Alice Hoffman: Zevende hemel. Vert. Mea Flothuis. ...

Alice Hoffman: Zevende hemel. Vert. Mea Flothuis. Uitg. Anthos, 215 blz. ƒ 34,50. Tim Winton: In het holst van de winter. Vert. Mollie van Gelder. Uitg. Amber, 124 blz. ƒ 27,50. T. Coraghessan Boyle: Rivier van whiskey. Vert. Eugène Dabekaussen en Tilly Maters. Uitg. Contact, 230 blz. ƒ 32,90. Blanche McCrary Boyd: De revolutie van kleine meisjes. Vert. Anna Kapteyns-Bacuna. Uitg. Contact, 181 blz. ƒ 29,90. Blanche McCrary Boyd: De revolutie van kleine meisjes. Vert. Anna Kapteyns-Bacuna. Uitg. Contact, 181 blz. ƒ 29,90. Harold Pinter: De dwergen. Vert. Christien Jonkheer. Uitg. Bert Bakker, 195 blz. ƒ 39,50. Patricia Highsmith: Carol. Vert. Inge Kok. Uitg. De Arbeiderspers, 287 blz. ƒ 39,90.

De nieuwe roman van Alice Hoffman vraagt er dringend om verfilmd te worden en dat zal dan ook gebeuren (Warner Bros en Robert Redfords firma). Heldin Nora Silk is een daadkrachtige, mooie, slanke, nonchalante, licht bijgelovige moeder van twee jonge kinderen, gescheiden, en dat in 1959. Ze kan niet koken maar wel taarten bakken, haar zoontje Billy van zeven is helderziend, en ze koopt een huis waar het spookt middenin een hyperkeurige buurt. De Heks - want zo staat ze natuurlijk ogenblikkelijk bekend - werkt in een schoonheidssalon en verkoopt Tupperware maar wordt volstrekt genegeerd door al haar buurvrouwen. Een enkele buurman groet, en de meesten begeren haar.

Vaardig weeft Hoffman deze tot de verbeelding sprekende gegevens samen met een viertal subplots tot één lekker lezende roman waarin veel gebeurt en dat wat te dik is aangezet wel voor lief wordt genomen. Dat is vooral aan het begin van de roman, als de jaren vijftig burgerlijkheid van de buurt geschilderd wordt, en aan het slot. Naarmate de buurt binnens- en buitenshuis meer drama's meemaakt - die Hoffman overtuigender weet te beschrijven dan gelukkige wendingen - raakt Nora langzaamaan beter geaccepteerd. Uiteindelijk wordt De Heks zo ongeveer een goede fee die wratten doet verdwijnen en sekslevens opbloeien, maar dan zijn er al aardig wat onderdrukte verlangens, smarten en vijandschappen tot uitbarsting gekomen. Het zal Redford moeite kosten deze film te verknallen.

Alice Hoffman: Zevende hemel. Vert. Mea Flothuis. Uitg. Anthos, 215 blz. ƒ 34,50.

De jonge Australische auteur Tim Winton verwerkte terloops ook heksen in zijn schitterende, beknopte roman In het holst van de winter. Vier mensen, elkaars enige buren in een moerasdalletje ergens in de binnenlanden van Australië, vragen zich af welk vreselijk monster hun huisdieren en vee aanvalt. “"Wij hebben ook iets vervelends meegemaakt. Van de week.' Ik schonk nog wat bier in. "Er is een hond van de ketting gerukt. Een klein hondje. Er was niets meer van over, behalve z'n kop in de halsband.' ” Ook geiten en pluimvee worden verminkt en gedood, en een van de bewoners van De Poel oppert in bange verbijstering dat de heksenrituelen die door hippies in een ander dal met grote katten worden gepleegd uit de hand gelopen kunnen zijn. Maar elk van de vier lotgenoten blijkt zo zijn of haar eigen redenen te hebben om katachtigen te vrezen. Verdrongen herinneringen doemen uit het verleden op om hun bezitters te plagen. En ook de anderen, want dadelijk aan het begin merkt een van de vier betrokkenen, de verteller, op: “Het zijn mijn herinneringen, maar het is niet alleen mijn verhaal. Vreemd dat de herinneringen van andere mensen ook de jouwe worden.”

Het is verleidelijk om de met veel verbeeldingskracht geschetste angsten van de vier Poelbewoners te onthullen, maar dat zou zonde zijn. Het boek gaat, in minder enge zin, over de billijkheid van schuldgevoelens. Is de Bezetene met zijn talrijke onreine geesten uit het Bijbelverhaal - “Mijn naam is Legio, want wij zijn met velen” - ergens schuldig aan? Laten angstdemonen ons ooit los? Wie van Tip Maruggs boek De morgen loeit weer aan kon genieten mag zich dit mooie van Winton niet ontzeggen.

Tim Winton: In het holst van de winter. Vert. Mollie van Gelder. Uitg. Amber, 124 blz. ƒ 27,50.

De Amerikaan T. Coraghessan Boyle kan in een paar streken een wereld oproepen waarin je verbaasd wordt en-of moet lachen. Dat hij ook heel verschillende werelden kan scheppen, bewijst hij met de verhalenbundel Rivier van whiskey. Je moet wel een beetje gewillig zijn; wie halsstarrig vast wil houden aan de realiteit en het gewone gaat niet mee. De bundel opent met een verhaal over een kok die als een culinaire Hercules in drie keer probeert een onbevredigbare kookkunstcritica "die met haar adjectieven zwaaide als met een knots' tot een lovend stukje te brengen. Een van zijn andere personages probeert na de dood van haar hufterige man haar wereld te reinigen door alle waterkranen open te laten staan; een ander lijdt zo hevig aan smetvrees dat ze alleen nog wil vrijen in een condoom als een duikerspak; een geadopteerd jongetje ontpopt zich als een wrede bijenmaniak - Boyle's werelden zijn absurd en fantastisch, en niet vrij van cynisme en humor. In de bundel vertelt hij ook "echtemannenverhalen' (over een vuile oorlog, en over hunkeren naar seks in een ruige bergkolonie in Alaska); hij vertelt parabels en één mooi liefdesverhaal. In de negen bladzijden van het titelverhaal hoopt hij al de treurnis op die een alcoholische vader voelt als hij zijn zoontje van zich weg ziet glippen. Misschien is af en toe het slot van een verhaal het nét niet; maar dat ene verhaal over die oude dame die apen observeerde en na haar tropenjaren een enorme afgedankte chimpansee in huis neemt - met desastreuze gevolgen - maakt alles weer goed.

T. Coraghessan Boyle: Rivier van whiskey. Vert. Eugène Dabekaussen en Tilly Maters. Uitg. Contact, 230 blz. ƒ 32,90.

Binnen één bladzijde is bij Blanche McCrary Boyd de knappe jongen met die mooie scherpe sleutelbeenderen een papperige slagersbaas met een mond vol blauwige kronen achter een bureau. De revolutie van kleine meisjes lijkt aan het begin op weer zo'n bekentenisroman over een wilde jeugd in de jaren zestig en een hippe tijd daarna met drank, drugs, echtscheidingen, natuurvoedsel, multiseksuele experimenten en een Karma, maar dan een die te snel wordt afgespeeld. Opmerkelijk is alleen dat de ik-figuur, Ellen Jean, opgroeit op een oude plantage in een van de Zuidelijke staten, tussen de rednecks dus. Maar Boyd blijkt heel goed te kunnen variëren met haar tempo. Voeg daarbij het pittige karakter van haar Ellen Jean, een nieuwsgierig en obstinaat krengetje dat liever Tarzan dan Jane speelt en al op haar elfde cola met ammoniak drinkt, plus een snelle schrijfstijl en wat malicieuze humor, en deze roman heeft toch wel meer te bieden dan aanvankelijk lijkt. Als Ellen Jean uiteindelijk van de drank en drugs af is, met een liefhebbende vriendin samenwoont, lekker kookt en volop werk heeft gaat ze stemmen horen en kleine meisjes zien. Natuurlijk heeft dat te maken met haar moederbinding; zij is een karikatuur van een mens dat gecursiveerd praat over niets dan uiterlijke schoonheid, diëten en plastische chirurgie. Het boek is niet mooi vertaald, met veel letterlijks ("ik werd verondersteld') en met "nachtmutsje' voor nightcap.

Blanche McCrary Boyd: De revolutie van kleine meisjes. Vert. Anna Kapteyns-Bacuna. Uitg. Contact, 181 blz. ƒ 29,90.

- Geloof je in God? - Wat? - Geloof je in God? - Wie? - God. - God? - Geloof je in God of niet? - Of ik in God geloof? - Ja. - Wil je dat nog eens herhalen? - Neem een koekje. - Dank je. - Het zijn jouw koekjes. - Er zijn er nog twee. Neem er zelf ook een.

Harold Pinter schreef een roman. En hoewel De dwergen af was vóór al de toneelstukken, verscheen zijn enige roman pas zo'n 35 jaar later. Het boek bestaat vrijwel geheel uit Pintereske dialogen tussen drie jonge mannen en een vrouw, die elkaar geen flinter naderbij komen - “Maar ik ben van mening dat wij meer voorstellen dan dit wangedrocht dat wij vriendschap noemden. We hebben dat en elkaar niet goed begrepen, zoals we bijna niets goed hebben begrepen.”

Pinters enige roman lijkt vooral interessant voor Pinterologen.

Harold Pinter: De dwergen. Vert. Christien Jonkheer. Uitg. Bert Bakker, 195 blz. ƒ 39,50.

Als "Clare Morgan' publiceerde Patricia Highsmith in 1952 The Price of Salt, een voor toen gedurfde lesbische roman die gretig gekocht werd. Haast veertig jaar later verschijnt het boek, nu Carol getiteld, onder haar eigen naam. “(-) en daar heeft niemand aan gedacht: dat het contact tussen twee mannen of twee vrouwen absoluut en volmaakt kan zijn zoals het contact tussen een man en een vrouw nooit kan zijn en dat is misschien precies wat sommige mensen willen, zoals anderen de veranderlijkheid en onzekerheid verkiezen van het contact tussen mannen en vrouwen.”

Carol begint innemend met een (autobiografische) scène op een speelgoedafdeling van een groot warenhuis, waar de ene vrouw de andere een pop verkoopt. Highsmith brengt die hele verdieping tot leven; de treintjes, de beren, en vooral de poppen. En niet te vergeten de klanten: “Hebt u een pop van stof die kan huilen?”.

Er komt wel een beetje suspense in het boek voor, als de bedrogen echtgenoot een privédetective met afluisterapparatuur achter de jonge en de wat oudere vrouw aan stuurt om met bandjes vol liefdesgeluiden via de rechter voogdij over hun kind af te dwingen. Maar Carol is, hoewel niet van zwaar literair kaliber, in hoofdzaak een ongekend gezellige lesbische roman. "Clare Morgan' kreeg er honderden brieven van dankbare lezers voor.

Patricia Highsmith: Carol. Vert. Inge Kok. Uitg. De Arbeiderspers, 287 blz. ƒ 39,90.