Staakt-het-vuren komt in de Banija zeer onverwachts

SISAK, 7 AUG. “Terugtrekken, wij? Niet voordat wet en orde zijn hersteld.” Ivan Bobetko, commandant van de Kroatische Nationale Garde in de Banija, het grotendeels door de Serviers veroverde gebied ten zuiden van Zagreb, is categorisch: het staakt-het-vuren aan het Servisch-Kroatische front, dat vanochtend om zes uur van kracht is geworden, voorziet inderdaad in een terugtrekking aan beide zijden van de frontlijn, vóór zes uur vanavond, maar Bobetko heeft in dat verband geen plannen. Wat hem betreft is bedoeld dat de Serviers de door hen veroverde dorpen en bezette Kroatische politieposten teruggeven aan het wettig gezag, de Kroaten.

En bovendien moet het leger zich terugtrekken, zo stelde commandant Bobetko, een van de rijzende sterren in het eigen legertje van Kroatie, vanochtend tijdens zijn dagelijkse persconferentie in het regionale hoofdkwartier van de garde in Sisak, vijftig kilometer ten zuidoosten van de hoofdstad Zagreb. Het leger, vertelt hij, heeft zich juist vanochtend om 10.55 uur in de stad Sisak bezondigd aan een zinloze provocatie voor de poort van de staalfabriek. “Het is de bekende tactiek”, zegt hij. “Het leger neemt een positie in, die daarna door de Cetniki (militante Serviers, red.) wordt overgenomen.” Dat in het memorandum over het staakt-het-vuren niets wordt gezegd over de positie van het Joegoslavische leger kan hem niet zoveel schelen.

De Kroatische onderminister van binnenlandse zaken, Milan Brezak, zei vanochtend op een persconferentie in Zagreb dat het bestand op diverse plaatsen in Kroatie was geschonden: het stadje Topusko zou door Serviers zijn beschoten met mortieren, evenals Saborsko, waar 102 granaten terechtkwamen waarvan een de kerk raakte. Andere schietpartijen hadden vanochtend plaats bij Sibenik en Karlovac. Hoeveel doden en gewonden daarbij zijn gevallen is nog onbekend.

Ook in de uren voor het ingaan van het bestand is her en der flink gevochten, maar niet hier aan het front in de Banija, waar bij de school van Komarevo, een der bedreigde dorpen, gardisten in het zonnetje de toestand bespreken. “Natuurlijk ben ik blij dat ze niet meer op ons schieten, maar welke regering gaat er nu met terroristen praten”, vraagt Stanislav (23), een lid van de Kroatische Nationale Garde zich af. Zo'n staakt-het-vuren is mooi, meent hij. Maar niet als het betekent dat de Servische veroveringen van de laatste weken daarmee tot een voldongen feit worden. “Dan hebben ze hun Groot-Servie en daar hebben we niet voor gevochten, de laatste dagen.”

De gardisten wachten op nieuws van hun commandant, die bezig is twee dorpjes te inspecteren die gisteren nog door Serviers gecontroleerd werden. Of de Serviers zich hebben teruggetrokken, is nog onduidelijk. Of de Kroatische gardisten zich hier later op de dag zullen terugtrekken, zoals voorgeschreven vóór zes uur vanavond, eveneens. Ook voor deze jongens, die de afgelopen dagen op vrijwillige basis hun leven hebben gewaagd in een aanvankelijk bijna hopeloos lijkende strijd tegen door het leger gesteunde Serviers, is het staakt-het-vuren als een volstrekte verrassing gekomen.