Identificatieplicht

“Principieel deugt de identificatieplicht niet...” zegt NRC Handelsblad-commentator mr. F. Kuitenbrouwer. Aan dit axioma hoeft blijkbaar niets te worden toegevoegd.

Wie dit bestrijdt kan zichzelf wel als dom en reactionair beschouwen. Dat neem ik dan maar op de koop toe. Het recht op privacy is een heilige koe, die je alleen maar moet strelen en vereren. Het adagium van de openbaarheid, dat in de moderne democratie opgeld doet is weer een heel andere zaak. De patiënt krijgt recht op inzage van zijn medisch dossier, maar zijn naasten of zijn verzekeraar gaat het niets aan, dat hij seropositief is. Zwartrijden blijkt de meerderheid van de grootstedelingen sociaal te verwerpen. Omdat “maar” 20% zwartrijden normaal vindt acht Kuitenbrouwer de identificatieplicht niet opportuun. Hij spreekt over “klantonvriendelijke” maatregelen in de tram en in het verlengde daarvan over de burger-onvriendelijke identificatieplicht. Inderdaad misschien vervelend voor de meerderheid van het publiek, maar wordt hierdoor nu echt inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid? De oppassende burger moet heel veel gedogen om de dief te vangen, zonder dat hem dat nog deert.

Dagelijks word ik in winkels begluurd door monitors en bewakingsdiensten, ik moet slimme poortjes passeren enz. In feite worden we regelmatig als verdachten behandeld. Op Schiphol wordt mijn paspoort naast een lijst met zware jongens gelegd en vóór mijn vlucht naar het Midden-Oosten word ik gefouilleerd. Het binnenlandse wapen van de identificatieplicht wordt selectief gebruikt, maar als die selectie toevallig mij treft, wat is er dan tegen de gevraagde informatie te verschaffen? Waarom moet een arrestant, of het nu een zwartrijder, een kraker of een crimineel is, het recht hebben zich anoniem op te stellen. Natuurlijk identificeer ik mij liever op de bank om geld te innen dan tegenover oom-agent, maar kan het mij, wanneer ik de ethiek even terzijde laat, ook op enige wijze schaden? En laat men alsjeblieft nu ook niet met de dooddoeners van oorlog en bezetting komen (buiten de psychologische effecten, die inderdaad voor sommigen zwaar wegen). De nazi-tijd werd, meen ik, al als stok gehanteerd tegen: de zomertijd, abortus, vrijwillige euthanasie en prof. Buikhuizen. Als de identificatieplicht iets kan bijdragen aan de handhaving van de rechtsorde dan moeten de tegenargumenten toch zwaarder wegen dan de principiële bezwaren van Kuitenbrouwer.