Twaalf jaar geeist in de zaak "Leidse parkeermoord'

DEN HAAG, 7 AUG. De officier van justitie mr. F. Slits heeft gisteren voor de Haagse rechtbank 12 jaar gevangenisstraf geeist tegen de 24-jarige M.Y. uit Utrecht in de zaak die de "Leidse parkeermoord' is gaan heten.

De man wordt ervan verdacht eind april de 27-jarige P. de K. uit Leiden te hebben doodgeschoten. “Iemand die op beestachtige wijze een medemens neerknalt naar aanleiding van een ordinaire ruzie over een parkeerplaats kan op weinig mededogen rekenen”, aldus de officier van justitie.

In de nacht van 27 op 28 april parkeerde De K. zijn auto op de Beestenmarkt in Leiden op een plaats die Y. ook had willen hebben. Nadat beide mannen waren uitgestapt kregen ze ruzie. Y. vroeg De K. met hem mee te lopen. Iets later werden schoten gehoord en viel De K. dood neer. De verdachte - die nacht onder invloed van cocaïne en drank - heeft altijd ontkend dat hij de schoten heeft gelost. Hij zou toen hij hoorde schieten in paniek zijn weggehold. Volgens een aantal getuigen is Y. wel degelijk de schutter geweest. Anderen zijn daar minder zeker van en zeggen dat meerdere mannen bij de ruzie waren betrokken.

De volgende dag belde Y. vanuit een shoarmazaak, waar hij volgens getuigen stoere verhalen vertelde en zei dat hij het slachtoffer een lesje had geleerd, zijn vriendin met het verzoek hem kleding te brengen. Zijn oorspronkelijke kledij liet hij in de zaak achter. Tevens haalde hij zijn snor eraf, naar eigen zeggen na een ongelukje bij het scheren, en veranderde zijn kapsel.

De officier van justitie had geen goed woord over voor deze “zelfingenomen, macho-achtige” verdachte die geen spoor van berouw toont en heeft geprobeerd het onderzoek te hinderen. “Een dergelijke levensgevaarlijke killer moet gedurende lange tijd uit de maatschappij worden verwijderd.” De raadsman, mr. C. Zwaaneveld, die aan het begin van de zitting had gevraagd de zaak aan te houden om een volgens hem belangrijke getuige op te roepen, betoogde in zijn pleidooi dat niet Y. maar een ander geschoten zou hebben. De getuigenverklaringen achtte hij tegenstrijdig: “Op basis van deze getuigenverklaringen kun je wel tien verhalen vertellen over wat er is gebeurd.”

Uitspraak op 20 augustus.