Alle katteverhalen van Hans Dorrestein; De schadelijke werking van medeklinkers

Hans Dorrestijn: De Spaanse kat, Uitg. Bert Bakker, 354 blz. Prijs ƒ 34,90.

Er was eens een geschifte taalkundige die het zich in zijn hoofd had gezet om een kat te leren spreken. Als papegaaien kunnen praten, moeten katten het ook kunnen. Hij stuit op een Spaanse kat, Piël genaamd, die ontvankelijk is voor zijn methode en na een korte opleiding niet alleen leert praten, maar ook lezen, liegen en bedriegen. Het beest blijkt alleen maar hersens te hebben, geen hart, geen geweten, geen gevoel. Hij is zo slecht als een mens maar kan zijn. Hij bedenkt grandioze zwendelzaken en zaait waar hij ook komt dood en verderf om zich heen. Hij zet het liefst de wereld op zijn kop. Als hij werk krijgt in een circus en daar zijn spreekvaardigheid moet tonen, draait hij de zaak om, benoemt zichzelf tot dompteur en laat zijn baas aan het trapeze werken en door brandende hoepels springen.

Met de verrichtingen van deze kat heeft Dorrestijn in de loop van zeven jaren drie bundels verhalen gevuld, die nu in één deel zijn uitgegeven. Dorrestijn, die onder zijn eigen naam optreedt als de niet goed snikke taalkundige, verklaart bij herhaling dat dit een boek voor kinderen is en dat hij dus op allerlei zaken, liefdesaangelegenheden bij voorbeeld, niet in kan gaan. Dat is een vette knipoog want iedereen had na een paar bladzijden al begrepen dat het een boek is voor volwassenen die Dorrestijn met hun neus op de onvolmaaktheden van de maatschappij wil drukken. De kat Piël is de grote manipulator die gewetenloos de zwakheden van de maatschappij exploiteert en vooral gebruik maakt van de domheid van de macht.

De kat van Dorrestijn is een schelm in de oude betekenis van het woord en het boek is in de eerste plaats een picareske roman met Piël, vaak vermomd als De Gelaarsde Kat, als picaro. Het van het ene avontuur in het andere rollen, de belangstelling voor de zwakke kanten van de maatschappij, het uitwijken naar het buitenland, het zijn allemaal traditionele eigenschappen van de schelmenroman. Evenmin als bij een ouderwetse picaro is er bij Piël iets te bespeuren van verzet tegen wat er mis is in de maatschappij. Hij doet er alleen zijn voordeel mee, zoals het een goede schelm betaamt. Ook de afwezigheid van erotiek, nogal opvallend bij zo'n energieke kater, past precies in de traditie van de schelmenroman.

Picaresk en satirisch gaan zelden samen. Een satire wil niet alleen misstanden aan de kaak stellen maar ze ook uit de weg ruimen. Met dat laatste houdt een schelmenroman zich niet op. De schelm heeft er geen enkel belang bij als maatschappijverbeteraar op te treden. Hij zou zich daarmee alleen in eigen vlees snijden. Dorrestijns boek heeft wel satirische trekjes maar die doen het niet erg. Als een satire scherp en effectief wil zijn, moet hij zich dichter bij de werkelijkheid houden dan in het boek van Dorrestijn gebeurt. Satirisch is het korte betoog dat de taal doel moet zijn, niet middel. De kat gebruikt de taal om iets over te brengen, iets te bereiken. Helemaal mis, zegt de taalkundige. Taal is er om bestudeerd en geanalyseerd te worden in artikelen als "Over de invloed van het licht op de articulatie' of "De schadelijke werking van scherpe medeklinkers in het bedrijfsleven en in de politiek'. Satirisch is ook het verhaal waarin de kat zich tegen zijn meester keert omdat die een te beperkte voorstelling van de werkelijkheid heeft en alleen maar gelooft wat waar is: “Dat is de omgekeerde volgorde. Je moet iets geloven, dan wordt het vanzelf waar.” Al passen ze dan ook niet goed in een schelmenroman, deze aanzetten hadden tot mooie satires kunnen leiden, maar daar komt het in dit boek niet van. Het is jammer dat Dorrestijn dat aspect van zijn kattegeschiedenis niet veel verder heeft uitgewerkt. Nu blijft hij, ondanks amusante stukken, vaak steken in het kolderieke en in flauwe grapjes en woordspelingen.