EcoMare vertroetelt al 40 jaar zeehonden

TEXEL, 8 AUG. “Hoe gaat het met Phoca?” In 1954, toen het conservatorsechtpaar Gerrit en Annie de Haan een drie dagen oude zeehondje van het strand had opgepikt en de naam Phoca had gegeven, stroomden de brieven binnen bij het Texels Museum om te vragen naar de toestand van de kleine "huiler'. De eerste jonge rob was drie jaar daarvoor aangespoeld en opgevangen. De familie ontfermde zich niet alleen over jongen die door hun moeder waren verstoten, maar ving ook zieke dieren op.

Pioniersjaren waren het. Niemand wist wat een zeehond at, hoe hij moest worden verzorgd. De De Haans experimenteerden en ontdekten dat gemalen vette vis met melk wonderen deed. Met luchtdruk werd het voer in de maag gepompt. Zo ontstond bij toeval en uit oprechte dierenliefde het eerste zeehondenopvangcentrum van Europa. Nu, veertig jaar later, heeft het in 1987 tot EcoMare omgedoopte natuurcentrum naast een museum nog steeds een zeehondenopvang en bovendien, als enige in Europa, een grootschalig zeehondenfokcentrum.

Dit jaar viert EcoMare, prachtig gelegen in de Texelse duinen, haar 40-jarig bestaan. “Het fokken van zeehonden is historisch gegroeid”, verklaart directeur dr. J. Kuiper. “Toen Annie de Haan de zeehonden liefdevol opving, weigerde ze ze aanvankelijk uit te zetten. In de jaren vijftig werd de zeehond door vissers als een concurrent beschouwd en stond er een afschotpremie op elke zeehond.” Ook toeristen jaagden, eerst op volwassen zeehonden, later op de jonkies, wegens hun zachte bont. Jaarlijks werden 700 jongen afgeschoten.

Mevrouw De Haan hield ze dus liever vast en zo groeide de populatie op Texel. Hierdoor heeft EcoMare nog steeds een vaste groep van 28 zeehonden die buiten in de bassins zwemmen en een grote publiekstrekker zijn. Dit jaar worden meer dan 220.000 bezoekers verwacht. “We zijn eigenlijk een soort bejaardenoord voor zeehonden. De beesten worden bij ons twee keer zo oud als in de vrije natuur. De oudste is Robbie, die nu 33 is en in 1958 werd gevonden”, aldus Kuiper. In totaal werden er vanaf 1972 tot nu 150 in EcoMare geboren dieren uitgezet in de westelijke Waddenzee. “Zo proberen we ons steentje bij te dragen aan de zeehondenstand”, zegt Kuiper.

De zeehondenpopulatie is door de jaren heen dramatisch gedaald. In 1951 leefden er ondanks de jacht 3000 zeehonden in het Waddengebied, nu zijn dat er nog maar 500. In 1988 brak een virusinfectie uit, die de populatie halveerde . In EcoMare werd mede het vaccin ontwikkeld. “Een emotioneel moeilijke tijd, omdat veel dieren stierven”, vertelt Kuiper. “We stonden voor de moeilijke keuze om zes gezonde dieren die antistoffen hadden ontwikkeld nadat ze waren gevaccineerd, expres te besmetten met het virus om te kijken of het hielp. Gelukkig werkte het.”

Kuiper vindt niet dat de zeehondenopvang symptoombestrijding is. “Het zou een lapmiddel zijn, als er geen schonere Waddenzee kwam.” Hierover is hij nog wel degelijk optimistisch. De politieke besluitvorming om dit streven te bewerkstellingen is volgens hem weliswaar traag, maar hij ziet ook positieve ontwikkelingen. Als voorbeeld geeft hij de schonere werkwijze op de booreilanden. “In het verleden werd het boorgruis zo de zee ingekieperd. De laatste tien jaar werkt de off-shore-industrie schoner. Dat geeft hoop.”

Uit een onlangs verschenen rapport van het Rijksinstituut voor Natuurbeheer (RIN) op Texel bleek dat er onder de meest optimale omstandigheden in de Waddenzee plaats zou zijn voor 7500 dieren. “De zee is nu te vuil. Door de pcb's wordt de voortplanting verstoord. Hoopvol is wel dat uit een proef is gebleken dat twee keer zoveel vrouwtjes zwanger worden als ze schone vis krijgen.”

Een instrument dat de politiek onder druk kan zetten is, zo meent hij, de publieke opinie. Die sloeg in de jaren 50 om toen honderden mensen het echtpaar De Haan bezochten en de "schadelijke' zeehond van dichtbij konden zien. In plaats van een broodrover van de visser werd de zeehond ineens gezien als een vriendelijk (troetel) dier. Mede door de mentaliteitsverandering onder de bevolking werd de jacht op zeehonden in ons land in 1962 verboden. Kuiper is wat dat betreft "blij' dat het juist de bij het publiek geliefde zeehond is die zo'n graadmeter is voor de mate van vervuiling van het zeewater. “Als er signalen zijn dat het misgaat, is de zeehond als eerste de pineut. Ze eten vijf kilogram vis per dag waar hoge concentraties gif is inzitten en dat dag in dag uit. Als de zeepier als eerste het slachtoffer zou worden zou iedereen zich er veel minder druk om maken.”

De bassins zijn een grote toeristische attractie op het eiland. Veel mensen brengen willen de veertien pasgeboren jongen (een record) van nabij zien. Voorlichting speelt een essentiële rol, aldus Kuiper. “Als de dieren gevoed worden, legt een medewerker met een microfoon uit dat de dieren gevoerd worden met gezonde vis uit de Atlantische Oceaan, omdat de vis uit de Waddenzee te giftig is. Dan hoop je dat zoiets bijblijft.”

EcoMare, een particuliere stichting met 5000 donateurs, aarzelt bij tijd en wijle niet om in Den Haag aan de bel te trekken als het belang van de zeehond in het geding is. Zo werd eind vorig jaar aan staatssecretaris Gabor (visserij) gevraagd een een keerwant, een fijnmazig net, verplicht te stellen voor vissers die met fuiken visten. Kuiper: “Twintig procent van de door ons uitgezette dieren haalt het niet en verdrinkt in de fuiken. We vonden het van de gekke dat de overheid ons aan de ene kant subsidieert met 250.000 gulden, maar aan de andere kant zo'n simpele maatregel niet verplicht stelt.”

Foto: Het echtpaar Gerrit en Annie de Haan in het begin van de jaren vijftig bezig met het voeden van de eerste "huilers', jonge moederloze zeehonden, die op het strand van Texel werden aangetroffen. (Foto EcoMare)