Geheimzinnigheid wezenskenmerk van de familie Gokal; Pakistaanse gebroeders in zaken

De roemloze ontmanteling van de BCCI werpt een nieuw licht op het geheimzinnige zakenimperium van de Pakistaanse gebroeders Gokal. Hun Gulf-groep, die voor honderden miljoenen dollars bij de BCCI in het krijt staat en nauwe banden met de bank onderhield, is in Nederland geen onbekende. Uit de failliete OGEM-boedel nam Gulf in 1982 twee van de oudste handelshuizen van Nederland over: R.S. Stokvis & Zonen en Lindeteves Jacoberg.

Met chocoladeletters en speculaaspoppen toog de directie van Lindeteves Jacoberg naar Hongkong. Op Sinterklaas, 5 december 1982, zouden alle directeuren van de werkmaatschappijen van Lindeteves elkaar daar treffen - voor onderling overleg, maar ook om kennis te maken met de nieuwe eigenaar van de Rotterdamse handelsfirma: de geheimzinnige Pakistaanse zakenman Abbas Gokal. Reden genoeg om er een feestelijke Sinterklaas-viering van te maken. Gokal had Lindeteves eerder dat jaar immers gered uit de puinhopen van het ingestorte OGEM-concern.

Maar hoe geanimeerd de bijeenkomst ook was, welke charmante en innemende indruk Gokal ook maakte, tot een echte kennismaking kwam het niet. De exacte zakelijke achtergrond van Gokal en zijn familiebedrijf - een complex netwerk van tientallen ondernemingen en brievenbusmaatschappijen in de scheepvaart, handel en financiële dienstverlening - bleef in nevelen gehuld. Geheimzinnigheid, zo zouden de Nederlanders in de jaren daarop ontdekken, is een wezenskenmerk van de Gokals en hun Gulf-groep.

Dat ervoer ook een van de weinige Nederlanders die op vertrouwelijke voet kwamen te staan met Abbas Gokal: B.N.M. van Huijgevoort, die directeur van Stokvis was toen de Gulf-groep dat handelshuis en Lindeteves uit de OGEM-boedel overnam. Tot zijn pensionering in 1985 had Van Huijgevoort intensief met Abbas Gokal te maken, een aantal keer nam hij zelfs deel aan het traditionele zaterdagse familieberaad van de Gokal-clan in Gen`eve. “Vanaf een uur of vier kwam de hele familie dan in een apart gedeelte van het kantoor binnendruppelen, met vrouwen en kinderen en neven en nichten. De broers en zusters en de moeder trokken zich soms in een hoekje terug om over de zaken te spreken.

“Geheimzinnigheid is de basis van hun zaken doen”, zegt de oud-topman van Stokvis, die uiteindelijk met de Pakistaan zou breken. “Ze laten steeds een stukje van hun tuintje zien, maar niemand krijgt ooit een overzicht van het geheel. Net als iedereen aan hen twijfelt, kopen ze weer iets of laten ze een positief aspect van hun conglomeraat zien. Dat wekt dan weer vertrouwen. Maar de achtergrond blijft altijd verborgen.” Van de nauwe banden met de BCCI heeft Van Huijgevoort nooit iets gemerkt.

Toen Stokvis deel ging uitmaken van de Gulf-groep, kreeg Van Huijgevoort slechts een foldertje met wat zeer algemene informatie over de financiële dienstverlening van Gulf Credit SA, de maatschappij waarmee Stokvis vooral te maken had. Dat was alle informatie die Gulf over zichzelf kwijt wilde; geen jaarverslag, geen schema om de structuur van de groep duidelijk te maken, geen overzicht van alle dochtermaatschappijen.

“Ik heb wel laten uitzoeken wie of wat Gulf was”, zegt Van Huijgevoort, die tot dan toe net als de meeste Nederlanders nog nooit van de groep had gehoord. “Maar niemand kende hun achtergrond. Ik wist wel dat ze veel geld kregen van hun islamitische broeders, van sjeiks en Pakistani, maar meer wist ik niet. De banken, die vrijwel allemaal zaken met Gulf deden, wilden niets over de groep kwijt, waarschijnlijk omdat ze zelf niet wisten hoe de groep in elkaar zat.”

“Ik had natuurlijk wel eens het gevoel dat er iets niet helemaal klopte. Maar dan zei ik tegen mezelf: jongen, vergeet dat nou even, nu moet je bankkredieten hebben en de enige die daar - door een garantiestelling - voor kan zorgen, is Abbas Gokal. Anders gaan we kapot en zijn 2.200 man hun baan kwijt.”

Nu komen langzamerhand steeds meer gegevens aan het licht over het gecompliceerde, en thans in nood verkerende conglomeraat van de drie gebroeders Gokal - Abbas, Murtaza en Mustapha. Steeds meer ook blijkt hoezeer de zaken van Gulf jarenlang mogelijk zijn gemaakt door de reusachtige leningen die de BCCI maar bleef verstrekken. De ware aard van de relatie tussen de BCCI en de Gulf-groep mag nog niet zijn opgehelderd, duidelijk is wel dat het zakenimperium van de gebroeders in het hart staat van de BCCI-affaire.

Pag. 12:

Een cocktail van emotie en ondoorzichtige handel

Al jaren had de Gulf-groep, vooral in scheepvaartkringen, de reputatie een erg trage betaler te zijn. En ook was bekend dat de groep zware verliezen had geleden op de goederentermijnmarkt en bij de aanschaf van schepen. Maar vorig jaar pas bleek dat de financiële problemen, die nog versterkt werden door de Golf-crisis, het voortbestaan van de groep onder druk zetten. Schepen werden gehaast verkocht en bedrijven afgestoten, om maar snel geld in het laadje te krijgen en van verplichtingen af te komen.

In oktober vorig jaar deed de Gulf-groep Stokvis over aan de Nederlandse Merchant Bank, een volle dochter van de NMB. Over de verkoop van Lindeteves wordt nu onderhandeld. Het avontuur van de Gulf-groep met de twee Nederlandse handelshuizen lijkt daarmee - na een decennium van bittere ruzies, misverstanden en cultuurbotsingen - definitief op een deceptie uit te lopen.

Maar ook buiten Nederland ziet de toekomst voor Gulf er somber uit. Begin juli, twee dagen voor de Bank of England de aanzet gaf tot een internationale actie om de BCCI te sluiten, vroeg de in Luxemburg gevestigde houdstermaatschappij van de Gulf-groep, Gulf International Holdings SA, uitstel van betaling aan. Volgens het accountantsrapport van Price Waterhouse op basis waarvan de Bank of England handelde, leende Gulf al bij de BCCI sinds de oprichting van de bank in 1972. Vanaf 1978 ontstonden ernstige problemen bij de rentebetaling en de aflossing van de alsmaar groeiende schulden.

Het liep zó uit de hand dat de BCCI vreesde dat de ondergang van Gulf ook het einde van de bank zou kunnen betekenen. De top van de BCCI nam daarop zijn toevlucht tot misleiding en fraude om de dramatische stand van zaken te verhullen. Zo'n zeventig papieren bedrijven werden gecreëerd om de discrete financiering van de Gulf-groep voort te kunnen zetten, via zo'n 750 verschillende bankrekeningen. Uiteindelijk zou Gulf voor meer dan 600 miljoen dollar bij BCCI in het krijt staan.

De nauwe banden van de familie Gokal en hun Gulf-groep met de BCCI blijken ook op ander terrein. In 1976 trachtte Abbas Gokal in de Verenigde Staten een kleine Newyorkse bank te kopen, de Chelsea National Bank. De Amerikaanse autoriteiten staken een stokje voor de aankoop, omdat Gokal, die zelf geen enkele deskundigheid op bankgebied bleek te bezitten, als tussenpersoon optrad voor de BCCI. De VS weerde die bank omdat ook toen al duidelijk was dat geen enkele centrale bank er werkelijk toezicht op kon houden.

Broer Mustapha, die in Pakistan minister van communicatie was (waaronder ook scheepvaart en transport vallen), bracht het op voorspraak van de oprichter van de BCCI, Agha Hasan Abedi, tot adviseur van de dictator Zia ul-Haq.

De twee Nederlandse handelsbedrijven die na het Ogem-trauma in 1982 werden overgenomen door de Gulf-groep, ondergingen een ware cultuurshock. De handelshuizen waren produkten van het Nederlandse kolonialisme (Stokvis is van 1844, Lindeteves van 1860). Het waren van oudsher degelijke, maar in latere jaren wat verlopen, verslofte en slecht lopende firma's - ook door de verwaarlozing door OGEM. Opeens gingen ze deel uitmaken van een compleet andere wereld: een wereld van privé-vliegtuigen en puissant rijke sjeiks, een wereld waarin de omgangsvormen bepaald werden door Aziatische handelaren met een traditie van handel op het Midden-Oosten, een wereld waarin nepotisme geen vies woord was maar een vanzelfsprekendheid, waarin alles draaide om persoonlijke relaties, en waarin duidelijke besluiten en harde afspraken niet dezelfde waarde bleken te hebben als in de Lage Landen.

“Abbas Gokal overlegde nooit iets”, herinnert Van Huijgevoort zich. “Bij hem kwamen alle lijnen samen. In zijn kantoor in Gen`eve zat hij achter zijn bureau, waarin een hele batterij beeldschermen verzonken was. Daarmee stond hij voortdurend, ook als hij met mij sprak, met de hele wereld in contact.”

“Hij is een zeer aimabel mens, maar ik was het er niet mee eens dat hij zich niet aan zijn afspraken hield. Er was altijd geld te kort, we hadden continu strijd met Gokal over geld dat hij ons had toegezegd maar dat we niet kregen. Ik nam hem kwalijk dat hij zo onze onderneming in gevaar bracht, die ook zijn onderneming was. Bovendien had hij nogal naieve ideeën, bijvoorbeeld over hoe we onze omzet zouden kunnen verdubbelen. Ik vond al na een paar jaar dat we op zoek moesten naar een andere aandeelhouder, en ik ben blij dat die vorig jaar is gevonden.”

J.E.M. Witsiers, de huidige directeur van Stokvis, werkte slechts een jaar onder Abbas Gokal. Hij spreekt van “een leerzame periode”. “Er bestond een groot cultuurverschil. Als persoon waardeer ik Abbas Gokal, maar hij heeft een wat andere opvatting over wat een toezegging is, een belofte. Ik heb meer tact en geduld in de strijd moeten werpen dan me van nature afgaat. Als iemand iets toezegt en je krijgt het niet helemaal, moet je niet meteen zeggen: dat is woordbreuk. De confrontatie werkt niet. Je kan je beter afvragen: hoe zetten we de volgende stap?”

Zowel bij Stokvis als bij Lindeteves volgden de directeuren elkaar in snel tempo op. Gokal bemoeide zich nauwelijks met de bedrijfsvoering, maar des te meer met de bemanning van het managament. Ook adviseurs uit alle hoeken van de Gulf-groep, stuurde hij in Rotterdam langs om Lindeteves en Stokvis van al dan niet verstandig advies te dienen.

Bij Stokvis wisselden in een periode van vier jaar maar liefst vier verschillende topmannen elkaar af. Witsiers: “Dat kwam omdat de resultaten niet naar wens waren, maar ook de relatie met de aandeelhouder had ermee te maken.” Een medewerker van de Gulf-groep de liever anoniem wil blijven zegt: “Abbas Gokal mag je, of hij mag je niet. Daarmee staat en valt alles.”

Begin jaren zestig waren de gebroeders Gokal uit Pakistan naar Irak getrokken, waar ze hun eerste handelsfirma opzetten. Volgens Abbas, in een van de schaarse interviews die hij ooit gegeven heeft, zat de familie Gokal al sinds het begin van de negentiende eeuw in de scheepvaart. “Onze dhows, dat zijn zeilprouwen, onderhielden verbindingen tussen de Indiase kust en handelscentra langs de Golf van Bengalen en de Arabische Zee.”

Vanuit Irak deden de broers, toen nog vier, goede zaken met het transport van levende schapen naar Mekka. Maar toen de Ba'ath-partij de macht greep en een van de broers, de oudste, werd opgehangen, vluchtte de familie naar Europa.

Met de rijkdom die de hoge olieprijzen het Midden-Oosten brachten, groeiden ook de zaken van de Gokals. Hun ondoorzichtige manier van zaken doen gedijde bij uitstek in de scheepvaart - “een belachelijk samenzweerderige tak van industrie”, volgens de gerespecteerde scheepvaartkrant Lloyds List, “met weinig helderheid bij transacties. Niemand weet ooit wie wat bezit, en al te veel scheepvaartzaken ontrekken zich aan openbare verantwoording. Meng deze natuurlijke aspecten van de scheepvaart met de complexe gevoeligheden van de Middenoosterse en Pakistaanse politiek, en je hebt een explosieve cocktail.”

De vloot van de Gulf-groep groeide snel, de broers breidden hun belangen uit naar onroerend goed, mijnbouw, banken en tal van andere activiteiten. Forse financiële tegenslagen deden zich wel voor, maar bleken uiteindelijk steeds opgevangen te kunnen worden door grote geldschieters achter de schermen. “Ik heb altijd gedacht: waar verdienen ze het geld mee?”, zegt een anonieme medewerker van de groep. “Met de reguliere business in elk geval niet.” In 1984 werd het frauduleuze Amsterdamse effectenkantoor First Commerce Securities overgenomen door een zekere Alya-groep uit Luxemburg, waarachter volgens medewerkers van de Gulf-groep hun eigen concern schuilging. Een officiële zegsman van Gulf ontkende dit.

Of er na de ontmanteling van de BCCI nog een toekomst voor de Gulf-groep kan zijn, is nog onduidelijk. Op het hoofdkantoor in Gen`eve en bij de houdstermaatschappij in Luxemburg is niemand beschikbaar om de verhouding met de BCCI of de huidige toestand van de Gulf-groep toe te lichten.

In Nederland is Stokvis net op tijd uit het Gokal-concern gestapt, het handelshuis werkt nu aan een nieuwe start. Wellicht slaagt ook Lindeteves daar nog in. Abbas Gokal, in 1982 de trotse redder van de twee bedrijven uit het OGEM-debâcle, staat nu met zijn familiebedrijf zelf aan de rand van de afgrond.