Shell verwerft landgoed in Uruguay met oog op bosbouw

ROTTERDAM, 7 AUG. De Koninklijke Shell-Groep begint via een joint venture met een meerderheidsbelang een groot bosbouwproject voor brandstofwinning in Uruguay. Shell koopt het landgoed van de overheid en betaalt voor de aanplant en andere investeringen door een deel van de buitenlandse schuld van Uruguay over te nemen.

Het concern heeft al 15.000 hectare braakliggende grond aangekocht voor de aanplant van snel groeiende bomen en wil deze oppervlakte binnen enkele jaren verdubbelen. De produkten zijn bestemd voor brandstof voor elektriciteitscentrales en de papierindustrie in Zuid-Amerika.

Buitenlandse investeerders zoals Shell nemen bij de omzetting van schulden (voor de betaling van investeringen) vorderingen van buitenlandse banken op Uruguay over, maar dan in "harde' buitenlandse valuta's, tegen een waarde van 73 procent van de oorspronkelijke schuldbedragen. De banken accepteren het verlies omdat ze blij zijn op deze manier althans een belangrijk deel van hun vorderingen terug te krijgen. De schuldbewijzen worden weer doorverkocht aan de centrale bank in Montevideo, die Shell betaalt in de lokale munteenheid. Met dat geld gaat Shell dan vervolgens investeren. Door deze techniek is de investering voor Shell goedkoper en de buitenlandse schuld van Uruguay wordt lager.

De regering in Montevideo heeft voorlopige goedkeuring verleend voor omzetting van 500 `a 600 miljoen gulden aan buitenlandse schuld in investeringsprojecten waarvoor onroerend goed nodig is. In totaal gaat het om twintig projecten. Uruguay wil de bosbouw stimuleren en verleent daarvoor ook subsidies, belasting- en leningsfaciliteiten.

Het klimaat en de grondsoort in Uruguay zijn uitermate geschikt voor bosbouw. Op de plantages wordt door Shell eerst een areaal aangeplant, voornamelijk met de snel groeiende eucalyptus-bomen ("gomboom'), die oorspronkelijk uit Australië afkomstig is. Vervolgens wordt periodiek een deel van de oppervlakte gekapt en weer opnieuw aangeplant. “Wij kappen nooit bestaande bossen en planten nooit bomen op landbouwgrond. Het gaat om een uitbreiding van het bosareaal met jonge bomen”, zegt een Shell-woordvoerder. Vergroting en verjonging van het bosareaal heeft het bijkomende voordeel van een grotere opnamecapaciteit voor koolstofdioxyde, het gas dat geacht wordt het broeikaseffect te bevorderen. Koolstofdioxyde ontstaat door verbranding van kolen, olie (motorverkeer en industrie) en aardgas.

Shell heeft ook in Nieuw Zeeland, Kongo en Chili belangen in bosbouwprojecten van in totaal meer dan 100.000 hectare. In Chili is de plantage Copihue van 36.000 hectare met pijnbomen aangeplant en een tweede areaal van 30.000 hectare eucalyptusbomen. Bij dit laatste project wordt momenteel de zaagmoleninstallatie Santa Fé voor de verwerking van het hout gebouwd. Daarmee wordt het houtgewas verbrokkeld of tot pulp vermalen. Deze substantie wordt verkocht als brandstof of als grondstof voor de papierfabrikage. Waarschijnlijk zal ook in Uruguay een zaagmolen worden geïnstalleerd.