Fiscus mocht miljoen inpikken

Een van de dingen die een samenleving zich niet kan veroorloven is dat de misdaad loont. Een enkel keertje, mag dat wel gebeuren, maar als criminaliteit een loterij zonder nieten wordt, is er iets grondig mis. Naar die situatie zijn we in de tachtiger jaren toegegroeid.

"Administratieve misdadigers' kunnen fortuinen vergaren met faillissementsfraudes, het witwassen van drugsgelden en oplichting. Dat gebeurt tamelijk risicoloos, want de kans gepakt te worden is klein. Voor wie toch in de kraag wordt gevat, staan er gespecialiseerde advocaten klaar om de uiterst complexe bewijsvoering die de officier van justitie moet leveren, onderuit te halen. In de zeldzame gevallen dat het tot een veroordeling komt, komen er lage straffen uit de bus die de crimineel lachend als bedrijfsrisico aanvaardt. Ons strafrecht is nu eenmaal strenger voor mensen die lijf en goed van een ander schenden dan degenen die hun wandaden begaan met de vulpen of de PC. Dat is trouwens niet alleen in ons stelsel zo. Ook in andere westerse landen is men op het probleem gestuit van de lucratieve criminaliteit die niet adequaat kan worden afgestraft.

Het voornaamste probleem is dat de "administratieve' vergrijpen eigenlijk pas goed aangepakt kunnen worden als er geldboetes van miljoenen guldens worden opgelegd en daadwerkelijk kunnen worden ingevorderd. Dat lukt in de praktijk niet. Justitie ziet daarom in het vroegtijdig aftappen van de financiële aders van de misdaadorganisatie als de enig echt kansrijke aanpak. De Amerikaanse praktijk levert daar een bewijs voor. Vervelend is alleen dat onze wetgeving voor deze benadering onvoldoende aangrijpingspunten biedt.

Toen de overheidsorganen eind jaren zeventig heel voorzichtig meer met elkaar gingen samenwerken, ontwikkelden zij het zogenaamde "fiscale wapen'. Dat strookt weliswaar ook niet helemaal met de wet, maar de fiscus krijgt traditioneel van de rechter meer bewegingsvrijheid dan Justitie. De opzet is als volgt: de politie kent een criminele organisatie goed genoeg om de geldstromen te traceren, maar zou nog jaren nodig hebben om tot een sluitende bewijsvoering te draaien. Zij draait liever nu al de organisatie de nek om dan over vijf jaar in angstige afwachting bij de rechter te staan. Dat de verantwoordelijken door dit vroegtijdige optreden niet berecht kunnen worden, neemt men op de koop toe.

Als er een keer een groot geldtransport is, wordt ingegrepen. De crimineel, of misschien alleen maar een handlanger, wordt gearresteerd; het geld wordt in "bewaring' genomen. De arrestant staat al snel weer op vrije voeten, maar het geld - soms miljoenen guldens - krijgt hij niet terug. Tijdens zijn korte verblijf in de politiecel heeft de arrestant van de belastinginspecteur een voorlopige belastingaanslag gekregen. Die is "toevallig' precies even hoog als het bedrag dat de politie in bewaring heeft genomen. Omdat een crimineel niet te vertrouwen is, krijgt hij niet de gebruikelijke gelegenheid in een aantal maandelijkse termijnen te betalen, maar legt de belastingdeurwaarder beslag op de geldsom in de politiekluis. De betrokkene heeft vrijwel geen mogelijkheden om zich juridisch tegen deze gang van zaken te verweren. Bovendien heeft hij wel iets anders aan zijn hoofd, want in criminele kring wordt het niet op prijs gesteld als er niet wordt betaald voor bijvoorbeeld geleverde waar. Het slachtoffer van de gerechtelijke roofoverval moet er nog voor uitkijken dat hij niet door zijn eigen maatjes om zeep wordt geholpen. Een enkele keer wordt een onschuldige het slachtoffer van dit zeldzaam voortvarende fiscale handelen. Zowel rechters als politici zien zo'n bedrijfsongeval graag door de vingers. Waar gehakt wordt vallen spaanders en boeven vangen vinden we allemaal een goed doel.

Een nieuwe variant op deze aanpak mocht onlangs op de welwillendheid van het Haagse gerechtshof rekenen. De gedupeerde was de heer K. uit Beverly Hills. Die was op 27 oktober 1987 op Schiphol gearriveerd met als handbagage een koffertje met 3900 biljetten van 100 dollar. K. kwam evenwel niet verder dan de paspoortcontrole, want hij had geen geldig visum. Het was toch wel erg belangrijk dat het geld in Nederland werd afgeleverd. Bij K. in de buurt bevond zich de heer S., met wie hij wel vaker zaken deed. Die bleek bereid het koffertje wel even onder zijn hoede te nemen en in een bankkluis te deponeren.

Nu is vertrouwen een groot goed, maar op iemands betrouwbare gezicht meer dan een miljoen gulden afgeven gaat wel erg ver. In de drukte van Schiphol krabbelden beide heren op een geantedateerd briefje de verklaring dat S. het geld had geleend tegen een rente van 10 procent 's-jaars. S. is een Nederlander en mocht het land probleemloos binnen, maar strandde bij de douane. Of hij het koffertje even open wilde maken. Nu is 390.000 dollar veel geld, maar het is geen contrabande. De douane zou het koffertje dus terug hebben moeten geven. Dat deed zij niet; de ambtenaar wist tijd te rekken door strafrechtelijk beslag te leggen. Iets wat in deze omstandigheden rechtens niet mogelijk was. Lang hoefde dat beslag niet te duren, want S. en een BV van hem bleken nog een belastingschuld te hebben die met het koffertje geld mooi kon worden betaald. Aldus geschiedde. Dat was duidelijk niet de bedoeling van beide heren en met hulp van advocaat mr. A. Moszkowicz probeerden zij bij de rechter het geld terug te krijgen. Dat lukte niet want zonder aandacht te besteden aan de procedurele fout van de douane, oordeelde de rechter ook in hoger beroep dat het geld eigendom was van S. Wie geld leent, wordt er immers eigenaar van.

Moszkowicz betoogde nog dat het Engelse werkwoord to lend staat voor "ter beschikking stellen" en niet voor "in eigendom overdragen", maar de rechter kwam met de Engels-Nederlandse Van Dale in de hand tot een andere conclusie. Het begrotingstekort van het rijk over 1987 is zodoende met ruim een miljoen gulden verminderd.

Inmiddels behandelt de Tweede Kamer een wetsontwerp dat enkele van dit soort getructe manieren om crimineel geld in handen te krijgen, moet legaliseren.