Scholen passen zich aan voor gehandicapte leerling; "Als ze het redden, lukt het later ergens anders misschien ook'

In de Rotterdamse wijk Alexanderpolder zal de eerste basisschool worden gebouwd die ook is toegerust voor onderwijs aan lichamelijk gehandicapte kinderen. De laatste jaren worden al steeds meer bestaande basisscholen aangepast voor les aan gehandicapte kinderen.

DE LIER, 7 AUG. Ellen en Ynske zijn twee levenslustige meisjes van 17 en 13 jaar. Ze zijn pleegkinderen van het echtpaar Wesseling in De Lier in het Westland. De meisjes zijn lichamelijk gehandicapt, ze moeten in een rolstoel het leven door.

Sinds vorig jaar bezoeken ze de "gewone' Van der Made-scholengemeenschap in Delft, nadat ze eerst in hun eigen dorp de openbare basisschool De Vlieten doorliepen. Ynske vindt het in Delft “gaaf”. Ellen zegt: “Ik vind het prettiger om met gewone kinderen om te gaan dan alleen maar met gehandicapten. Ik ben immers voor de rest in orde, alleen kan ik niet lopen.”

Zij gaat in het nieuwe schooljaar de beroepsopleiding voor mode en kleding volgen. Ynske wil graag brood- en banketbakker worden. De school had al een lift, Ellen wacht nog op een aangepaste naaimachine en op een tafel, die in hoogte kan worden versteld. Voor Ynske moet de leskeuken worden aangepast en er moet een ruimte komen waar de wijkverpleegster haar tijdens de schooluren kan catheteriseren, want het meisje is incontinent.

Pleegvader Th. Wesseling: “Dat komt allemaal niet vanzelf aanwaaien. We zijn er ruim een jaar mee bezig geweest om de voorzieningen er door te krijgen. Je wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Van de gemeenschappelijke medische dienst naar het GAK en van het GAK naar het ministerie van onderwijs. Het gaat in totaal om een investering van zo'n dertienduizend gulden. Ouders die menen dat hun gehandicapte kind in aanmerking komt voor plaatsing op een gewone school zullen overal zelf achteraan moeten, anders wordt er niks geregeld.”

Zijn vrouw, Th. Wesseling-Van Bakelen: “Doordat die twee naar een gewone school gaan, zijn ze veel beter voorbereid op het leven. Ze beschikken over ervaringen die ze als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen. Ze hoeven niet al die drempels meer te nemen. Mijn advies: begin er vroeg mee, zo op een leeftijd van vier of vijf jaar, want hoe vroeger des te vanzelfsprekender.”

Een toenemend aantal gewone basisscholen is de afgelopen jaren door enige ingrepen geschikt gemaakt voor lichamelijk gehandicapte kinderen. Op steeds meer scholen kunnen dove kinderen les volgen. In een gesloten gemeenschap als de Lopikerwaard zijn de laatste jaren steeds meer scholen bereid om lichamelijk gehandicapten op te vangen. Voornaamste aanleiding daar is dat ouders er vaak uit religieuze overwegingen tegenop zien hun kinderen ver van huis naar een gespecialiseerde school te sturen.

In BOSK-nieuws, het orgaan van ouders van kinderen met een handicap, schrijft een moeder die in het Brabantse Nuenen twee gehandicapte dochters na veel vijven en zessen op een gewone basisschool geplaatst kreeg: “Het is goed dat we dit hebben gewaagd. Voor de meisjes allereerst. Goed ook voor mezelf, want als ze het hier redden, redden ze het misschien later ergens anders ook. Goed voor de school: die ondervindt dat gehandicapten mensen zijn die misschien iets niet kunnen, maar vooral ook zoveel wél.”

Mevrouw Wesseling, behalve pleegmoeder ook hoofdinspectrice voor het basisonderwijs en het speciaal onderwijs, waar de Mytylscholen onderdeel van uitmaken, zegt: “Men kan in die integratie heel ver gaan. Zo komen er steeds meer basisscholen die ook kinderen met een Down-syndroom opnemen en dan hebben we het niet meer over een lichamelijke, maar over een geestelijke handicap.”

Een aangepaste gewone basisschool avant la lettre is De Vlieten in De Lier, waar de twee pleegkinderen van het echtpaar Wesseling op school gingen. Terwille van Ellen werd daar twaalf jaar geleden de basis voor gelegd. Directeur N. van den Heuvel van De Vlieten: “Het echtpaar vroeg ons hoe we er als school tegenover stonden. Het team bleek ertoe bereid. Ook de ouderraad had geen bedenkingen.”

Vervolgens begon het officiele circuit naar de gemeente over de vraag wie het moest betalen, vertelt Van den Heuvel. Er moest een invalidentoilet komen met een speciale tafel waarop Ellen kon worden verzorgd. De ingangen naar de school moesten worden opgehoogd, zodat ze met de rolstoel "genomen' kunnen worden. Ellen en later Ynske kregen speciale aandacht tijdens de lessen. Hun programma's werden aan hun tempo aangepast. Twee leerkrachten volgden wat extra cursussen. In het zwembad moest een kleedruimte worden aangepast. De gemeente bracht op- en afritten aan in de stoepen op weg naar zwembad en gymlokaal. Wat de verbouwing heeft gekost, weet Van den Heuvel niet meer precies. “De voorzieningen binnen de school zelf misschien tussen de acht en tienduizend gulden. Maar dat is allemaal niet zo belangrijk. Gehandicapte kinderen hebben er recht dat zó met hen wordt omgegaan. De valide kinderen van hun kant leerden hoe ze met gehandicapten overweg moeten. Het werd allemaal als heel vanzelfsprekend gezien.”

De Vlieten heeft op dit moment geen kinderen met de handicaps van Ellen en Ynske. Wel zit er een doof jongetje op school. Van den Heuvel: “Dat kind was op een andere school geweigerd, omdat men opzag tegen het werk. Maar ik vind het bijzonder triest dat het ventje om die reden buiten het dorp had moeten worden geplaatst. Het is in het algemeen prima te doen. Ik zou mijn team nu niet eens meer de vraag hoeven voor te leggen, gesteld dat zich weer kinderen als Ellen en Ynske zouden aandienen. We zijn er klaar voor; de voorzieningen zijn getroffen.”

Mevrouw Wesseling, terugkijkend op de beginperiode: “Voor ouders is het een hele belasting om de stap te zetten door alle soesa die ermee gepaard gaat. Het is emotioneel heel ingrijpend. Soms dacht ik: laat ze dan toch maar naar de Mytylsschool gaan. We stonden er indertijd nog vrijwel helemaal alleen voor. Maar tegenwoordig kan men terugvallen op deskundigheid buiten de school.”

Haar man is namens de Mytylschool in Delft zogenoemd ambulant begeleider van gehandicapte kinderen op gewone basisscholen. Hij onderhoudt de contacten met de leerkrachten en de ouders en adviseert als het leerprogramma moet worden aangepast. “De scholen willen meestal wel, maar dan begint het gevraag hoe dat nu allemaal moet. Maar met een beetje gezond boerenverstand kom je al een heel eind.” Zijn vrouw: “In principe is elke school in staat om lichamelijk gehandicapten op te vangen. Het is meer een kwestie van willen dan van kunnen, zowel van de school, de ouders als van de kinderen. In dat driekhoekje moeten de eerste vragen worden gesteld.”

Inmiddels is duidelijk dat de Mytylscholen voor problemen komen te staan, omdat steeds meer gewone scholen de kinderen opvangen. Dat erkent een medewerkster van de verenigde Organisatie van ouders van kinderen met een lichamelijke handicap VOLG: “De problemen verschuiven. De Mytylscholen verliezen steeds meer kinderen aan het gewone basisonderwijs en krijgen zelf te maken met de opvang van kinderen met een meervoudige handicap.” Wesseling: “Ze moeten zich terecht zorgen gaan maken. Ze hebben te veel kinderen binnengehaald die met een beetje moeite best naar het gewone onderwijs hadden gekund. Er wacht een nieuwe taak: het oplossen van gedragsproblemen als gevolg van lichamelijke handicaps.”