NAM investeert 27 miljoen gulden in nieuwe reddingsboten; Snellere evacuatie platforms bij rampen

VELSEN, 8 AUG. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) investeert 27 miljoen gulden in nieuwe "vrije val-reddingsboten' voor een snellere en veiliger evacuatie van het personeel op haar gasplatforms op de Noordzee. Vooral bij een ongeval als zich gisteren op het Fulmar Alpha-platform van Shell bij Schotland voordeed, kunnen deze boten hun diensten bewijzen.

Op het Shell-platform kon de evacuatie nog met een helikopter gebeuren, maar bij een ersntiger explosie, waarbij de veiligheid van de bemanning acuut in gevaar kan komen, is een snellere evacuatie essentieel. Tot kort geleden bediende de NAM zich op haar produktieplatforms voor snelle evacuaties nog uitsluitend van "capsules': afgesloten tonnetjes die aan een kabel opzij van een platform in zee worden gezet. Nadelen daarvan zijn dat het neerlaten tijd vergt en dat de capsule vlak naast het platform in zee komt en bij hoge zeegang en door de wind tegen de installatie kan klappen.

De nieuwe vrije val-reddingsboten, die door de Aalsmeerse firma Verhoef zijn ontwikkeld en ook al op schepen worden gebruikt, hangen in een glijgoot aan één haak opzij van het platform en bereiken na lancering binnen anderhalve seconde het water. Binnen hooguit enkele minuten kan de volledige bemanning van 15 tot 40 personen van een platform op deze manier in veiligheid worden gebracht.

Achterover zittend op een stoel die het hele lichaam steunt, in een vierpuntsgordel en een hoofdband, landt de bemanning op het water. Eind dit jaar zijn alle NAM-produktieplatforms met in totaal 16 vrije val-boten uitgerust. NAM is de eerste van de veertien offshore-maatschappijen op het Nederlandse deel van de Noordzee die ook op de bestaande eilanden deze nieuwe veiligheidstechniek toepast. Tot nu toe hebben enkele andere maatschappijen besloten de reddingsboten alleen op nieuwe produktie-eilanden te plaatsen.

Door de schuine lancering en de spitse vorm duikt het reddingsbootje met een flinke snelheid op een afstand van 30 meter van het platform even onder water. Tijdens die plons zet de boot al koers van het platform vandaan en vaart vervolgens onmiddellijk stabiel op de golven. Bij de lancering kan de motor al worden gestart. Bij gebruik van een capsule daarentegen, levert het koers zetten en varen vooral bij hoge golfslag problemen op, aldus Hessel Slot, hoofd veiligheid en milieuzaken van NAM-offshore. Als de capsule tegen de poten van het platform slaat kan de bemanning door de schokken worden gehinderd om koers te zetten. Slot: “Het wegmanoeuvreren kan met de capsule problemen geven, omdat je dobbert op de golven. Met de nieuwe boot duik je eerst door de golven heen en heb je meteen vaart vanaf het platform, waardoor het gevaar afneemt”.

In Noorwegen zijn op de offshore-platforms veel grotere boten van het zelfde type in gebruik en op het nieuwe Piper Beta platform op het Britse deel van de Noordzee, dat in 1992 klaar is, worden ze ook geïnstalleerd. Daar krijgen de vrije val-boten, ook van het Nederlandse fabrikaat, een capaciteit van 70 passagiers. Bij de huidige NAM-platforms is de grootste valhoogte tot het wateroppervlak ongeveer 20 meter, maar bij de Piper Beta is dat ruim 40 meter. “Die val die je maakt, dat is even wennen voor onze mensen”, zegt Slot, “maar bij de trainingen blijkt dat het vertrouwen voor dit systeem direct gewonnen is. Je beseft dat je veiligheid er beter mee gediend is omdat je je lot veel meer in eigen hand hebt. Het is net een kermisattractie, als je eenmaal bent gelanceerd wil je nog een keer.”

Al vóór de ramp in 1988 met het grote Piper Alpha platform bij Schotland, waarbij 167 mensen omkwamen, had een NAM-stuurgroep geadviseerd alle nieuwbouw uit te rusten met vrije val-boten en de capsules te vervangen. Vorig jaar is dat proces begonnen met de bestaande platforms en sinds 1989 worden ook de nieuwe installaties er mee uitgerust. Een vrij val-boot kost voor een bestaand eiland, inclusief de lanceerinstallatie en installatiekosten ruim een miljoen gulden. Daar komen nog de kosten voor extra trainingsprogramma's bij. Op de grotere platforms zijn meer boten aangebracht zodat de evacuatie op verschillende kanten van de dekken snel kan worden geregeld. Op andere platforms dient een capsule naast één boot als extra ontsnappingsmogelijkheid.

NAM besteedt het boren naar gas en olie uit aan aannemers, die nog niet zo ver gaan met hun veiligheidsvoorzieningen. Hun uitrusting voldoet wel aan de internationale normen die zijn opgesteld door een orgaan van de Verenigde Naties, de International Maritime Organisation. Als mijnbouwer is de NAM volgens de wet ook voor de exploratie-activiteiten van de aannemers en dus voor de veiligheid van de werknemers volledig verantwoordelijk, maar zij werken in de meeste gevallen op tijdelijke contracten en slepen hun installaties na een boring voor de NAM naar andere opdrachtgevers die weldezelfde regels maar soms andere criteria hanteren.

“Je kunt alle veiligheidssystemen van ze krijgen, als je maar betaalt”, zegt Ed Smit, hoofd engeneering van NAM-offshore. “Ons systeem met deze boten is wel beter, maar het is niet in alle gevallen het beste middel, want aannemers werken met wisselend personeel dat steeds veiligheidstrainingen moet ondergaan. Als in het buitenland andere regels worden gehanteerd, heeft dat een verwarrend effect op het personeel.” Bij offshore aannemers die veel op het Nederlandse deel van de Noordzee bezig zijn, zoals Neddrill, heeft NAM grote voorkeur voor de vrij-valboten en zal dit ook stimuleren.