VENETIAANS RENAISSANCE DRUKWERK IN HET PALEIS OP DE DAM; Herauten van het humanisme

Tentoonstelling "Venetië, stad van de drukkunst. Pronkstukken uit de vijftiende en zestiende eeuw in Nederlands bezit'. T-m 8 sept. Koninklijk Paleis, Dam, Amsterdam. Dag 12.30-17u. Catalogus ƒ 5. Inl 020-6248698.

Het Paleis op de Dam toont - nog altijd ter gelegenheid van de manifestatie Amsterdam-Venetië - Venetiaanse hoogtepunten van renaissancistische boekdrukkunst, afkomstig uit Nederlands bezit en bijeengebracht in samenwerking met de belangrijkste Nederlandse bibliotheken. "Pronkstukken uit de vijftiende en zestiende eeuw' luidt de ondertitel en inderdaad doorloopt deze tentoonstelling alle graden van praalzucht tot schoonheid. Statusbewust schittert elk boek hier om het hardst: dank zij de buitengewone typografie, illustraties of inhoud, maar ook door elementen die met het eigenlijke drukken niets te maken hebben, zoals handmatig aangebrachte versieringen.

De bezoeker rest weinig anders dan dit te erkennen en zich, m`et de catalogus, te laten ontroeren door een vroege houtsnede van Venetië met gondeliers in spitse peultjes, of juist te laten imponeren door een Latijnse uitgave uit 1472 van Scipio's droom, voorzien van een fluwelige, karmozijnrode openingspagina met geschilderde edelstenen, parels en siersmeedwerk. Hij mag zich verbazen over de vorstelijke typografie van een medisch standaardwerk en de intieme bescheidenheid van een populair schaakhandboekje en zal ten slotte in de ban raken van zons- en maansverduisteringen in zwart en citroengeel in een Calendarium uit 1476. Of liever gezegd, van deze laatste juist niet meer. Nauwelijks had de spectaculaire eclips van 11 juli plaatsgegrepen, was de zon tot ontzetting van Navajo-Indianen door de maan opgegeten en liep de Amerikaanse handel in "blikjes duisternis' en "eclips-donuts' op haar einde, of ook de Venetiaanse zonsverduisteringen in het Paleis waren verduisterd. Het boek ligt nu opengeslagen op de decoratieve, tweekleurige titelpagina die, wegens de vermelding van een jaartal, imprint en uitgebreide titelbeschrijving, als de eerste echte titelpagina in de geschiedenis van het boek geldt.

"Boekvormelijke' revoluties, niet eens het eerste thema hier, doen zich op de tentoonstelling veelvuldig voor, omdat de gekozen periode (1470-1600) de vroegste en misschien wel meest onrustige is in de geschiedenis van het gedrukte boek. De vernieuwingen bereikten Venetië allereerst via de vernieuwers zelf. Aangetrokken door de welvaart waren het Duitsers als Johannes en Vindelius de Spira, Erhard Ratdolt, J. Herbort de Seligenstadt en Bernhard Maler die er de eerste drukpersen oprichtten en met hun uitgaven de grondslag legden voor wat door historici sindsdien eenstemmig bezongen is als de glorieuze Venetiaanse drukkersdynastie. Een van die "grote begunstigers van de moderne beschaving' - lofzang van de Amerikaanse drukhistoricus Douglas McMurtrie - was Nicolaus Jenson, een Franse stempelsnijder die zich na een drukkersopleiding in Duitsland in Venetië vestigde en zijn grootste faam verwierf door zijn vertaling van het daar florerende handschrift, de humanistische minuskel, in een drukletter: onze "romein'. Deze letter, door historici gekwalificeerd als vrijwel ongeëvenaard - spijtig voor de vele tienduizenden lettertypen die nadien verschenen zijn - werd verfijnd door Aldus Manutius, een Venetiaanse drukker van Italiaanse afkomst, die nog een stap verder ging en een humanistische cursief liet snijden voor zijn onberispelijke zakedities van de klassieken. Van diezelfde Manutius ligt hier de "Poliphilus', een hoogtepunt (alweer) van geïllustreerde boekkunst.

Bijna fascinerender dan de vernieuwingen zelf is het contrast tussen de gelijktijdse mogelijkheden: op hetzelfde moment dat de ontdekking van Amerika in geografische studies een rol gaat spelen, dat het bijgeloof over de gang van hemellichamen wordt bestreden met statistische studies en dat Aldus Manutius met zijn klassieke edities herauten van het humanisme de wereld instuurt, verschafte vooral de theologische sector van het uitgeversbedrijf zekerheid met ouderwetse lijvige tweekolomsfolianten in een gotische drukletter die, voorzien van een maximum aan handschriftelijke elementen - pennewerk in de marge, gerubriceerde hoofdletters, opgesmukte initialen - in niets onderdoen voor de middeleeuwse codices.

Hoewel in het Paleis verschillende aspecten van het Venetiaanse renaissanceboek aan de orde worden gesteld, gaat het er bovenal om schoonheid in druk. Zelfs in het wat dorre proza van de technische catalogusbeschrijvingen klinkt bibliothecaire vervoering door met termen als "levendig', "fraai' of zelfs "magnifiek'. Het prestige van de Venetiaanse vedettes blijft dus onverminderd van kracht, en niet alleen bij bibliofielen maar ook bij ontwerpers. Dat deze bewondering nog altijd navolging kan afdwingen bleek onlangs toen in Amerika de letterontwerper en verzamelaar George Abrams zijn eigen drukletter "Abrams Venetian' lanceerde, een merkwaardig, met engelengeduld samengesteld distillaat van Jensons letters.

De tentoonstelling trekt nu nog vooral Italiaanse toeristen maar dat kan veranderen. Bij deze wordt ze iedereen aanbevolen die zich voor drukgeschiedenis en boekverzorging interesseert. Een ironische speling van het lot - het kunstboekenfonds van de SDU ontbond onverhoopt de contracten - wil dat de catalogus van deze honderddertig pronkstukken zelf in een simpel gewaad steekt en daarmee haalbaar is voor ieders spaarvarken.

Foto: links: De droomverbeeldingen in Francesco Columna's Hypnerotomachia Poliphili (1499) worden toegeschreven aan de schilder Benedetti Bordone van Padua. De typografie is van Aldus Manutius. midden: Op de in rood en zwart uitgevoerde titelpagina van Johannes Regiomontanus' Calendarium staan voor het eerst de namen van drukker, illustrator en jaartal (1476) vermeld. rechts: De figuurtjes in het Astrolabium planum in tabulis ascendens van Johannes Angelus, gedrukt in 1494, moeten duidelijkheid scheppen in planetenconstellaties, horoscopen en toekomstige zaken.