HISTORISCHE EXPOSITIE OVER LINGERIE IN DRENTS MUSEUM; Weekdieren in stijfselpap

Tentoonstelling "Silhouetten, van ondergoed tot bovengoed'. Tot maart 1992. Drents Museum, Brink 1 en 5, Assen. Di-zo 11-17u, in de schoolvakanties ook op maandag. Inl 05920-12741.

Eerlijk gezegd is het nog nooit bij me opgekomen om een korset te gaan dragen. Niet omdat ik nooit eens behoefte aan "figuurcorrectie' heb, maar omdat de hedendaagse regels voorschrijven dat de stevigheid van binnen uit moet komen en niet van buiten af. Een vrouw mag niet meer als een weekdier in een stevige schaal zitten. Een bol buikje wordt bestreden door buikspieroefeningen en niet onzichtbaar gemaakt door een plank van elastiek. Voor de taille draaien we het bovenlijf heen en weer, heupen stil, nog even volhouden - maar we dragen geen rijgkorset dat zo strak aangesnoerd moet dat flauwvallen iets heel gewoons wordt. We werken niet met kussentjes om rondere heupen te krijgen en niet met paardeharenrolletjes in onze onderrokken voor een queue. Wie geen grote ronde borsten heeft zoals de mode nu voorschrijft, drukt niet met behulp van baleinen en vullinkjes het weinige zo gunstig mogelijk omhoog, zij heeft gewoon pech.

Waarom gebruiken we al die hulpmiddelen eigenlijk niet meer? Oefeningen doen is ook geen feest en het resultaat is vaak minder spectaculair dan wat er moeiteloos met een korset te bereiken valt. Als je zo'n ding nu niet zo heel strak zou doen en met de moderne buigzame lichte materialen, zou het dan niet meevallen, als het niet al te warm is? En zou het niet een hoop tijd en moeite schelen? In het Drents museum in Assen kan men leren dat een terugkeer naar het ouderwetse ondergoed in ieder geval nauwelijks tijdbesparing zou opleveren. De aardige tentoonstelling ("tentoonstellinkje' is correcter) "Silhouetten' laat zien wat men vanaf zo'n beetje halverwege de achttiende eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog onder zijn of haar kleren droeg en dat was over het algemeen niet niks. Linnen hemden, katoenen onderrokken, een korset, hemdinzetjes (een soort los linnen kraagje dat precies een randje uit de halsopening van de jurk kwam), tullen ondermouwen - aankleden moet een enorm werk geweest zijn. En uitkleden ook natuurlijk. J.-K. Huysmans liet zijn personage Durtal in Uit de diepte denken: “Wat een ellende toch om te moeten vechten met al die hulpconstructies en je zoekend een weg te moeten banen door al die plooiende gewaden van stijfselpap! Ik moet hopen dat Madame Chantelouve de situatie voorzien heeft en dat zij in haar eigen belang ridicule hindernissen zoveel mogelijk zal vermijden!”

Tijd en moeite scheelt het dus niet. Ook niet als je de onderrokken en hemden weglaat: ook het twintigste-eeuwse korset had toch al gauw zestig haakjes en oogjes die op de rug gesloten werden. En hoe moet een dame zich voelen die dank zij vulsels, baleinen en veters ogenschijnlijk het volmaakte modieuze figuur bezit, maar die bevrijd van haar foundation uit elkaar valt tot een vormeloze pudding? Zo'n dame kan het effect van wat zij met al haar moeite beoogt eigenlijk niet aan. Zij zou zichzelf, eenmaal ontkleed, ontmaskeren als een bedriegster. Om nog maar niet te spreken van de staat van halve ontkleding die toch noodzakelijkerwijs aan naaktheid vooraf gaat: stel je iemand voor gekleed in slechts gazen ondermouwen en een hemdinzetje. Of in een met paardehaar gevulde doorgestikte katoenen theemuts die zij onder haar zijden japon draagt. Zou Durtal dat bedoelen met ridicule hindernissen? Of denkt hij meer aan hoe hij een intiem moment ongewild teniet zal doen door langdurig maar onvruchtbaar knoopwerk aan te gaan met een veter van haar korset?

Het hedendaagse ondergoed gedraagt zich precies tegenovergesteld. Het wil niet discreet zorgen voor de juiste vormen, het snakt ernaar gezien te worden. Bloemen, kantjes, glanzende zij, geraffineerde dunne bandjes, het is eigenlijk zonde om niet langdurig in zulke lingerie rond te wandelen. Mits we zelf voor de juiste vormen hebben gezorgd natuurlijk. De foundation, het steunende ondergoed, is weg. Nergens meer een step-in, een steunbeha, een hardroze korset. Een enkel zogenaamd korseletje heeft de ondergang overleeft, maar dat zijn dingen die eigenlijk nergens toe dienen en die alleen maar ongemakkelijk prikkend de draagster een sexy gevoel moeten geven.

Oh wat zijn we bevrijd. Gymmend en zwetend maken we ons zelf geschikt voor een hoogopgesneden flodderbroekje en een soepel vallend hemdje. Emmeline Pankhurst heeft niet voor niets gestreden.

Tekeningen en foto: Wat de gevolgen zijn van een te sterke insnoering, laat het rechterplaatje zien. De ingewanden worden van hun plaats gedrongen, de ribbenkast ingeduwd en de longen fijn geperst (boven) Kooicrinolines uit 1860-1865 (rechts) Advertentie voor het Droit-Devant corset met zijn geprononceerde S-lijn, 1900-1905. De jarretelles zaten aan het corset vast "Een welgevormde boezem komt het best tot zijn recht in een stevig corset' Strak ingeregen schermsters van de Asser Gymnastiek Vereniging contrasteren sterk met de heren, die hun buiken nonchalant laten bollen Onderbroeken met elastiek in de pijpen en taille (zogenaamde "directoires') werden aan het begin van deze eeuw veel gedragen. Advertentie uit 1915-1920, plus een bewaard exemplaar