Mensenrechten in Oost-Timor aanhoudend geschonden; Amnesty klaagt Jakarta weer aan

LONDEN, 7 AUG. De internationale mensenrechtenorganisatie Amnesty International heeft vandaag een nieuw rapport uitgebracht over de vervolging door het Indonesische leger van de oppositie in Oost-Timor, het deel van het eiland Timor dat in 1975 werd geannexeerd en sinds 1976 door Jakarta wordt bestuurd.

Het rapport van 37 pagina's, dat is uitgebracht aan de dekolonisatie-commissie van de Verenigde Naties, spreekt over arrestaties, marteling en mensonterende behandeling van politieke tegenstanders van het Indonesische bewind.

Volgens Amnesty International zijn sinds eind 1988 meer dan 400 politieke tegenstanders gearresteerd, van wie de helft sinds begin vorig jaar, op beschuldiging van lidmaatschap van de onafhankelijkheidsbeweging Fretilin.

Amnesty signaleert executies buiten de wet om, verdwijningen en gevangenneming van negen aanhangers van het Fretilin die na “oneerlijke processen” zijn veroordeeld. In 1990 en 1991 zouden ten minste 30 personen door Indonesische militairen zijn vermoord. Amnesty vraagt de regering in Jakarta een nader onderzoek in te stellen en stelt dat de recente beloftes van de Indonesische regering om de mensenrechten te respecteren in schril contrast staan met de praktijk in Oost-Timor. “Het tot zwijgen brengen van echte of vermeende politieke tegenstanders en het onder dwang en met intimidatie verkrijgen van informatie lijkt deel uit te maken van een systematische strategie”, aldus het Amnesty-rapport.

In een recent onderzoeksverslag van de Raad van Europa staat dat een derde deel van de bevolking van Oost-Timor sinds 1975 om het leven is gekomen door militaire of economische maatregelen van Jakarta. (AFP, AP)