Onderhandelingen in plaats van abrupte machtoverdracht; Het ANC kan nog niet regeren

Zoals elke hervormer loopt ook de Zuidafrikaanse president Frederik de Klerk het risico te verzanden in goede voornemens en mooie beloftes. Hij neemt zich voor om het oude te laten afsterven en het nieuwe te scheppen. Hij oogst lof voor zijn initiatief, maar hij merkt al snel hoe moeilijk het is om het proces van hervormingen ook af te maken. Tegenkrachten, oude machten en nieuwe troonpretendenten liggen op de loer. De hervormer zal slagen als hij het politieke toneel domineert, het initiatief behoudt en elke wederpartij een stap voor is, zoals een schaakmeester. Als hij het initiatief verliest, wordt hij een speelbal van de krachten buiten zijn macht: een probleem waarmee Sovjet-leider Gorbatsjov kampt.

Even leek het erop dat De Klerk zou vastlopen toen het schandaal om de betalingen voor de Zulu-beweging Inkatha opdook. Hij reageerde aanvankelijk laks en wachtte tien dagen met een verklaring. De geruchten kwamen op gang. Hij zou geen controle meer hebben over zijn ministers en niet in staat zijn om harde maatregelen te nemen tegen conservatieven in politie en leger. Het schandaal ging niet zozeer om de betalingen aan Inkatha. Zulu-leider Mangosuthu Buthelezi kreeg Zuidafrikaans overheidsgeld voor betogingen tegen economische sancties, zoals protestgroepen in Nederland acties organiseerden vóór sancties, ook op kosten van de belastingbetaler. Inkatha krijgt geld van rijke zakenlieden uit Groot-Brittannië en de VS, zoals het ANC jarenlang kon rekenen op steun uit Moskou en donaties van de Lybische leider Gaddafi. Niet de financiering van de Zulu-leider, maar de geloofwaardigheid van De Klerk stond op het spel. Kan hij, de hervormer, speler en scheidsrechter tegelijk zijn? Beraamt hij snode plannen om zijn gesprekspartner achter hun rug te verzwakken?

De Klerk behield zijn geloofwaardigheid door een ingrijpende herschikking van zijn kabinet. Twee ministers die het doelwit van kritiek waren, Adriaan Vlok (politie) en Magnus Malan (defensie) kregen lagere posten. De herschikking was in zekere mate vernederend voor de twee oud-gedienden. Vlok wordt als minister voor correctieve diensten een veredelde cipier. En Malan - de generaal die zo kordaat optrad tegen het Cubaanse Afrika Korps in Angola - is de minister van bosbeheer geworden, een veredelde boswachter. Na tien jaar van harde strijd tegen de roden, kan hij zich nu aansluiten bij de groenen.

Het was een handige zet van De Klerk om het duo in het kabinet te houden. Want buiten de regering zouden Vlok en Malan meer schade kunnen aanrichten dan op hun lagere posten. Zij zouden een rechtse factie in de regerende Nationale Partij kunnen vormen en bij het aftreden van de twee ministers - tevens parlementsleden - zouden ook twee tussentijdse verkiezingen nodig zijn. Een uitgelezen kans voor de Conservatieve Partij om zout in de wonden te wrijven.

De Klerk heeft zijn geloofwaardigheid kunnen behouden door de twee hardliners te vervangen door twee bewindslieden uit onverdachte hoek. Ex-zakenman Hernus Kriel op de hoge politiepost, en de jonge Roelfie Meyer, die geen enkele militaire achtergrond heeft, op defensie. De Klerk heeft "Inkathagate' - eigenlijk een spook uit de kast van Pieter Botha's veiligheidssysteem - gebruikt om schoon schip te maken en het kabinet te hervormen naar eigen inzichten. Zoals gebruikelijk overleefde minister van buitenlandse zaken "Pik' Botha het schandaal, terwijl juist hij de betalingen had verricht. Maar Botha is een politicus die kan debatteren, acteren en veinzen als geen ander. Botha is de Gromyko onder de Boeren, hij heeft alle kenmerken van een kameleon.

Nu het stof weer is gaan liggen staat de trein van onderhandelingen nog steeds op de rails. De Klerk heeft het initiatief behouden, en hij heeft een situatie van verlies omgezet in winst. Buthelezi is voorlopig de verliezer. Hij zal aan de onderhandelingstafel niet verder komen dan de rol van "junior partner'. De tragiek van de Zulu-leider is dat hij steeds tussen twee vuren staat. Aan het zwarte front werd hij als de rivaal van het ANC een doelwit van radicalen, en als tegenstander van sancties een vriend van de zakenwereld. Het ANC probeerde hem uit te schakelen, de regering wilde hem voor haar karretje spannen. Maar in het isolement van Buthelezi schuilt het gevaar dat hij sterker zal inspelen op het krijgshaftige Zulu-nationalisme. Hoe het ANC de bal ook speelt, zonder Zulu's zal er in Zuid-Afrika geen akkoord mogelijk zijn. De marginalisering van deze grootste stam leidt tot meer geweld in de woonoorden.

Als het ANC het bot van het "Inkathagate' heeft afgekloven zal het zich steeds meer richten op de eis van een interim-regering. Voor de leiding van het ANC is een tussentijds bewind een stap in de richting van "machtsoverdracht'. Toch zal het ANC voorlopig nog enige tijd in Johannesburg - in de burelen van het voormalige Shell-gebouw - resideren en niet in Pretoria's Unie-gebouwen. De oorzaak is simpel: het ANC is nog niet "regierungsfähig'. Het ANC is nog steeds een brede beweging en heeft verzuimd om zich om te vormen tot een politieke partij. Het ANC is anderhalf jaar na de vrijlating van Nelson Mandela nog niet verdergekomen dan het produceren van veel slogans en tegenstrijdige uitspraken. De Mandela-legende is verbleekt. De ANC-leider reist over de wereld, hij prijst in de VS de vrije markt en in Havana de Cubaanse revolutie. Mandela "is playing the audience'. Hij zegt wat zijn gehoor wil horen, maar verzwijgt wat het ANC wil.

Na jarenlange strijd is het ANC geobsedeerd door de staatsmacht, zoals ook de Nationalisten zich helemaal in de regeringsmacht vastbeten toen ze in 1948 aan het bewind kwamen. Het ANC denkt dat een "meerderheidsbewind' een wondermiddel is voor alle kwalen en er pas democratie is als het zelf regeert. Maar dat is niet zo. “Inderdaad, 'n blote meerderheidsregering waarborg nie demokrasie nie. Die ANC, zonder die gepaardgaande koherente ideologie, maar gekweek en geweek in 'n kultuur van Stalinisme, sal terugval op die Struggle, 'n soort blinde verset, al hoe meer populisties. En - as Winnie haar sin kry - al hoe meer rassisties.” Deze woorden zijn niet afkomstig van een cynicus, maar van Breyten Breytenbach, geschreven in het blad Die Suid-Afrikaan.

H`et obstakel voor regierungsfähigkeit van het ANC is zijn verwevenheid met de Zuidafrikaanse Communistische Partij, de SACP. Het ANC doet steeds uiterst geheimzinnig over wie lid is van de SACP, dat in feite een "politieke loge' in de zwarte beweging is. De SACP-leider, Joe Slovo, blijft vasthouden aan het idee dat het socialisme van nature goed is. De mislukking in Oost-Europa is volgens hem toe te schrijven aan een foutieve uitvoering van de beginselen. Maar Oost-Europa toont juist aan dat elke socialistische maatschappij van nature tot mislukken is gedoemd. Angola, Mozambique en Ethiopië laten zien dat de "tropische varianten' ook falen. Zelfs de Sovjet-Unie waarschuwt het ANC voor dwaalsporen. “Onze bondgenoten moeten het recht hebben om hun eigen fouten te maken, maar ze moeten niet het recht hebben de onze te herhalen”, aldus Sovjet-afgevaardigde Vladimir Schoebrin onlangs op het ANC-congres in Durban.

Het ANC heeft moeite om het socialisme te laten varen omdat de consequentie pijnlijk is. Als dit ideologische bindmiddel wegvalt, zal blijken dat het ANC vooral steunt op de Xhosa-stam en stedelijke zwarten. Naarmate het socialisme wegebt, komt de etniciteit in de ANC-gelederen sterker naar voren. De top van het ANC bestaat vooral uit Xhosas's. Blanke steun heeft het ANC vrijwel niet, terwijl kleurlingen en Indiërs - die ook leden onder de apartheid - overlopen naar de Nationale Partij.

Zuid-Afrika bevindt zich nu in een interregnum, zoals het grootste deel van Afrika dertig jaar geleden tijdens de dekolonisatie. De machtsoverdrachten voltrokken zich vaak snel en ongeordend: de macht kwam op straat te liggen. Revolutionairen verslonden gematigden, verkiezingen werden beslist door de loop van het geweer. Nieuwe heersers maakten oude fouten, bevrijders werden tot despoten.

Zuid-Afrika moet die fout niet maken: het einde van de apartheid staat vast, maar wat ervoor in de plaats komt is nog een open vraag. De uitkomst van het stapsgewijze hervormingsproces moet een gemengde, gematigde regering zijn. Daarvoor is niet een abrupte machtsoverdracht, maar onderhandelingen het beste instrument. Zuid-Afrika zal een land worden met een andere regering, een andere vlag en een ander volkslied. Het "Nkosi sikeleli Afrika' moet klinken in een democratisch Zuid-Afrika, een land waarin de meerderheid regeert en de minderheid zich veilig voelt. De overgangsperiode van ongeveer drie jaar is niet alleen bedoeld om het blanke machtsmonopolie te breken, maar ook om het ANC met twee benen op de grond te zetten.