Systeem voor verdelen huizen in Leeuwarden voldoet niet

LEEUWARDEN, 7 AUG. Het Centrale Registratiesysteem Woningzoekenden (CRW) dat sinds twee jaar wordt gehanteerd door de vijf woningcorporaties in Leeuwarden functioneert niet goed.

Dit blijkt uit een onderzoek van het ministerie van Volkshuisvesting naar het systeem van woonruimteverdeling, dat vandaag bekend is gemaakt. Aanleiding voor het onderzoek vormde een geruchtmakend artikel in de Leeuwarder Courant van oktober 1989 waarin directeur Van Oostijen van woningstichting Patrimonium onder andere vertelde dat hij een eengezinswoning eerder aan een heterostel "met groeimogelijkheden' zou toewijzen dan aan een homopaar. Van Ostijen pleitte in het artikel voor een selectief systeem van toewijzing.

De belangrijkste aanbeveling die nu door Volkshuisvesting wordt gedaan is het CRW, dat een dienstverlenende instelling voor de woningcorporaties is, om te vormen tot een onafhankelijk centraal inschrijvingspunt. Op die manier zou elke schijn van beïnvloeding worden vermeden.

Momenteel schrijft de woningcorporatie in, selecteert en wijst een woning toe. De controle daarop - in de verhuurcommissie - wordt alleen uitgevoerd door vertegenwoordigers van verhuurders. Door de gehanteerde manier van inschrijven (bij elke corporatie kan men zich centraal voor alle vijf corporaties laten inschrijven) sluipen subjectieve, niet openbare en niet controleerbare factoren binnen, aldus het rapport. Het gevolg is, aldus de onderzoekers, dat het inschrijvingssysteem niet effectief is en onvoldoende aansluit bij de wensen van de woningzoekenden.

Leeuwarden was een van de eerste steden die een centrale inschrijving invoerden om de woonruimte doelmatig en rechtvaardig te verdelen. Dat is deels mislukt. Manco's bij het huidige systeem zijn onder andere dat de sociale huurder geen inzicht heeft in de wachttijden voor een woning. Een woningzoekende kan bovendien als "ongewenst' geval kan worden geregistreerd, waardoor hij pas na een jaar in aanmerking komt voor een woning.

Veel weigeringen van huurders voor een nieuwe woning blijken fout geregistreerd en door slordigheden zijn woningzoekenden uit het systeem verdwenen. Woningen worden ook buiten het systeem toegewezen door huizen niet leeg aan te melden, maar direct aan een bekende woningzoekende te verhuren. Hoe vaak dit gebeurt is onbekend. Het komt ook voor dat de woningcorporatie een woning weigert aan een huurder, terwijl de computer registreert dat de woningzoekende zelf heeft geweigerd. Ook werden weigeringen genoteerd zonder dat er woningen waren aangeboden.

Inschrijven voor een woning, “waar dan ook, als het maar snel is”, kan niet, omdat voorkeur voor een bepaald complex moet worden ingevuld.

Het ministerie beveelt na het onderzoek aan om "niet-plaatsbaren" slechts onder "bijzondere omstandigheden' een woning te weigeren, bijvoorbeeld wegens grote overlast en wanbetaling. Het blijft vaak onduidelijk hoe lang iemand, die uit zijn woning is gezet, niet-plaatsbaar blijft.

Volgens het hoofd inspectie volkshuisvesting in Friesland, drs. G. van der Veen, hebben zowel de gemeente als de woningcorporaties positief gereageerd op de aanbevelingen. “Als je een ondoorzichtig systeem hebt houd je altijd een schijn van verdenking. Er gebeuren nu dingen die niet toetsbaar zijn. Als zaken helder worden, zijn ze ook controleerbaar. Het is een goede zaak voor de huurders en woningzoekenden dat er een goed systeem komt waar niet mee gerotzooid wordt. Als Leeuwarden de punten opppakt zal er een systeem ontstaan wat heel interessant kan zijn voor andere steden.”