Kritiek in PvdA op voorzitter Sint neemt toe

DEN HAAG, 7 AUG. In de PvdA ontstaat toenemende kritiek op partijvoorzitter Sint. In de gewesten van de partij wordt Sint vooral verweten dat zij geen leiding geeft aan de WAO-discussie in de partij.

Het Tweede-Kamerlid Middel laat deze week in een vraaggesprek met het blad HP-De Tijd blijken er geen bezwaar tegen te hebben als Sint zou worden vervangen. Volgens Middel, in de fractie eerste woordvoerder voor de WAO, heeft het partijbestuur van de PvdA in de WAO-discussie partijleider en vice-premier Kok volledig aan zijn lot overgelaten.

Middel zegt in het vraaggesprek: “De partijleiding zou Wim Kok meer moeten afdekken, ja. De partijvoorzitter is daarin een hele belangrijke figuur. Haar val ik aan want zij heeft als lid van de partijleiding de plicht haar politieke leider af te dekken. Zij had die man uit de wind moeten houden.”

Hij verwijt de partijleiding “bang en verkrampt” te reageren als er discussie wordt gevoerd. “De PvdA is in vergelijking met andere partijen een club vol intellectuele kracht. In zo'n club moet een partijvoorzitter met prikkelende dingen komen. Juist zo'n club mag niet geregeerd worden door angst en verkramptheid”, aldus Middel. Hij zegt nu “betrokkenheid en bevlogenheid” te missen. Volgens hem zou de PvdA nu best een figuur als André van der Louw als voorzitter kunnen gebruiken. “Die kon het in de jaren zeventig als partijvoorzitter allemaal heel goed uitdragen en verkopen en tegelijkertijd wist hij de boel bij elkaar te houden”.

Het partijbestuur van de PvdA komt vanavond in een extra vergadering bijeen om zich te beraden over de commotie die in de partij is ontstaan naar aanleiding van de WAO-plannen van het kabinet. Tevens zal dan een besluit moeten worden genomen over het verzoek van het gewest Noord-Holland-zuid om op 24 augustus een extra partijraad te beleggen. Partijvoorzitter Sint zal er vanavond niet bij zijn. Zij is nog steeds met vakantie.

Inmiddels hebben de voorzitters van acht PvdA-gewesten het partijbestuur in een brief laten weten geen behoefte te hebben aan een extra vergadering van de partijraad op zeer korte termijn. Volgens hen vergt een deugdelijke voorbereiding over het WAO-besluit van het kabinet meer tijd. De acht gewestelijke voorzitters vinden het beter de komende weken eerst te benutten voor regionale bijeenkomsten, waarop gediscussieerd kan worden over het kabinetsvoornemen de WAO-uitkeringen aan een maximum-termijn te binden.

Het is de vraag of zij genoeg steun voor deze gedachte in de partijraad hebben. Als 42 partijraadsleden door middel van hun handtekening te kennen geven dat er toch op korte een vergadering moet komen, is dat statutair mogelijk.