.

Ook de marktverhoudingen in de relatief kleine kolensector leverde de maatschappij een stevige verliespost van 54 miljoen pond op. Ondanks deze sombere geluiden hebben de twee grote bedrijfssectoren waarin Shell het sterkst is - opsporing en winning van olie en gas en de raffinage en verkoop van produkten - het concern per saldo toch nog een winst van 20 procent bezorgd, wanneer voorraadverschillen buiten beschouwing worden gelaten. Maar de kwartaalcijfers waren de slechtste van de afgelopen jaren: 5 procent lager dan in dezelfde periode van 1990 en zelfs 12 procent lager wanneer voorraadverliezen niet worden meegeteld.

Shell moet zich zorgen maken over de daling die is opgetreden in zowel het bedrijfsresultaat van alle groepsmaatschappijen samen, als het totale bedrijfsresultaat, met een kleine 10 procent. Op de winst per aandeel in guldens heeft dat in het laatste kwartaal nog geen negatief effect gehad, maar in de dollarwaarde werd een lichte teruggang geboekt, met enkele dollarcenten tot 1,08 dollar per aandeel Koninklijke Olie en tot 60 dollarcent per aandeel Shell Transport and Trading, de Britse Shell-tak.

In de tweede helft van vorig jaar moest Shell zijn toppositie in winstgevendheid onder de oliemaatschappijen al prijsgeven aan Exxon, de Amerikaanse concurrent. Shell en Exxon steken qua omzet met kop en schouders uit boven maatschappijen als Texaco, Mobil, British Petroleum en Chevron. Dit jaar lijkt Shell de race met Exxon niet te kunnen winnen, want Exxon heeft over het tweede kwartaal hogere omzet- en winstcijfers geboekt dan Shell, kwam in het eerste halfjaar op een grotere winststijging en heeft ook zijn winst per aandeel weten op te voeren.

Een van de oorzaken is dat Shell slechts ruim een derde van zijn behoefte aan ruwe olie kan dekken door eigen oliewinning. Dat aandeel is bij andere maatschappijen veel hoger, waardoor Shell meer afhankelijk is van inkoop uit het Midden-Oosten en meer nadeel heeft van hoge olieprijzen. Dat bleek bijvoorbeeld duidelijk tijdens de Golfcrisis. De grote raffinaderij van Shell-Nederland in Pernis draaide, tot Saddam Hussein een jaar geleden Koeweit bezette, grotendeels op olie uit Koeweit en Irak. Toen die stroom ophield, moest Shell plotseling in andere olielanden, tegen een hogere prijs kopen omPernis draaiend te houden. In de resultaten over het afgelopen halfjaar zit nog een deel van die extra kosten verwerkt.

Winstgevendheid is echter maar één graadmeter. Belangrijker dan het korte-termijnbeeld van kwartaal- en halfjaarlijkse resultaten is een vergelijking van de olie- en gasreserves die maatschappijen hebben, en de investeringen die ze doen om die reserves op te voeren en er optimaal gebruik van te maken.

Wat dat betreft zit Shell aan de top, met ruim miljard vaten olie en duizend miljard kubieke meter aardgas aan bewezen reserves. Ook zijn financiële positie geeft Shell een voorsprong op de concurrenten. Het concern werkt met slechts 15 procent geleend geld en is bezig met een investeringsprogramma van 65 miljard dollar, waarmee het zijn activa in zes jaar tijd wil verdubbelen.