Bestand grotendeels gerespecteerd

BELGRADO, 8 AUG. Het officiële bestand tussen Serviërs en Kroaten dat sinds gisterochtend zes uur van kracht is lijkt grotendeels gerespecteerd te worden. Aan een belangrijke voorwaarde van het staakt-het-vuren - terugtrekking door beide partijen tot buiten het bereik van elkaars wapens - is echter niet voldaan. Op sommige plaatsen in de betwiste gebiedsdelen de Krajina, de Banija en Slavonië staan Serviërs en Kroaten niet verder dan honderd meter van elkaar verwijderd.

Kroatië meldde gisteren en vandaag enkele schendingen, die echter niet uit onafhankelijke bron zijn bevestigd.

Radicale Serviërs die bestrijden dat Kroatië onafhankelijk kan worden zonder de Servische minderheid politieke rechten te verlenen hebben de afgelopen weken grote gebieden in Kroatië veroverd, volgens sommigen met steun van het Joegoslavische federale leger. Daarbij zijn naar schatting omstreeks 300 doden gevallen, voornamelijk aan Kroatische zijde.

Sommige Kroatische woordvoerders hebben gisteren kritiek geuit op de voorwaarden van de voorlopige wapenstilstand. Volgens de Kroatische minister van justitie, Bosijilko Misetic, “legitimeert het bestand de Servische bezetting van Kroatië”. De Kroatische vice-president, Zdravko Tomac, heeft gisteren gezegd dat “de wapenstilstand niet betekent dat de regering akkoord gaat met grenswijzigingen”.

Volgens Vasil Tupurkovski, de Macedonische vertegenwoordiger in het Joegoslavische staatspresidium, wordt het bereikte staakt-het-vuren bedreigd door militante groepen en personen “waarop niemand greep heeft”.

Zeven buitenlandse journalisten - twee Spanjaarden en vijf Italianen - die vanuit Kroatië wilden oversteken naar Servisch gebied zijn gisteren urenlang vastgehouden door Servische eenheden die hen ervan beschuldigden Kroatische spionnen te zijn. De zeven werden langs de weg op een rij gezet terwijl Serviërs met het geweer in de aanslag tegenover hen stonden. “Een kwartier lang dacht ik dat wij geëxecuteerd zouden worden”, zei Hermann Tertsch van het Spaanse dagblad El Pas gisteren bij zijn terugkeer in Zagreb. Albanië heeft zijn troepen aan de grens met de Joegoslavische autonome provincie Kosovo in paraatheid gebracht. Gisteren zei de Albanese president, Ramiz Alia, over bewijzen te beschikken dat “Servië een nieuwe golf van geweld voorbereidt” tegen de Albanezen die in Kosovo een meerderheid vormen en zich willen losmaken van een door Servië gedomineerd bestuur. In een verklaring protesteerde de Albanese regering tegen Joegoslavische legermanoeuvres langs de grens. Daar zouden ook twee etnische Albanezen door federale troepen zijn gedood. Volgens de verklaring zouden “talloze vrijwilligers” uit Albanië inmiddels Kosovo binnengegaan zijn, om zo “een tweede front in Joegoslavië te openen”. (Reuter, UPI, AP)

Foto: Servische rebellen in het dorp Dalj in Kroatië, waar tijdens de hevige gevechten van vorige week ten minste 80 doden zijn gevallen (Foto Reuter)