"Vezelproducent La Seda blijft sterker achter dan hij was'; Akzo-voorzitter Loudon in verzet tegen Spaanse furie

ARNHEM, 8 AUG. Jhr mr A.A. Loudon, voorzitter van de raad van bestuur van chemieconcern Akzo, zit er echt mee in zijn maag. De Spaanse pers schildert hem af als de verpersoonlijking van de koele kille multinational, die de trots van Barcelona, de textielvezelfabriek La Seda (2300 werknemers) de nek omdraait.

Naar zijn eigen gevoel stelt hij juist alles in het werk om de continuïteit van die onderneming veilig te stellen. Zij het in afgeslankte vorm en zij het zonder Akzo, dat zijn belang van 57,5 procent in La Seda voor één peseta (1,8 cent) overdeed aan een advocaat.

De spanning is hoog opgelopen. Vooral tussen Akzo en enkele banken in Spanje. Vorige maand weigerden de Spaanse banken de salarissen van de La Seda werknemers uit te betalen. Akzo moest vanuit Arnhem snel 450 miljoen pesetaovermaken om dat toch te kunnen doen. Maar dat overkomt het bedrijf deze maand niet nog een keer. Het laatste stadium van het Catalaanse drama is wat Akzo betreft nu ingegaan.

Het concern heeft de banken aangeboden naast de 3,7 miljard peseta bankschuld van La Seda waarvoor het zich eerder gerant stelde ook nog 3,7 miljard peseta te betalen, zijnde 57,5 procent van de resterende schuld. Maar dan wel op voorwaarde dat de banken de financiering van een een inmiddels zelfstandig La Seda voortzetten. Doen ze dat niet, dan betaalt Akzo alleen de door haar gegarandeerde schulden en gaat La Seda zeker failliet.

Gaan de banken akkoord, dan houdt Akzo voor het afbetalen van 57,5 procent van de schulden van La Seda een renteloze achtergestelde vordering op La Seda, die voor de Spaanse onderneming als garantievermogen kan worden gezien. De onderneming, die ook nog waardevol onroerend goed bezit (het hoofdkantoor is naar schatting 60 miljoen gulden waard), moet daaraan genoeg hebben om te overleven.

Loudon zegt de zaak juist fatsoenlijk te hebben willen afhandelen: “Ze doen alsof Akzo zich er niks van aantrekt. Maar zo is het niet. We hebben het van alle kanten bekeken. Ja, we lopen weg, maar zo dat we de onderneming sterker achterlaten dan ze was. En zo dat de banken de financiering veilig stellen.”

Akzo krijgt in zijn ogen ten onrechte de zwarte piet toegespeeld. Loudon: “Andere (Amerikaanse) bedrijven zijn in Spanje weggegaan, zonder een cent te betalen en zonder dat daar een haan naar kraaide. Ze worden zelfs weer teruggelokt met investeringspremie's.”

Sluiting van La Seda, in goed overleg met alle betrokkenen, is onmogelijk, aldus Loudon. Volgens hem zou afvloeiing van het personeel 100.000 gulden per werknemer kosten, en onderhandelingen daarover met de vakbonden, die juridisch veel bescherming genieten, zouden heel lang kunnen duren. Dat betekent dat Akzo voor een onbekende periode nog steeds haar deel van de inmiddels tot 100 miljoen gulden op jaarbasis opgelopen verliezen van La Seda voor haar rekening zou moeten nemen. “Dat kan ik mijn aandeelhouders, maar ook de andere werknemers in het concern, niet aandoen,” aldus Loudon, die niet ontkent dat zijn bod aan de banken eigenlijk een eenmalige afkoopsom is.

Hij weerspreekt wel dat Akzo, jarenlang achtervolgd door het verwijt van beleggers dat ze destijds bij de sanering van vezeldochter Enka door de knieën ging voor Nederlandse bonden, in Spanje wil laten zien ze een hardere onderneming is geworden. Akzo zwichtte toen bij de bezetting van de Enka-vestiging in Breda voor de eisen van de Nederlandse bonden, nadat de Duitse bonden al akkoord waren met de sanering.

Pag. 12:

Akzo: La Seda is niet leeggezogen ;"We hadden La Seda eerder moeten herstructureren'

De huidige situatie is volslagen verschillend, aldus Loudon. De sanering van de Westeuropese vezelindustrie in de jaren zeventig ging aan de Spaanse bedrijven voorbij. Die waren veilig achter tariefmuren en moeten pas sinds Spanjes entree op de Europese markt echt concurreren. “Je kunt zeggen dat we dat eerder hadden moeten voorzien en dat we La Seda eerder hadden moeten herstructureren. Maar dat was, voordat de onderneming in 1990 echt in de verliezen kwam, onmogelijk. La Seda heeft een breed produktenpakket en daarin zou fors moeten worden gesnoeid. Opheffen van een hele afdeling was voor het Spaanse management onaanvaardbaar.”

Al lijken de problemen bij La Seda onverwachts tot een climax te zijn gekomen toen de top van Akzo in juli een saneringsvoorstel van de La Seda top (dat 700 arbeidsplaatsen zou kosten) als “onvoldoende” afwees, Akzo is al langer in de weer om de structureel ongunstig geachte positie van La Seda te verbeteren. Toen de Spaanse toetreding tot de EG in zicht kwam, is Akzo al gaan praten met Spaanse collega's over een gezamenlijke oplossing, bijvoorbeeld via ruil van produktenpakketten. Zonder succes. Bij de Spaanse overheid is daarna een bijdrage voor herstructureringen gevraagd. Die kwam te laat en was te weinig. Toen is Akzo gaan praten met La Seda's grote afnemers, de Spaanse textielfabrikanten, of die niet deel wilden nemen. Ook dat had geen resultaat. In arren moede bood Akzo La Seda aan de banken te koop aan. Toen die besprekingen afketsten, kwamen er opeens allemaal minder serieuze figuren opdagen met overnameplannen.

In Spanje wordt het voorgesteld alsof Akzo La Seda heeft leeggezogen. Sinds 1969 heeft Akzo maar 584 miljoen peseta in La Seda geïnvesteerd en 7170 miljoen peseta opgestreken aan dividend en andere betalingen, zoals voor licenties, zo zeggen banken en vakbonden.

“Niet waar,” zegt Loudon, die andere cijfers toont: tussen 1985 en 1990 heeft La Seda nog 270 miljoen geïnvesteerd bij 125 miljoen aan afschrijvingen. Alle kasstroom mocht de onderneming houden. Sinds 1985 heeft Akzo geen dividend gekregen. Tot het derde kwartaal van vorig jaar ontving Akzo inderdaad wel wat aan royalties, maar daar stonden ook kosten voor Akzo tegenover. “Onze mensen moesten er steeds heen.”

Loudon heeft het niet makkelijk met de Spaanse manier van zaken doen: “Voordat ik hier de voorstellen van de tegenpartij kreeg, stonden ze daar al in de krant! Zo'n manier van onderhandelen heb ik nog nooit mee gemaakt. Alles wat je zegt, ligt meteen op straat.”

De tegenpartij, waartoe inmiddels ook het management van La Seda lijkt te behoren, schuwt volgens Loudon het theater evenmin. De advocaat die Akzo's aandeel overnam, werd tweemaal niet op de aandeelhoudersvergadering toegelaten.

Toch heeft Loudon hoop op een goede afloop. Hij heeft zijn aanbod aan de banken als hefboom om hen te bewegen La Seda in afgeslankte vorm te helpen voortbestaan.

Maar zal Akzo, dat in andere Europese landen vezelfabrieken heeft die met overcapaciteit kampen, dan niet La Seda kapot concurreren? Loudon: “Zonder onze technische ondersteuning zou het rayon-bedrijf daar binnen de korste tijd moeten stoppen.” Maar dan wat vriendelijker: “Laten we in ieder geval zorgen dat niet een derde partij met de klanten van La Seda wegloopt. Wij zullen hun klanten niet inpikken. Maar als La Seda de benodigde kwaliteit niet kan leveren, moeten we zorgen dat ze niet naar een ander gaan.”

Loudon geeft een vergelijking: “Als alle emotionaliteit wegebt, kunnen we gewoon als zelfstandige ondernemingen handelen. Het is net als na een echtscheiding. Soms kunnen de voormalige partners dan na een tijdje verstandiger met elkaar praten.”