Kabinet wil gastarbeid afremmen

DEN HAAG, 7 AUG. Het kabinet wil de voorwaarden aanscherpen voor de afgifte van tewerkstellingsvergunningen voor werknemers die afkomstig zijn uit landen buiten de Europese Gemeenschap. Het wil de immigratie op deze manier afremmen.

Minister De Vries van sociale zaken en werkgelegenheid heeft hierover begin deze week advies gevraagd van de Sociaal-economische raad (SER) en het Centraal bestuur voor de arbeidsvoorziening (CBA).

Het kabinet noemt drie redenen waarom de Wet Arbeid Buitenlandse Werknemers (WABW) zou moeten worden aangescherpt: het grote aantal werklozen in nederland, de door de Duitse vereniging tot 150 miljoen personen gegroeide EG-arbeidsmarkt en de migratiedruk op Nederland (die de afgelopen decennia aanzienlijk is toegenomen).

Volgens de huidige wet is het al zo dat een werkgever eerst in Nederland moet zoeken naar personeel en vervolgens in de EG; pas daarna mag buiten de EG worden geworven. Het kabinet wil dat er in de toekomst ook voor werk dat op zich niet tijdelijk is alleen nog tijdelijke tewerkstellingsvergunningen worden afgegeven aan werknemers die afkomstig zijn uit landen buiten de EG. Maar dan moet de werkgever wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo komen ze alleen in aanmerking voor zo'n vergunning als ze door scholing en anderszins ervoor zorgen dat in de toekomst niet opnieuw vreemdelingen hoeven te worden geworven. Ook mogen de arbeidsomstandigheden, de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsverhoudingen niet in ongunstige zin afwijken van wat als normaal kan worden beschouwd. De werkgever moet een vacature voor eventuele vervulling door een vreemdeling ministens drie maanden van tevoren bij het arbeidsbureau melden.

Het kabinet wil de sancties op het in dienst hebben van illegale buitenlandse werknemers verzwaren en werkgevers de kosten van het verwijderen uit Nederland van illegale buitenlandse werknemers in rekening brengen.