"Ik laat SVV Dordrecht '90 straks niet met schulden achter'

Als voorzitter valt Kees den Braven in de categorie ondernemers die een voetbalclub heeft geadopteerd. Marten Eibrink, Dé Stoop, de gebroeders Molenaar en John van Dijk zijn illustere namen van soortgenoten uit het verleden. Den Braven ontfermde zich vorig jaar over Dordrecht '90 (voorheen DS'79, FC Dordrecht, DFC). In tegenstelling tot zijn voorgangers wil hij over vier jaar afscheid nemen van een gezonde profclub. De fusie met SVV, deze zomer, kwam hem in dat streven niet slecht uit. De kijk van een nieuwe suikeroom-voorzitter in de eredivisie.

Kees den Braven werpt een blik uit het raam van zijn kantoor in Oosterhout en herhaalt het nog maar eens keer: “Ik barst van zelfvertrouwen. Ik ben een man van uitdagingen. Je leven moet niet gepland zijn. Dan kun je beter bij de PTT gaan werken en achter een loket postzegels verkopen.” Een ondernemend karakter kan de voorzitter van de nieuwe fusieclub SVV Dordrecht '90 niet worden ontzegd. Als boerenzoon uit Schelluinen stapte hij in '74 in het vliegtuig om waar dan ook ter wereld kitten en lijmprodukten te verkopen. Tegenwoordig heeft zijn bedrijf Den Braven Sealants een omzet van 112 miljoen gulden. Met nog wat andere ondernemingen komt hij gemakkelijk aan een jaarlijkse omzet van 160 miljoen.

Den Braven exporteert naar 45 landen en bezit in Nederland 65 procent van de markt. “Die beginperiode in de jaren zeventig, dat was lachen, joh. Ik kocht op Schiphol een retour naar Saoedi Arabië en eenmaal daar aangekomen zocht ik een goed hotel op. In de gele gids vond ik dan mijn klanten. Ik sprak slecht Duits, Engels en Frans. Maar ze vonden het wel leuk, zo'n spontaan iemand. Je kunt in het zakenleven beter de zielige jongen uithangen dan de grote heer. In landen als Pakistan en de Philippijnen word je al snel uitgenodigd voor etentjes of een rondrit. Tegenwoordig exporteer ik voor 65 miljoen gulden naar het buitenland. Alleen Australië en Nieuw-Zeeland zijn voor mij nog een braakliggend terrein. Daar is de concurrentie groot. Zuid-Afrika gaat mijn zoon nu doen. Het zakenleven is zo simpel. Alleen maken de mensen het moeilijk, met al die marketingonderzoeken. Je kent je markt toch? Belangrijk is dat je snel kunt denken. Van de tien beslissingen die je neemt moeten er zeven goed zijn.”

Het voortvarende bedrijf van Den Braven kon kennelijk nog wel wat naambekendheid gebruiken, anders was hij vorig jaar niet in de voetbalsport gestapt. “Ik heb publiciteit gezocht voor mijn bedrijf”, draait Den Braven er niet omheen. “In de voetballerij krijg je toch de meeste reclame. Er zijn in Nederland tien miljoen voetballiefhebbers. Ik zie het ook als een hobby. Ik ben eigenlijk Ajax-supporter. Maar een reclamebord in De Meer zag ik niet zitten. Ik kan nu ook het beleid van de club bepalen. Dat vind ik wel prettig. Ik ben een Einzelgänger. Ik werk het liefst met zo weinig mogelijk personeel. Ik besteed twee avonden per week aan de club. Op een van die twee hebben we bestuursvergadering. Dat is voldoende. Ik heb in Hans Ver`el een uitstekende algemeen directeur. Ik kan met hem lezen en schrijven.”

Een jaar Dordrecht '90 heeft Den Braven geen windeieren gelegd. “In mijn branche kent iedereen me nu. Ik voel me soms net Gerard Joling. Die publiciteit is leuk voor je bedrijf, maar voor mij persoonlijk hoeft het allemaal niet.”

Vrijwel gelijktijdig gaat de telefoon. Een klant is verontwaardigd over een artikel in het weekblad Voetbal International, waarin SVV Dordrecht '90 veel te negatief zou zijn afgeschilderd. Den Braven heeft zijn exemplaar nog niet uit de wikkel gehaald. Slaat het blad open en roept vervolgens door de hoorn: “Ik zit wel chagrijnig te kijken op die foto. Maar ja, met zo'n kop kun je ook geen vrolijk gezicht trekken. Ach, het kan me allemaal niet schelen. Ze schrijven maar wat ze willen. Ik lees het toch niet.”

Voordat hij op het stadion de Krommedijk de zaak overnam, was Den Braven niet onbekend met het voetbalmétier. Hij vertoefde regelmatig in de bestuurskamer van NAC, de eerste divisieclub die hij nog sponsort. De overgang van het bedrijfsleven naar het voetbal ging dus vrij geleidelijk. “Het wereldje is eigenlijk maar klein. Iedereen noemt elkaar bij de voornaam. Ik mis een beetje de humor bij bestuurders. We gaan wel goed met elkaar om. Je hoort na de wedstrijd natuurlijk als voorzitter een representatieve functie te vervullen. Dat ligt me wel. Maar het moet niet te lang duren. Ik ben een ongedurig type. Gelukkig zijn die plichtplegingen na een uurtje voorbij. Ik houd niet van moeilijke toestanden. Ik laat altijd mijn gevoelens blijken. Ik heb het gemaakt in het zakenleven, maar ik probeer m'n persoonlijkheid niet te verloochenen. Ik ben gewoon gebleven. Ik kom uit een dorp van achthonderd inwoners. Ik ging met mijn moeder vaak koeien melken. Dat is bepalend geweest voor mijn karakter. Ik voel me niet minder dan de koningin, maar ook niet beter dan een vuilnisman.”

Voorbeelden onder collega-voorzitters waar hij zich aan spiegelt heeft Den Braven niet. “Ik heb het meeste respect voor een voorzitter van een club met weinig mogelijkheden. Zoals Floor Bouwer van Sparta die met kleine sponsors de eindjes aan elkaar moet zien te knopen. Het is geen kunst een club te leiden als PSV, waar Philips jaarlijks miljoenen in pompt. Nee, zo'n voorzitter van RKC, dat speelt in een dorp, moet over veel meer inventiviteit en creativiteit beschikken.”

De moderne voorzitter dient niet alleen een club te leiden maar ook sponsors zien te behagen. Den Braven wist in ieder geval nieuwe ondernemers te interesseren voor Dordrecht '90. Voor zijn komst brachten 33 business clubleden elk 1500 gulden in het laatje. Nu zijn dat er 140 en ze betalen ook meer: 3500 gulden. Den Braven over de voetbalclub als marktplaats: “Iedereen speelt elkaar een balletje toe. De een rijdt de ander in een kruiwagen naar binnen. De businessclub is nu uitgebreid en vooral bestemd voor Dordtse bedrijven.”

Ondanks de businessclub gaapt er nog een gat in de begroting voor dit seizoen van acht ton. Den Braven hoopt dat op korte termijn terug te brengen tot een half miljoen. Elk tekort moet hij aan het einde van het seizoen zelf aanvullen. Dat brengt het onderwerp op de teloorgang van de suikerooms. Den Braven maakt zich niet al te veel zorgen. “Ik zal mijn bedrijf nooit opofferen aan een voetbalclub. Met het avontuur SVV Dordrecht '90 loop ik geen grote risico's. In een stad van 110.000 inwoners moet plaats zijn voor een profclub. Een Dordtenaar voelt zich een eilandbewoner. Hij is kritisch en kijkt eerst de kat uit de boom.”

En over de geldstroom van zijn bedrijf naar de club: “Ik zal nooit emoties laten meespelen bij investeringen in de club. Toen ik Dordrecht overnam stond het eerste elftal aan het einde van de competitie stijf onderaan met 22 punten. Vorig seizoen wonnen we twee periodetitels. Ik laat de club straks niet met schulden achter. Maar toen ik hier kwam was het licht bijna uit. Toch weet ik nu al dat de pers me verrot zal schelden als ik me over vier jaar terugtrek. Eibrink en Molenaar waren ook klootzakken toen ze eruit stapten. Terwijl ze miljoenen geïnvesteerd hebben.”

De fusie met SVV heeft de planning van Den Braven in een stroomversnelling gebracht. John van Dijk, voormalig eigenaar van SVV en nu vice-voorzitter aan de Krommedijk, is daarvoor verantwoordelijk. Toen Feyenoord niet geïnteresseerd bleek om de noodlijdende broer uit Schiedam onderdak te bieden, lag de samenwerking tussen Den Braven en Van Dijk voor de hand. “Ik heb Van Dijk leren kennen toen ik vijftien jaar geleden m'n eerste Mercedes bij hem kocht. Daarna onderhielden we steeds contact. Ik heb heel veel respect voor de wijze waarop hij SVV naar de eredivisie heeft gebracht. Toen de club geen levensvatbaarheid meer had stond iedereen klaar met kritiek. Zo zit de voetbalwereld een beetje in elkaar. We zijn allemaal goede zeelieden, maar als we op het schip zitten weten we het niet meer.”