Japanners laten platinaprijs kelderen

Nerveuze en gedesillusioneerde Japanse beleggers hebben de prijs van platina doen duikelen. Zij maken zich zorgen over twee zaken: ten eerste, een enorme stijging van de export uit de Sovjet-Unie, die buitenlandse valuta nodig heeft om de allernoodzakelijkste zaken te kopen zoals voedsel; ten tweede de vastberadenheid van de autofabrikanten - die de grootste afnemers zijn van het platina - om het metaal uit katalysatoren van auto's te verwijderen.

Het platina bereikte in 1986 een recordhoogte van duizend Amerikaanse dollar per troy ounce. De angst voor inflatie joeg de prijzen tot grote hoogte. Maar op het moment is het al moeilijk een niveau boven de 350 dollar te handhaven. Gedurende het grootste deel van de afgelopen vijf en een half jaar had platina een hogere waarde, ongeveer honderd dollar per ounce, dan goud. Nu is goud duurder.

Sedert eind 1988 is de prijs van platina voortdurend gezakt, maar de meeste Japanse beleggers zijn bij platina gebleven - zelfs na de recente waarschuwing van Johnson Matthey, de grootste platina marketing-organisatie ter wereld, dat in 1991 het aanbod, voor het eerst sedert 1984, de vraag zou overtreffen. In het jaarlijkse overzicht van Johnson Matthey werd gemeld dat het overschot enige jaren zou blijven groeien.

Jeremy Coombes, die het overzicht heeft samengesteld, zegt dat zelfs als er een enorme toename in de vraag naar platina zal zijn - de automobielindustrie, de sieradenbranche en andere industrieën zullen ongeveer een miljoen ounce (31 ton) meer per jaar nodig hebben tegen 1995 - het aanbod de vraag toch zal overtreffen.

“Er bestaat de mogelijkheid, tenminste op papier, van 1,3 miljoen ounce per jaar extra platina tegen 1995”, zegt hij.

De bezorgdheid van de Japanners werd verergerd toen het de afgelopen weken duidelijk werd dat de export van platina uit de Sovjet-Unie een hoge vlucht nam. Vorig jaar steeg de export van de Sovjet-Unie van ongeveer 500.000 ounce (15,5 ton) naar meer dan 700.000 ounce. In de eerste helft van dit jaar verscheepte de Sovjet-Unie meer dan 1 miljoen ounce naar Zwitserland.

Analisten veronderstellen dat het grootste deel van het platina wordt gebruikt als onderpand voor leningen of voor "swaps' - het systeem waarbij metaal wordt verkocht om contant geld te innen maar dan tegelijkertijd wordt teruggekocht voor levering binnen een overeengekomen termijn. Goud- of platina "swaps' zijn veel goedkoper dan het lenen van valuta.

Zij zeggen dat de Sovjet-Unie liever haar voorraden platina vermindert dan het goud te gebruiken omdat zij haar goudreserve wil reserveren voor het moment waarop het land zal worden opgenomen in het Internationale Monetaire Fonds.

Hoewel swaps of leningen geen schommelingen in de werkelijke platinamarkt veroorzaken, vergroten zij wel de hoeveelheid metaal die beschikbaar is voor lenen.

Het kost gewoonlijk vijf tot zes procent om platina te lenen; op het moment is het lease-tarief één tot twee procent. Neil Carson, marketing-directeur van Johnson Matthey, klaagt: “De indruk wordt gevestigd dat de markt wordt overspoeld met platina.”

Recentelijk ging het gerucht dat een soort kartelafspraak voor platina wordt beraamd door Zuid-Afrika en de Sovjet-Unie, samen goed zijn voor 95 procent van de wereldproduktie. Maar het is onwaarschijnlijk dat Zuid-Afrika en de Sovjet-Unie zouden proberen een kartel op te zetten. Een dergelijke stap zou hen niet populair maken omdat platina van essentieel belang is voor de industrielanden. Het metaal wordt gebruikt om tenminste één op iedere vijf gebruiksgoederen te maken: bij voorbeeld glas, plastic, farmaceutica, chips voor computers, en vezeloptische kabels.

Platina is praktisch roestvrij, duurzaam en heeft een hoog smeltpunt (3215 graden Fahrenheit) waardoor het bijna onverwoestbaar is. De uitstekende geleiding en sterke katalytische eigenschappen spreken ook de industriële gebruikers aan; het zet chemische reacties in gang en maakt het mogelijk door te gaan onder gewijzigde omstandigheden, bij voorbeeld bij lagere temperaturen.

Belangrijke industrieën zouden zonder platina tot stilstand komen: het is niet alleen een uiterst belangrijk materiaal bij de produktie van geraffineerde olie en benzine, het is ook het metaal waarop de autofabrikanten steunen om het grootste deel van de luchtvervuiling die hun motoren uitstoten op te ruimen.

Van de 112 ton platina die vorig jaar is verbruikt in de industrielanden ging 48,4 ton in de katalysatoren van auto's. Deze reinigen de uitlaatgassen binnen in de verbrandingsmotoren, door het verwijderen van koolmonoxyde, dat giftig is, en van stikstofoxyde dat verantwoordelijk is voor de zure regen.

Autokatalysatoren hebben de sieradenbranche pas in 1989 ingehaald als de grootste verbruiker van platina.

Vorig jaar werd naar schatting 42 ton van het metaal gebruikt voor de fabricage van sieraden, terwijl de petro-chemische industrie, de daaropvolgende grootste verbruiker, ongeveer 6,4 ton voor zijn rekening nam.

Meer dan de helft van het platina dat wordt geproduceerd gaat naar Japan. Er wordt daar bijna negentig procent van alle platina sieraden verkocht en alle investering in staven van 500 gram en 1 kilo is in dat land geconcentreerd.

Naar schatting is ongeveer honderd ton platina in bezit van de Japanners. Daarnaast bestaat in de Westerse wereld een groeiende voorraad secundair metaal ofwel schroot. Japanse voorraden en de toenemende beschikbaarheid van schroot hebben de platinaproducenten minder controle gegeven op de prijzen. Door de liquiditeit die door deze bronnen wordt verschaft hebben zich gezonde markten van het metaal kunnen ontwikkelen op de Tokyo Commodity Exchange (Tocom) en de New York Mercantile Exchange (Nymex). Hoewel de meeste speculanten op deze markten niet van plan zijn om ook werkelijk platina af te halen, heeft hun aanwezigheid ervoor gezorgd dat de producenten niet meer naar eigen goeddunken de prijzen kunnen bepalen.

Japanse beleggers hadden heel goed kunnen blijven doorgaan met het negeren van het tumult van de markt op de korte termijn als hun vertrouwen in de toekomst van platina op de lange termijn niet bijna volledig verloren was gegaan onder druk van auto-industrie. Dit begon in 1988 toen Donald Petersen, toenmalige voorzitter van Ford, in een toespraak tussen neus en lippen door vertelde dat het bedrijf een katalysator had ontwikkeld waarbij geen platina en rodium nodig was maar palladium, dat goedkoper is.

Voor veel Japanse investeerders was de druppel die de emmer deed overlopen de onthulling op 30 mei van dit jaar van Nissan, de op een na grootste Japanse autogroep, over een platina- en rodiumvrije katalysator die maar een derde kostte van het conventionele model. De prijs van platina zakte in een paar uur met 30 dollar per ounce. Nissan wachtte met de uitleg dat het nog drie jaar zou duren voordat de katalysator in produktie zou komen en dat hij dan alleen maar geschikt was voor kleine auto's en alleen voor gebruik in Japan.

Maar Ford en Nissan zetten vraagtekens bij de veronderstelling dat er steeds meer platina nodig zou zijn omdat de steeds strenger wordende wetgeving over uitlaatgassen van auto's de industriële wereld in het nauw brengt.

Katalysatoren dragen niet bij tot de vermindering van de uitstoot van kooldioxyde, die, zo neemt men algemeen aan, de beschermende ozonlaag aantast. Daarom begint men in de wetgeving een koers in te zetten waartegen conventionele motoren en de van platina gebruikmakende technologie om uitlaatgassen te reinigen - niet opgewassen is.

Andy Smith meent: “Aan de nieuwe Californische eisen dat tegen 1998 twee procent van de auto's een "nul' uitstoot moet hebben, oplopend tot tien procent tegen het jaar 2003, kan alleen worden voldaan door een of ander elektrisch voertuig. Daarmee wordt in feite voorbijgegaan aan de mogelijkheden van de katalytische technologie en de interne verbrandingsmotor.”

© Financial Times