Servische "privelegertjes' raken mogelijk slaags

LJUBLJANA, 7 AUG. De moord in Belgrado op Branislav Matic-Beli, lid van de Servische oppositiepartij SPO en "officier' van de kortgeleden opgerichte Servische Garde, kan het begin zijn van een gewelddadige confrontatie tussen de extreem-nationalistische partijen en andere groeperingen in Servie, zo wordt gevreesd in kringen van gematigde Servische politici.

Matic-Beli werd maandagavond voor zijn woning door twee mannen met automatische geweren doodgeschoten. Vuk Draskovic, de voorzitter van de SPO (Servische Beweging voor Vernieuwing) en oprichter van de Servische Garde, sprak van een “politieke moord” die is uitgevoerd “met steun van het Servische regime”. Volgens Draskovic is de moord uitgevoerd door aanhangers van het extreem-nationalistische parlementslid Vojislav Seselj, zijn directe concurrent op het politieke toneel.

Draskovic en Seselj beschuldigen elkaar er wederzijds van een "lakei' te zijn van de "communist' Slobodan Milosevic - de Servische president - en van de "rode generaals van het federale leger'. In het Servische parlement heeft Seselj de leden van de Servische Garde “vandalen en mafiosi” genoemd. Op zijn beurt beschuldigde Draskovic Seseljs aanhang ervan “Servische moeders in Kroatie aan te randen”. In Belgrado houdt men er na de moord op Beli rekening mee dat het verbale geweld nu plaats maakt voor gewapende conflicten binnen de extreem-nationalistische bewegingen in Servie.

Deze tot de tanden bewapende groepen - men kan spreken van "privelegertjes' - zijn opgericht om “de Servische broeders in Kroatie te beschermen”. Wanneer deze onderling slaags raken kunnen de gevolgen voor Servie echter catastrofaal zijn.

Het meest berucht zijn de zogeheten Cetniki van Seselj, die getraind worden door de extremist "majoor' Todosijevic. In mei van dit jaar doodden deze Serviers in het Kroatische dorp Borovo Selo twaalf politiemannen en bewerkten de lijken met messen en bajonetten. Seselj zegt “tienduizenden” van deze “Servische patriotten” onder zijn bevel te hebben.

Daarnaast is er het Commando "Dusan Silni', dat werd opgericht door een groepering die zich Servische Nationale Vernieuwing noemt. De paramilitaire eenheid zou bestaan uit 300 vrijwilligers. Het commando wordt getraind door de Ier Mike O'Donovan, die lid zou zijn van de IRA. Er is ook een groep die zich "Servisch Leger' noemt en volgens haar leider Srbislav Milosevic driehonderd man telt.

Een maand geleden riep de Bond van Communisten zijn sympathisanten op zich met hun wapens bij de plaatselijke partijafdelingen te melden “om het federale leger te helpen, wanneer dat nodig mocht zijn”. Deze Bond van Communisten werd door de legerleiding opgericht nadat de Joegoslavische communistische partij vorig jaar uiteenviel.

De SPO presenteerde haar "eigen' Servische Garde twee weken geleden op een persconferentie in Belgrado. De commandant van de Servische Garde zei toen over 40.000 vrijwilligers te beschikken. In de autonome provincie Kosovo zou de garde nog eens 10.000 man kunnen oproepen. Toen deze "10.000 helden' op 27 mei beedigd moesten worden kwamen er echter 200 opdagen. Aangenomen wordt daarom dat de nationalistische partijleiders wat betreft hun aantallen manschappen vaak overdrijven. Tijdens de recente felle gevechten in Kroatie, waarbij - vooral aan Kroatische zijde - inmiddels 300 doden zijn gevallen, hebben zij echter laten zien hoe goed zij bewapend, getraind en georganiseerd zijn.