Van der Kar strikt coach van University of North Carolina; Wiel begeleidt bastketballers

AMSTERDAM, 7 AUG. Randy Wiel gaat volgende week al met Nederlandse basketballers aan de slag. De 40-jarige Amerikaanse trainer is één van de tien coaches die van 11 tot 16 augustus op Papendal actief zijn om, op kosten van het Sportfonds Leo van der Kar, jonge Nederlandse sporttalenten te begeleiden. Ruim drie maanden later begint Wiel met de nationale selectie aan de eerste kwalificatiewedstrijd voor het Europese kampioenschap.

Van der Kar strikte Wiel, de assistent-coach van de University of North Carolina, al in januari. Met Wiel is nog een Nederlandse trainer voor de Sportfondsweek gecontracteerd: Bert Bunnik, de trainer van de Nederlandse jongens A-hockeyploeg. Voor de zevende Sportfondsweek zijn, net als vorig jaar, circa 120 Nederlandse sporters tussen de 16 en 21 jaar uitgenodigd.

Nieuw is dat er dit keer voor het eerst tien buitenlanders meedoen, acht Belgische judoka's (op kosten van de Vlaamse judobond) en twee Duitse atleten, die op verzoek van hun trainer Heinz Schütze meegaan naar Papendal. Twee Nederlanders, Wim Verhoorn (looptrainingen) en Michel van Halderen (krachttraining) zullen algemeen onderricht geven, de tien andere coaches houden zich met hun eigen tak van sport bezig.

De tien zijn: de Duitser Horst Schütze (atletiek), Randy Wiel (basketbal), de Amerikaan Edwin Cottrell (golf), Bert Bunnik (hockey), de Sovjetrus Boris Zlotnik (schaken), de Hongaar Tibor Papp (gewichtheffen), de Sovjetrus Aleksandr Jatskevitsj (judo), de Amerikaan Benny Sims (tennis), de Hongaar Zoltan Döomtör (waterpolo) en de Engelsman Mike Clogg (rugby).

Randy Wiel, geboren op de Antillen, heeft ervaring met stages voor jonge sportmensen. Al jaren verzorgt hij in de zomermaanden clinics in Spanje en Duitsland. Wiel: “Voor een coach is de high-school groep heel aantrekkelijk. Men heeft zich al belangrijke vaardigheden eigen gemaakt, de fouten zijn nog niet zo ingeroest dat zij onverbeterlijk zijn. Maar ik vind coachen, wat de leeftijd van de spelers ook moge zijn, altijd heel leuk. Basketbal natuurlijk ook. Toen ik nog in Nederland speelde, wilde ik iedere dag bezig zijn. Ik heb mij vaak verbaasd over collega's die zeiden dat zij met Sinterklaas en Kerst niet konden spelen omdat zij andere verplichtingen hadden.”

Die gedrevenheid heeft hem nog steeds niet losgelaten en dat is ook de reden dat hij het aanbod heeft aanvaard bondscoach te worden. “Voor de wedstrijden om het Europese kampioenschap kan ik maar een paar dagen met de spelers werken, maar er is een maand uitgetrokken voor de voorbereiding op het voor-Olympische toernooi in juni in Spanje.”