Vrijlating komt dank zij geheim overleg

ALGIERS, 8 AUG. De vrijlating van John McCarthy is het directe gevolg van geheime onderhandelingen die de Britse regering ongeveer twee maanden geleden heeft gevoerd met Syrië.

De inzet van die onderhandelingen was om de relaties te herstellen, die door Londen werden afgebroken nadat een Jordaniër, Hindawi genaamd, enkele jaren geleden zijn zwangere, Ierse verloofde op een El Al-vliegtuig naar Israel zette met een bom in haar bagage die het toestel boven zee moest opblazen. Omdat het niets vermoedende meisje van het vliegveld Heathrow vertrok, ten einde zogenaamd in Israel met Hindawi te trouwen en omdat haar aanstaande echtgenoot zeer nauwe betrekkingen bleek te hebben met de hoogste leiding van een van de vijf veiligheidsdiensten van de Syrische president Hafez el-Assad, besloot de regering van mevrouw Thatcher dat alle betrekkingen met Syrië afgebroken moesten worden. Ze mochten pas weer hersteld worden wanneer de Syrische president publiekelijk berouw toonde en de opdrachtgevers van Hindawi zou ontslaan, respectievelijk bestraffen.

Aan die eis heeft Assad nooit voldaan. Hij zegde wel toe zijn uiterste best te doen om de gijzelaars in Libanon vrij te krijgen. Hij ontkende ook dat Syrië ooit rechtstreeks bij internationaal terrorisme was betrokken; het had hoogstens steun verleend aan de legitieme vrijheidsstrijd van door Israel onderdrukte Palestijnen. Daarmee nam men in Londen geen genoegen.

De Britse regering besloot ook - in tegenstelling tot Frankrijk, West-Duitsland en België - geen enkele concessie te doen aan de groepen in Libanon die zich van Westerse gijzelaars hadden meester gemaakt. Daarmee volgden de Britten het voorbeeld van de regering-Reagan, die zulke pijnlijke ervaringen had opgedaan met haar pogingen om gijzelaars los te kopen (Iran-contras-affaire: gijzelaars in ruil voor wapens aan Iran), dat er geen sprake meer was van verdere koehandel.

De ongeïnteresseerdheid van de Amerikaanse en de Britse regering om zaken te doen met de gijzelhouders in Libanon was buitengewoon vervelend voor de ontvoerders, maar ook voor hun beschermers Syrië en Iran. De Libanese groepen werden op kosten gejaagd, want hun gevangenen moesten kost, inwoning en strenge bewaking krijgen, terwijl Syrië en Iran door hun nauwe associatie met de terroristen niet alleen politiek, maar ook economisch geïsoleerd en bestraft werden.

Pag. 5:

Gijzelaars vormen koopwaar

Aan die situatie kwam een eind toen Saddam Hussein de Grote Vijand werd van zowel Syrië en Iran, als van het Westen. Met name Syrië werd een gezienebondgenoot in de anti-Saddam-coalitie. Als gevolg daarvan werd het overleg tussen Londen en Damascus hervat. Dat resulteerde in wederzijdse beloften.

Vandaar dat vorige maand de Britten tijdens een bijeenkomst van de ministers van buitenlandse zaken van de Europese Gemeenschap in Den Haag volstrekt verrassend aankondigden dat zij er geen bezwaar meer tegen hadden als de EG-lidstaten wapens aan Syrië zouden verkopen. Londen zelf zou dat niet doen, maar Parijs, dat in de startblokken staat voor wapenleveranties aan de Syriërs, kan dat nu wél doen. Minister Van den Broek vond als voorzitter van de raad van ministers het tijdstip van de Britse aankondiging zó moeilijk te verkopen aan de publieke opninie - op het moment namelijk dat de Verenigde Staten aankondigden dat men pogingen in het werk zou stellen om een eind te maken aan de wapenwedloop in het Midden-Oosten - dat hij de zaak nog even tegenhield.

De Britse onderminister van buitenlandse zaken Hogg legde toen ook uit dat Groot-Bittannië nu wel genoegen nam met de verklaringen uit Damascus dat Syrië alles in het werk zou stellen om terrorisme tegen te gaan. (Behalve natuurlijk tegen Israel, waarmee het in staat van oorlog is). Het was zo duidelijk als wat dat Londen van mening was veranderd omdat er goede vooruitzichten waren op een Syrisch-Israelische vredesconferentie, alsmede op vrijlating van de Westerse gijzelaars in Libanon.

Islamitische Jihad is, voor zover bekend, een van de shi'itische groeperingen die nauwe banden heeft met de harde, anti-regeringsvleugel in Iran. Maar de groep heeft, zoals de meeste terroristische groepen in Libanon, een zekere mate van autonomie en bewegingsvrijheid dank zij de onderhuidse Syrisch-Iraanse machtsstrijd in Libanon.

Het loslaten van een gijzelaar is - dat heeft het verleden getoond - vrijwel altijd bedoeld om de zaak van de gijzelaars weer in de publieke aandacht te brengen: een soort marketing. Men hoopt daarmee de aandacht op het te verkopen produkt te leiden, teneinde daarna echte zaken te doen.

Bij de huidige vrijlating heeft echter zonder enige twijfel de regering in Damascus ook een belangrijke rol gespeeld. Zij kan met militaire dreigementen de Libanese groepen tot concessies bewegen.

Daarmee bewijst zij haar grote nut als makelaar en bemiddelaar. De vrijlating van nog een Amerikaanse gijzelaar als extra smaakmaker is dan ook zeker niet uitgesloten, als inzet voor een gevangenenruil op grotere schaal, waarbij eventueel ook Israel zou worden betrokken.