Kunstenaars, christenen en bedelaars strijden om gunst in de Rue Neuve

De duurste straten ter wereld in het Monopoly-spel zijn dat in werkelijkheid niet altijd. Onze verkenningstocht langs perperdure winkelpromenades, -pleinen en -boulevards in de wereld voert vandaag door de Brusselse Nieuwstraat: straatduiven, bedelaars en prix d'amis.

BRUSSEL, 7 AUG. Achtduizend frank (ongeveer 450 gulden) betaal je voor de duurste straat van het Belgische (tweetalige) Monopoly, de Nieuwstraat in het centrum van Brussel. De Rue Neuve was in 1935, toen het Amerikaanse spel werd gelanceerd, de drukste winkelstraat van de Belgische hoofdstad en het is dat nog steeds. Maar net zomin als de Kalverstraat is ook de Nieuwstraat niet de “beste” straat van de stad: dat is veeleer het begin van de Louizalaan in de bovenstad, die te vergelijken is met de P.C. Hooft in Amsterdam, maar dan wel wat prijziger.

De Nieuwstraat loopt, gerekend uit het centrum, van de Muntschouwburg naar het Rogierplein, waar enkele torenhoge gebouwen staan, het Sheraton-gebouw en de kantoortoren waarop onvermoeibaar draaiend de bekende ster van vertrouwen haar automerk staat aan te prijzen. Maar hier, op korte afstand van het centrum, ademt alles al de onherbergzame sfeer van de moderne metropool: grote ruimten, een brede boulevard (de Kruidtuinlaan) die haaks op de Nieuwstraat begint en de nabijheid van het Noordstation doet zich duidelijk voelen: op de banken op het Rogierplein liggen een paar uitgebluste mannen van het type dat overal ter wereld de omgeving van stations bevolkt, een hond ligt vlakbij hen als dood uitgestrekt op het plaveisel. De elektronische thermometer op de in de zon schitterende kantoorflat wijst 41 graden aan. Geflatteerd misschien, maar boven de dertig is het makkelijk.

Zittend op straat voor City 2, het grootste overdekte winkelcentrum van Europa naar het schijnt, geeft een Noordafrikaanse vrouw haar al flink uit de kluiten gewassen kleuter de borst. Zij is de eerste die kan profiteren van mijn voornemen om alle behoeftigen in de duurste straat van Brussel vandaag te laten meedelen in de Westerse welvaart. Meestal negeer ik de scharen kinderen die in de metro of op straat met jengelen op een mondharmonica een aalmoes trachten op te scharrelen. Men heeft met bedelaars hetzelfde gevoel als met de stadsduiven: hoe vaker men hen voedt, des te meer komen er. En bovendien: ze schijnen allemaal te behoren tot een groot bedelaarssyndicaat, dat miljoenen verdient aan professionele zieligheid. Maar allez hein, vandaag schijnt de zon uitbundig en ik speel tenslotte het kapitalistische Monopoly.

Nog steeds voor City 2 is een groepje “christenen van over de hele wereld”, zoals ze zich noemen, bezig het evangelie te verkondigen. Ze delen gratis folders uit: “Brussel...Jezus houdt van U! Een Boodschap uit het Lucas-Evangelie” en voeren een stukje mime op. Een jongen die vol branie een stoel heeft vastgepakt waarop het bordje "Ne pas toucher' staat kan zijn hand daar met geen mogelijkheid meer van loskrijgen. Pas als een hem goedgezind christenmeisje in diep gebed verzinkt en vergeving afroept voor de overtreding van haar vriend weet de jongen zijn hand te bevrijden. Een Nederlandse christen legt een Vlaamse vrouw onder de schaarse toeschouwers bereidwillig de betekenis van de gelijkenis uit: “Kijk, hij zit vast en nou gaat zij bidden.” De vrouw begrijpt het nu ook.

Op de hoek tegenover het warenhuis Inno klinkt het geraas van neerstortend puin en glaswerk: hier zijn een paar winkelpanden uitgebrand, maar kennelijk met minder desastreuze gevolgen dan de brand die op 22 mei 1967 de Innovation en Au Bon Marché verwoestte. Hier laten "Mac & Maggie' weten dat er “opruimingsverkoop na brand” wordt gehouden. Bij de brand in de twee warenhuizen van 1967 kwamen driehonderd mensen om het leven: de enorme rookontwikkeling veroorzaakte paniek onder de klanten en de Brusselse brandweer kon niet snel genoeg in de buurt komen om te blussen. Innovation is nu weer een modern en ruim opgezet warenhuis.

Wie even de Nieuwstraat verlaat en linksaf de St. Michielstraat inloopt komt op een plein terecht dat potentieel tot de mooiste van Europa behoort, te vergelijken met het Parijse Place des Vosges. De gebouwen aan dit Martelaarsplein, met in het midden het in onberispelijke staat gehouden monument voor de martelaren die in 1830 stierven in de strijd tegen Nederland, verkeren echter in zo'n verregaande staat van ontbinding dat een Poolse toerist, theologiestudent in Parijs, mij bijna verwilderd vraagt hoe het mogelijk is dat een welvarende stad als Brussel, met zijn schitterende Grote Markt, dergelijke ten hemel schreiende verwaarlozing tolereert. Het zou in dit kader te ver voeren om de oorzaken daarvan uiteen te zetten, maar dat het zolang duurt voordat het plein wordt gerestaureerd is vooral te wijten aan een conflict tussen Walen en Vlamingen.

Terug naar de drukke winkelstraat. Een paar jongens en meisjes bieden stickers te koop aan: “Er is maar één intelligente drug: dat is de liefde. Als u wilt ben ik dealer.” Een eindje verderop voeren enkele jongens die zeggen seropositief te zijn actie tegen drugs en de gevolgen daarvan: “Ziehier de jeugd die strijdt tegen drugs en AIDS” is de kop van het blad "Antitox' dat ze verkopen.

Aan Nederlanders moet de Nieuwstraat wel het gevoel geven dat ze zich op bekend terrein bevinden: Blokker, Hunkemöller, Bata, Kreymborg, heten hier de winkels, terwijl een schoenenzaak laat weten dat haar prijzen “te gek” (c'est dingue) zijn. Ook C&A adverteert met “weggeefprijzen” (prix d'amis).

De bespelers van een elektronisch orgel op wielen en een viool hebben weinig zin in de hitte in actie te komen. Ave Maria volgens Gounod ligt klaar om tot klinken te worden gebracht, maar het blijft stil. Aan de overkant biedt de Passage du Nord (Noorddoorgang) naar de Boulevard Adolphe Max verkoeling. Daar biedt Telefusion “installatie, uurloon, beeldbuis, videokoppen, wisselstukken, verplaatsing en installatie” allemaal gratis aan als je maar een “buitenkans van de maand” bij die zaak koopt.

Terug in de Nieuwstraat: in de duistere hal van de Metropole-bioscoop laat een in veel doeken gewikkelde vrouw haar dochtertje in een hoekje plassen. Op het plaveisel werkt een kunstzinnige Brit intussen aan een krijttekening die dit keer eens geen Mona Lisa voorstelt, maar Manneken Pis die uit zijn plassertje een stroom zeepbellen laat klateren. De blauwe achtergrond stelt de Europese vlag voor, terwijl rondom twaalf kleurige vlaggen de lidstaten van de EG symboliseren. Maar er zit een addertje onder het gras: één vlag is fout. Maar welke? Een Amerikaanse gelooft dat de Britse er niet hoort. Is Engeland dan lid van de EG? vraagt ze verbaasd. Eindelijk ontdekt een Brussels meisje dat de Noorse vlag er helemaal niet hoort. Als prijs krijgt ze een klein Europees vlaggetje.

In een portiek zitten twee jongeren met kartonnen bordjes voor zich: “Nous avons faim. Als u kunt helpen, dank u wel.” Naast hen ligt een hond te slapen. Het meisje vertelt dat ze Duitsers zijn, nee, uit het Westen. Geen werk. Ze is nota bene lerares Engels. Maar waarom zitten ze hier in de Nieuwstraat in Brussel? “Hier komen heel wat mensen langs en die zijn vrijgeviger dan in Duitsland.”