VN krijgen 'boodschap' gijzelaars

BEIROET-WASHINGTON, 7 AUG. De Islamitische Jihad, een pro-Iraanse groepering, heeft gisteren in Beiroet een verklaring uitgegeven waarin staat dat binnen 48 uur “een speciale gezant” naar de secretaris-generaal van de Verenigde Naties zal worden gestuurd “met een boodschap van groot belang”. De organisatie zegt het probleem van de Westerse gijzelaars in Libanon te willen “oplossen”.

Bij de verklaring zat een foto van Terry Anderson, één van twee Amerikanen die de Islamitische Jihad in gijzeling houdt. Anderson was chef Midden-Oosten van het persbureau Associated Press toen hij op 16 maart 1985 werd ontvoerd. De andere gijzelaar is Thomas Sutherland; andere groeperingen houden nog eens tien westerlingen in gijzeling. De secretaris-generaal van de VN, Perez de Cuellar, zei gisteravond officieel nog geen enkel bericht te hebben ontvangen, maar een pro-Iraanse geestelijke in Beiroet bevestigde vanmorgen een mogelijke nieuwe ontwikkeling op het gebied van de gijzelaars. Hij zei dat mogelijk een van de gijzelaars dient als “speciale afgezant”.

In Washington en Londen is zeer voorzichtig gereageerd op de berichten uit Beiroet. De Verenigde Staten doen volgens president George Bush “alles wat wij kunnen” om de vrijlating van de gijzelaars in Libanon te bewerkstelligen, maar de president was terughoudend over een mogelijke doorbraak.

Bush zei dat bij voorgaande keren te vroeg optimisme alleen maar tot teleurstelling had geleid. “Ik wil geen verklaring afleggen die verder aan de zorgen van de betrokken families zou bijdragen”, zei Bush.

Een onbekende groepering heeft vandaag een aantal granaten afgevuurd op een kantoor van de VN in Beiroet. In een telefonische verklaring had een anonieme man de aanslagen aangekondigd en gezegd dat de Westerse gijzelaars alleen zullen vrijkomen als ze worden geruild voor Arabische gevangenen in Israel.

Pag. 4:

Bush: geen valse hoop

In het verleden is door groeperingen in Beiroet herhaaldelijk aangekondigd dat de Westerse gijzelaars zouden vrijkomen. Dat is de reden voor president Bush de verwachtingen te temperen wegens de onduidelijkheid van de situatie. Medewerkers zeggen dat de president wil voorkomen dat de families nieuwe hoop wordt gegeven die vervolgens niet kan worden waargemaakt.

“Het levert niets op om de hoop van de families te wekken waarna die, zoals steeds is gebeurd, weer de bodem wordt ingeslagen”, aldus Bush, “ik heb het Amerikaanse volk verteld dat we alles doen wat we kunnen, maar ik wil nu gewoon geen details kwijt.”

Peggy Say, een zuster van Terry Anderson, zei te menen dat enkele van de westerlingen spoedig zullen worden vrijgelaten maar ze was bezorgd dat dit niet voor allen zou gelden. “Iedereen met wie ik heb gesproken leek het er over eens: ja, er zal van vrijlating sprake zijn en mogelijk binnen 48 uur”, verklaarde ze.

Say staat in nauw contact met het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken maar functionarissen zeiden dat dit regelmatig plaatsheeft als er over vrijlating wordt gesproken. De Amerikaanse minister van defensie, Dick Cheney, zei dat de regering geen valse hoop wil wekken. “Soms zijn deze berichten juist en soms niet. Wij hopen zeker dat ze nu wel juist zijn.”

Virginia Steen, vrouw van hoogleraar Alann Steen die in 1987 werd ontvoerd, zei dat alle families zeer optimistisch zijn, maar ook bezorgd. Gevraagd over de foto van Anderson, zei zij: “Uiteraard kijkt men moeilijk naar deze foto's. Deze mannen worden vier, vijf, zes jaar vastgehouden en je kunt de achteruitgang zien en dit raakt ons zeer. Maar aan de andere kant, te zien dat ze het volhouden, dat ze van dag tot dag hebben overleefd, geeft ons ook moed en vertrouwen, en daar houden wij ons aan vast”, aldus mevrouw Steen.

(AP, Reuter, UPI)