Deense voetballer van 32 jaar moet na zijn naturalisatie in militaire dienst; Brylle sakkert over Belgenmop

GENT, 7 AUG. Kenneth Larsen Brylle, de 32-jarige Belgisch-Deense aanwinst van eerste klasser Lierse SK, zal de competitie start met zijn nieuwe ploeg volgende week zaterdag tegen AA Gent deels voorbereiden in het Selectie- en Recruteringscentrum van de Belgische strijdkrachten in Neder-over-Heembeek, een Brusselse randgemeente. Wat wil immers het lot dat deze sierlijke profvoetballer trof? Zijn naturalisatie tot Belg werd door de overheid prompt beantwoord met een oproep voor het leger, want volgens de in België geldende militiewetten kan iedere staatsburger tot de gezegende leeftijd van 35 jaar onder de wapens worden geroepen. Brylle, doorgaans een lachebek, houdt niet van zulke Belgenmoppen.

De voormalige Deense international, een toonbeeld van trefzekere esthetiek in dat éne succesjaar onder Tomislav Ivic bij Anderlecht en later uitdovend tot een zweetdief met sporadische klasseflitsen, liet zich deze hoogst onprettige ervaring aansmeren door de voorzitter van zijn vorige club Beerschot, de veelbesproken Paul Nagels. Na een weinig overtuigende omzwerving bij achtereenvolgens PSV, Olympique Marseille, Club Brugge, Sabadell en opnieuw Club Brugge kwam Brylle in de winterstop van het seizoen 1989-1990 als paniekaankoop bij het zwalpende Beerschot terecht.

Dank zij een schitterende tweede competitiehelft onder de toenmalige trainer Aad Koudijzer finishte Beerschot nog op een comfortabele achtste plaats en de maar pas aangestelde voorzitter Nagels beloofde zijn spelers gouden bergen. Dat een chronisch betalingsverzuim toen reeds de financiële ineenstorting van deze ooit prestigieuze Antwerpse club aankondigde, was niet meteen een zorg voor de spelers die smakelijk bleven lachen om het chaotische beleid dat Beerschot sinds mensenheugenis kenmerkte.

Toen ondanks een contingent buitenlanders - de Zaïrezen Ngombo en Lutonadio, de Ghanees Polley en Brylle, terwijl men er in België maar drie mag selecteren - Beerschot met zijn laatste cent ook nog de Hongaar Berczy en de Tsjechoslovaak Fieber aanwierf, liet Brylle zich door Nagels bepraten zich tot Belg te laten naturaliseren. Wegens zijn huwelijk met een Belgische kon hij van een spoedprocedure genieten en Nagels zou hem hiervoor rijkelijk vergoeden.

Brylle, ook niet van gisteren, hapte pas toe nadat de club hem ook de verzekering gaf dat hij op zijn leeftijd niets meer riskeerde, alleszins geen oproep voor het Belgisch leger. Aangezien de Deense wetgeving naar zijn persoonlijke ervaring ieder manspersoon vanaf het dertigste levensjaar militaire dispensatie verleent, vermoedde Brylle een identieke regeling in België en bleef hij vol vertrouwen in de mooie praatjes van Nagels.

Weldra volgde de ontnuchtering. Amper Belg, werd Brylle alsnog naar een militaire keuring geroepen en met Beerschot beleefde hij de donkerste momenten uit zijn sportcarri`ere: fiscale schandalen, achterstallig loon, degradatie naar tweede klasse, niks geen naturalisatiepremie. Dat hij op zijn leeftijd en met een nog te volbrengen dienstplicht van tien maanden uiteindelijk weer werd opgevist door een club als Lierse, mag nog een meevaller heten. “Maar ik voel mij ook weer een tiener, ik moet zelfs nog mijn legerdienst vervullen”, meesmuilt Brylle wanneer hij voor de zoveelste keer zijn gekke verhaal vertelt.

“De wrange ironie van de hele kwestie is dan nog dat ik alleen maar Belg werd om Beerschot een plezier te doen”, sakkert de studentikoze huisvader die zich in zijn jonge jaren als een pacifist profileerde. “Een of andere praktische reden voor mijn dagelijks bestaan was er niet. Een Belgisch of een Deens paspoort, wat maakt het uit. Tenzij dan in de voetbalwereld waar beperkingen op het aantal buitenlanders gelden. En goedgelovige als ik was zou ik, ook uit eigen profijt natuurlijk, Beerschot even van een probleempje verlossen. Tjonge, tjonge!”

Omdat Kenneth Brylle destijds al voor vertegenwoordigende Deense elftallen speelde, komt de kersverse soldaat-milicien niet meer in aanmerking voor het Belgische militaire elftal maar voor hem hoeft dit ook niet meer.