Zenon voor leken

Zenon, een Grieks manager in de schaduw van de piramiden door W. Clarysse en K. Vandorpe Leuven, Clarysse en Vandorpe Uitgevers, 1990. 330 bfrs. Te bestellen bij de uitgevers: Blijde-Inkomststraat 21, 3000 Leuven

Na de dood van Alexander de Grote in 323 voor Christus verdeelden zijn generaals het wereldrijk onder elkaar. Egypte, dat negen jaar daarvoor van de Perzische overheersing was "bevrijd', viel aan Ptolemaios toe. Deze nam in 304 de koningstitel aan en stichtte als Ptolemaios I Soter de laatste dynastie aan de Nijl. Ptolemaios zette de Egyptische deur wagenwijd open voor de vele duizenden Grieken die het in hun overvolle vadersteden voor gezien hielden en ergens anders hun geluk wilden beproeven. Onder hen bevond zich een zekere Zenon. Hij werd rond 285 voor Christus in Kaunos geboren, een stadje in zuidoost Turkije.

Zenon wist zich een plaats te veroveren in het gevolg van Apollonios, een streekgenoot die het tot dioiketes, minister van financiën had gebracht. Hier maakte hij carri`ere. Hij trad vanaf 261 voor Christus op als Apollonios' handelsvertegenwoordiger, werd in 258 diens privé-secretaris en in 256 beheerder van een landgoed in de Fajoem dat de dioiketes van de farao had gekregen. Zenon was in al die functies loyaal ten opzichte van zijn werkgever maar zag er geen been in zijn eigen zakken te vullen. Hij vestigde zich te Philadelpheia midden in het landgoed en bleef daar wonen en werken na zijn ontslag (248 of 247) en ook nadat Apollonios in de nasleep van een troonswisseling van het politieke toneel verdween.

Niet bekend

Sebbach

In de Oudheid, en op veel plaatsen in het Midden Oosten nog steeds, werden huizen en andere bouwwerken opgetrokken met tichels: blokken ongebakken, gedroogde en met stro vermengde klei. Dit bouwmateriaal vervalt niet alleen behoorlijk snel, het verandert in de loop van eeuwen ook in vruchtbare grond. Hierover is de wanhoop bij archeologen even groot als de vreugde bij de boeren. Zij graven deze sebbach af en bemesten er hun schrale akkertjes mee. Hele antieke steden zijn op deze manier verdwenen. Wat de sebbach-gravers aan vondsten tegenkomen is volgens de Egyptische wet eigendom van de staat. Maar ja, dan moet er tijdens het graven wel iemand aanwezig zijn die toezicht houdt, de juiste kant op kijkt en niet voor eigen rekening werkt. En dat blijkt onveranderlijk wat veel van het toeval verlangd.

Op de plek waar ooit Philadelpheia stond, stootten in 1910 boeren die sebbach aan het graven waren op zo'n tweeduizend gebundelde papyri. Het was het complete en nagenoeg intacte archief van Zenon, geschreven in het Grieks en het demotisch (een cursieve vorm van het hiëroglyphische schrift). Voor papyrologen is een dergelijke gesloten vondst een buitenkans, maar de vinders hadden andere gedachten. Vanaf 1911 verschenen er (letterlijk) stukken en brokken van de papyri op de grijze markt. Met hun bekendheid stegen de prijzen en het gevolg was dat Zenons zo nauwgezet bij- en bijeengehouden archief via de hoogste bieders over Amerika, Europa en Egypte verspreid raakte. Onderzoekers moesten dus aan het werk met fragmenten van een wereld omspannende legpuzzel.

Pestman

In 1975 begon de Leidse hoogleraar W. Pestman met een internationale onderzoeksgroep aan een poging orde op zaken te stellen. Dit resulteerde 1980 in Greek and Demotic Texts from the Zenon Archive, een uitgave waarin veel van de toen bekende Zenon-teksten werden opgenomen. En een jaar later verscheen het tweedelige A guide to the Zenon Archive. Daarvan bevat Lists and Surveys een lijst van alle Zenon papyri met aantekening van het document-soort, de fase van Zenons carri`ere waarin het thuishoort en de data die er in voorkomen. Indexes and Maps biedt de meest uiteenlopende ingangen tot het archief. Het werk van de de onderzoeksgroep en het Zenon archief zelf zijn thema geweest van de vierde Belgische Papyrologen Dag in oktober 1990. Tegelijkertijd kwam Zenon, een Grieks manager in de schaduw van de piramiden uit, een boekje dat zijn weg naar Nederland pas laat heeft gevonden.

Een Zenon-voor-leken is het. Aan de orde komen de historische achtergrond, de opbouw van het archief, de samenhang daarvan met de fasen van Zenons carri`ere en een viertal thema's uit de inhoud. Verder wordt aan de hand van een voorbeeld uiteengezet voor welke problemen papyrologen bij hun onderzoek komen staan. Maar het aardigste en meest sprekende blijft natuurlijk toch de bloemlezing van brieven, passages uit brieven, notities en kattebelletjes die Zenon en zijn kennissen elkaar stuurden. De keuze is gelukkig en varieert van aanbevelingen om tijdens een naderend bezoek van de farao schade door fouragering of confiscatie te ontlopen, een smeekbede van een herbergierster die haar dochter ervandoor zag gaan met een getrouwde man, tot een aansporing een nieuwe brief te schrijven omdat de muizen het origineel hadden opgevreten.