Nederlands astronoom betrokken bij vondst galactisch monster

Europese sterrenkundigen, onder wie de Nederlander dr. Paul P. van der Werf (onlangs nog schrijver van een "Hollands Dagboek' in deze krant), hebben sterke aanwijzingen gevonden voor een enorme concentratie van materie in de kern van een naburig melkwegstelsel, dat bekend staat onder de aanduiding NGC1068.

Het is nog niet duidelijk wat de samengebalde materie - met een massa van ruim een miljard maal de massa van de zon - precies is, maar een zogenaamd zwart gat behoort zeker tot de mogelijkheden.

De nieuwe waarnemingen van NGC1068 werden uitgevoerd door Paul van der Werf, Alfred Krabbe, Markus Blietz en Reinhard Genzal van het Max Planck Institut für Extraterrestrische Physik bij München, en Martin Ward van de universiteit van Oxford. Ze maakten gebruik van de 4,2-meter William Herschell Telescoop (een van de grootste waarnemingsinstrumenten ter wereld) op de rand van een uitgedoofde vulkaan op het Canarische eiland La Palma. Centraal bij hun observaties stond de toepassing van een infrarood-camera, waarvan het instrumentarium werd gekoeld tot min 269 graden Celsius (slechts vier graden boven het absolute nulpunt).

Het voordeel van dergelijke infrarood-waarnemingen is dat daarmee door de stofmassa's heen gekeken kan worden. Die stofmassa's onttrekken de kern van het stelsel aan het oog. De gehanteerde techniek leidde tot de ontdekking van een ring van zeer heet gas in het centrum van het stelsel. De hoge temperatuur van dit gas, circa 2000 graden Celsius (ter vergelijking: de oppervlaktetemperatuur van de zon bedraagt ongeveer 6000 graden), wordt veroorzaakt door de nabijheid van de materie-concentratie.

Uit nauwkeurige waarnemingen bleek het team dat de hete gasring draait en uit de rotatiesnelheid (minstens tweehonderd kilometer per seconde) en de afmetingen ervan zijn de waarnemers tot de conclusie gekomen dat zich binnen die ring een - volgens Van der Werf - "verbijsterende massa-opeenhoping' bevindt van ruim een miljard maal de zon, geconcentreerd in een gebied van slechts enkele tientallen lichtjaren; mogelijk, maar niet noodzakelijkerwijs een zogenaamd zwart gat. Een zwart gat is een zeer compact object dat alle sterren en al het gas in zijn directe omgeving vernietigt en opslokt. Zelfs licht kan aan dergelijke objecten niet meer ontsnappen en daardoor kunnen ze ook niet rechtstreeks worden waargenomen

Aangezien het bestaan van zwarte gaten nog niet omomstotelijk is aangetoond, aarzelen veel sterrenkundigen om de aanduiding "zwart gat' in de mond te nemen als het om de kernen van actieve melkwegstelsel gaat. Toch is het duidelijk dat er iets buitengewoons gaande is in deze gebieden en dus wordt er in dit verband vaak gesproken van "het monster' in de kern van zo'n melkwegstelsel.

Bij de waarnemingen van NGC1068 ging het om een zogenaamd Seyfert-stelsel. Dergelijke stelsels onderscheiden zich van normale spiraalstelsels - zoals onze "eigen' Melkweg - door de enorme hoeveelheden energie, afkomstig uit hun kernen. Bij NGC1068 manifesteert zich bovendien nog een ander verschijnsel: de kern van het stelsel stoot twee zogeheten "jets' uit: stralen zeer heet gas, die met behulp van radiotelescoopen kunnen worden waargenomen. En in de meest gangbare theorieën hebben beide verschijnselen (de enorme energie-uitstoot en de jets) een gemeenschappelijke oorsprong: een zeer zwaar zwart gat.

Volgens Van der Werf hebben de waarnemingen vanaf La Palma een belangrijke bijdrage geleverd op weg naar de identificatie van "het monster' in NCG1068.