SENSUELE FILM OVER DE ANGST VOOR EEN VASTE VERBINTENIS; Keuvelend moed verzamelen

Nuit d'été en ville. Regie: Michel Deville. Met: Jean-Hugues Anglade, Marie Trinitignant. Amsterdam, Desmet; Utrecht, Springhaver; Nijmegen, Mariënburg.

Twee mensen in een klein appartement. In de zoele nacht scharrelen ze over de houten vloeren, van het ene vertrek naar het andere. Van het bed naar het bad, van de cd-speler naar het raam, van de sofa naar de keukentafel. Nu eens volgt de man de vrouw, dan weer loopt hij een eindje weg en komt zij achter hem aan. Ze praten constant, ze raken elkaar veelvuldig aan. Tot het ochtendgloren stellen ze vragen, ontwijken ze antwoorden, vertellen ze verhalen (echte over vroeger, bedachte om elkaar op te winden), theoretiseren ze, en dat alles steeds wervelend rond erotiek, eenzaamheid en de kansen van de liefde.

Kan zulk doelloos gedrentel, kan zo'n oeverloos gesprek voldoende visueel worden gemaakt om een speelfilm lang te boeien? Ten dele. Nuit d'été en ville van Michel Deville (naar een scenario en met dialogen van Rosalinde Deville) zakt meermalen af naar een angstig saai niveau, maar regisseur en scenariste weten bijna steeds na een minuut of wat ons (en hun film) te redden. Rosalinde Deville doordat ze de gesprekspartners dwingt tot een, onverwachte maar invoelbare, wisseling van mening, stemming, woordkeus (de ondertitels zijn meestal excellente vertalingen); Michel Deville doordat hij zo'n kuil in het tweegesprek overbrugt met plotselinge accenten op de lichamen van het paar. Hij nadert heel dicht tot een voet, hij vangt de buiging van een arm. Of hij verwijdert zich juist, zodat zichtbaar wordt hoe de lichamen van het stel zich tot elkaar verhouden, of ze op dat moment bij elkaar passen of elkaar juist ontwijken.

Nuit d'été en ville begint wanneer Emilie (Marie Trintignant) en Louis (Jean-Hugues Anglade) in het schijnsel van één lampje liggen na te genieten van het liefdesspel dat zij, voor het eerst met elkaar, hebben gespeeld. Ze ontroerden elkaar sterker dan ze willen toegeven en dat maakt ze bedeesd. Ze zijn geen debutanten, ze zijn ervaren minnaars, elk met een volwassen geschiedenis op het gebied van erotiek en relaties. Dus schamen ze zich wel voor hun gemoedstoestand en niet voor hun naaktheid, want die deelden ze al vaker met een relatief onbekende.

Deville beschilderde met zijn mooie licht warm de twee tevreden lichamen en hij volbracht een heksentoer door die blote lijven nooit een ogenblik gênant te laten zijn. Preuts filmen is er niet bij, een laken kan wegglijden wanneer dat nu eenmaal wegglijdt en van plots kuis schaduwspel ter hoogte van een geslacht is geen sprake. Banaal wordt dat niet. Bewegingen en gebaren passen bij de situatie, de nadruk ligt niet op barre seks. Deville regisseerde Nuit d'été en ville af en toe onverhuld erotisch, maar voor pornografie interesseert hij zich niet. Van g`ene bij de camera is pas sprake als het tweetal, halverwege de film, langzamerhand aangekleed raakt. Wanneer die g`ene overwonnen is, wanneer er, zij aan zij, gekleed wordt ingeslapen, staan Rosalinde en Michel Deville zich toe de minnaars van één nacht los te laten, hopend dat ze het met elkaar redden, al is het maar voor een tijdje.

Emilie en Louis weten voldoende van de liefde om er niet aan te willen beginnen. Liefde, zo leerden ze beiden, impliceert onzekerheid, verraad en eenzaamheid. "Ik begin geen affaires,' zegt Emilie, "er komt altijd een eind aan.' Maar ook bekent ze van "mislukte affaires' te houden, want die "zijn altijd mooi'. Louis zegt van meisjes te houden "waar ik niet op val'. Die kunnen hem minder kwetsen. Uiterst voorzichtig zijn ze beiden, op hun hoede, cynisch en afhoudend. En toch beweert Louis al heel snel bij Emilie in te willen trekken. Provoceert hij? En toch huilt Emilie als ze denkt dat hij de deur achter zich heeft dichtgetrokken. Zelfmedelijden? Een ding weten ze zeker: "Ik ben niet verliefd'. En om dat te bewijzen voegen ze elkaar stekende hatelijkheden toe.

Maar om verliefdheid moeten Louis en Emilie zich niet bekommeren. Verliefdheid is bijzaak. Leuk voor wie het geluk heeft erdoor te worden getroffen, een gepasseerd station voor dit stel. Er staat meer op het spel. Ze moeten alleen nog moed verzamelen.

Die moed vergaren ze met hun gekeuvel, terwijl ze ook schuchter elkaars lichamen blijven benaderen. Intimiteiten worden uitgewisseld ("plas jij wel eens in het bad?'), er wordt uit de tent gelokt, gelogen, verleid. Er wordt uit de school geklapt over eerdere verhoudingen en indiscreet gehengeld naar soortgelijke ervaringen van de ander. Koketterietjes worden afgewisseld met woeste spontaniteit. En er wordt somber getheoretiseerd over de weg die een vaste verbintenis gaat: trouwen, kinderen, overspel, ouderdom ("de stille wanhoop van oude stelletjes' die in een restaurant alleen nog maar eten, want te zeggen hebben ze niets meer) - tussen de bedrijven door passeert hun complete eventuele verbintenis de revue.

Nuit d'été en ville is een mooie, sensuele film, ondanks zijn haperende momenten en af en toe te zwaarwegende pretenties. Wie die voor lief neemt, zal welgemoed drinken van de speelse wijsheid waarmee de film het bochtige ezelspaadje beschrijft dat de moderne tijd uitstippelde voor oprechte maar verschrikte geliefden.