Rimpels (2)

In hun artikel over rimpelbestrijding (W&O van 25 juli) gaan dr. A.C. de Groot en dr. J.J.E. van Everdingen in de aanval tegen het internationale cosmeticabedrijf Korff. Korff brengt rimpelbestrijdende cosmetische produkten op de markt waarin vitamine A-alcohol (retinol) is verwerkt.

Na gebruik van vitamine A-zuur (tretinoïne) worden rimpels weliswaar minder scherp, verbleken bruine vlekken en wordt de huid minder ruw en slap, maar dit middel heeft ook enige negatieve bijwerkingen. De Korff-produkten met vitamine A-alcohol (retinol) hebben volgens De Groot en Van Everdingen geen enkele cosmetische werking op de huid.

Korff heeft al in diverse procedures moeten aantonen dat haar produkten, waarin vitamine A-alcohol (retinol) is verwerkt, geen nadelige bijwerkingen hebben en wel rimpelbestrijdend werken. Zo stond Korff onlangs voor de President van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, omdat Konsumenten Kontakt een rectificatie en een advertentie-verbod vorderde. In deze kort-gedingprocedure maakte Konsumenten Kontakt gebruik van een rapport over de werking van vitamine A-alcohol, vervaardigd door dr. A.C. de Groot. De conclusie van dr. De Groot luidde dat de door Korff gemelde onderzoeken niet bewijzen dat de haar cosmetische produkten in staat zijn om verouderingsverschijnselen van de huid tegen te gaan of te voorkomen.

In deze procedure heeft Korff een aantal internationale wetenschappelijke rapporten in het geding gebracht die bevestigen dat de vitamine A-alcohol (retinol) die Korff in haar produkten verwerkt, wel degelijk verouderingsverschijnselen van de huid tegengaat. Op grond van deze rapporten, onder meer afkomstig uit Duitsland, Italië en de Verenigde Staten, houdt Korff staande dat vitamine A-alcohol (retinol) wel rimpelbestrijdend werkt zonder de nadelige bijwerkingen van vitamine A-zuur te hebben. Dr. De Groot kent die rapporten, maar weigert ze te geloven.

Op 1 augustus 1991 heeft de President van de Rechtbank te Amsterdam bepaald dat de rapporten van Korff op voorhand de beweringen van Korff inderdaad voldoende lijken te onderbouwen. De conclusies van de rapporten van Korff laten zich - aldus de President - in ieder geval in dit stadium niet ontkrachten door een enkele, hoe waardevolle rapportage ook van een door Konsumenten Kontakt ingeschakelde deskundige (dr. De Groot). Eerder - en wel in oktober 1990 - oordeelde het College van Beroep - een instantie die tot taak heeft in hoger beroep reclame-uitingen te toetsen aan de bepalingen van de Nederlandse Code voor het Reclamewezen in gelijke zin. Dit College oordeelde dat de rapporten de gevolgtrekking rechtvaardigde “dat Retinol inderdaad een zeker cosmetisch effect heeft, in die zin dat de huid bij gebruik van een Retinolhoudende cr`eme een gladder aanzien krijgt”.

Ondanks deze uitspraken heeft dr. De Groot in samenwerking met dr. Van Everdingen gemeend toch in deze krant Korff publiekelijk te moeten aanvallen en wel juist op het moment dat de zaak van Korff tegen Konsumenten Kontakt onder de rechter was. Dit is flauw en Korff lijdt hierdoor schade. Het lijkt erop, dat nu de rechterlijke instanties de mening van dr. De Groot niet doorslaggevend achten en rectificaties en wat dies meer zij weigeren, dr. De Groot voor eigen rechter wil spelen.