Zeventje onvoldoende voor subsidie

In februari 1990 schreef de Amsterdamse psycholoog prof. dr. N.H. Frijda aan de NWO-stichting Psychon dat hij wilde proberen menselijke emoties in een computermodel onder te brengen en dat hij van plan was voor dit onderzoek subsidie aan te vragen. Psychon ontving in de loop van februari ongeveer honderd van dergelijke intentieverklaringen.

Frijda was een van bijna negentig onderzoekers die in mei een voorlopige aanvraag om subsidie indienden. Op een acht pagina's tellend formulier moest de vraagstelling van het onderzoek worden geformuleerd en de voorgenomen opzet worden beschreven. De subsidieaanvragen (bij Frijda ging het om zo'n 200.000 gulden gespreid over een periode van vier jaar) werden door commissies uit de werkgemeenschappen van Psychon beoordeeld en met alle indieners besproken. Zo'n zeventig van hen dienden in augustus hun definitieve aanvraag in, die wederom werden beoordeeld. Frijda scoorde in die beoordelingsronde goed: hij kreeg een negen.

In een vergadering van de werkgemeenschappen werden alle onderzoeksvoorstellen daarna nog eens besproken. Frijda's onderzoeksvoorstel werd toen lager gewaardeerd: de negen werd een zeven, onder meer omdat het panel van mening is dat het onderzoek vrijwel geen praktisch belang dient. Met die zeven, een van de bijna zestig resterende voldoendes, maakt het onderzoek geen kans meer op subsidie. Uiteindelijk kregen in november 18 onderzoekers de mededeling dat ze hun subsidie kregen. In totaal werd voor ruim zes ton aan subsidie toegekend, het bedrag dat in 1991 beschikbaar is.

De secretaris van Psychon, B.R. Rijkschroeff, schat de totale kosten van de beoordelingsronde - vergadertijd, reiskosten, het schrijven van beoordelingen - op zeker een miljoen gulden. Een miljoen gulden om zes ton te verdelen. Voor Psychon reden om de subsidierondes te beperken tot drie keer in de vier jaar.