DNA in twee kalfjes tegen ontsteking

DEN HAAG, 7 AUG. Het experiment om uieronsteking (mastitis) bij koeien via genetische manipulatie tegen te gaan heeft tot nu toe twee kalveren opgeleverd die een kunstmatig gen hebben opgenomen dat een verhoogde weerbaarheid tegen deze ziekte moet geven. De overige van de 19 kalveren die in het kader van dit experiment zijn geboren, hebben het synthetische DNA niet in het eigen erfelijk materiaal opgenomen.

Dit blijkt uit een rapportage van minister Bukman (landbouw) aan de Tweede Kamer. Of de twee kalveren (een stierkalf uit december 1990 en een vaarskalf van mei 1991) inderdaad beter tegen de uierontsteking zijn beschermd, moet uit nader onderzoek blijken.

Het experiment wordt uitgevoerd door het Leidse bedrijf Gene Pharming Europe B.V. en het Instituut voor Veeteeltkundig Onderzoek IVO-DLO in Lelystad. Minister Bukman heeft voortzetting van het onderzoek aanbevolen. Dit kwam eerder dit jaar in opspraak omdat bij het experiment menselijke genen zouden zijn gebruikt. De meerderheid van de Tweede Kamer nam in mei echter genoegen met de uitleg van Bukman dat het niet om menselijke genen, maar om mens-identieke, in het laboratorium ontwikkelde, genen ging.

Het doel van het biotechnologisch experiment is melkvee te verkrijgen dat meer eiwitten in de melkklier produceert met afweerstoffen tegen uierontsteking. Daartoe zijn onrijpe eicellen van geslachte koeien in het laboratorium bevrucht en geïnjecteerd met genetisch materiaal. Op de proefboerderij 't Gen in Lelystad zijn de zo gekweekte embryo's in de baarmoeder van zwartbonte koeien gebracht. Dat heeft geleid tot 21 drachtigheden, waaruit 19 kalveren zijn geboren. Daarvan zijn er drie overleden. Het onderzoek heeft uitgewezen dat de draagtijd van de voor het experiment gebruikte koeien gemiddeld zes dagen langer was (285 dagen in plaats van 279) dan bij vergelijkbare, maar niet genetisch gemanipuleerde koeien en dat de kalveren daardoor zwaarder waren (46,3 tegen 40,6 kilogram).