Bosgeesten zijn voorgoed uit Kauage's kunst verdwenen

Tentoonstelling: Matias Kauage, t-m 1 sept. in het Museum voor Volkenkunde, Willemskade 25, Rotterdam. Di. t-m za. 10-17u, zo. 11-17u.

Matias Kauage uit Papoea Nieuw Guinea lijkt veel plezier te beleven aan het schilderen. Dat kan je zien aan zijn kleine tentoonstelling met tekeningen en schilderijen in het Museum voor Volkenkunde. Zijn exotische kleuren spatten van de wanden en met de innemende nauwgezetheid van een ambachtsman heeft hij de verf keurig in banen en vlakken geleid.

Het Rotterdamse Museum voor Volkenkunde is een van de weinige musea die regelmatig aandacht besteden aan hedendaagse kunst uit de niet-westerse wereld. Krijsen er op de tweede etage witte geelkuifkaketoes temidden van de Asmat-schilden en bundels mensenschedels, één etage lager heeft de krijgslust plaats gemaakt voor stripachtige schilderingen over universele voorvallen en plaatselijke schermutselingen: van jonge verliefde mensen, die veel te volwassen vrijen, tot de dood van een populaire politicus, wiens lichaam niet werd vrijgegeven door de autoriteiten.

Kauage is een volksschilder, een autodidact die eind jaren zestig, werkzaam als schoonmaker in de hoofdstad Port Moresby, bij toeval in aanraking kwam met de eerste uitingen van de "vrije kunst'. Buitenlandse antropologen stimuleerden hem om niet alleen kinderboekillustraties te imiteren, maar om te vertrouwen op zijn eigen fantasie. Evenals bij de Afrikaanse stamverbanden vond men tot dan toe in Nieuw-Guinea, onder meer in het Asmatgebied en langs de oevers van de duizend kilometer lange Sepik-rivier, uitsluitend praktische en rituele voorwerpen als pijlen, schilden en voorouderbeelden. Dit houtsnijwerk met traditionele, meanderende versieringen, was in de vorm van boomschors-schilderingen te zien op de Parijse tentoonstelling Magiciens de la Terre in 1989. Kauage's landgenoot Nera Jambruk wilde daar blijkbaar mee aantonen dat Sepik-tradities nu op andere wijze voortleven.

Toeristen

Toch hebben Westerse invloeden de culturen op Nieuw-Guinea intussen grondig veranderd. Buitenlandse kunstenaars geven in Port Moresby al decennia lang cursussen op speciale kunstinstellingen. Zakenlieden kopen op het vliegveld sagobakken die voor toeristen zijn gesneden. En schilders als Kauage hebben inmiddels ook ontdekt dat er voor exotische vertellingen in baldadige kleuren een interessante markt bestaat. Toeristen willen "iets folkloristisch' mee naar huis nemen. Een commerciele ontwikkeling, die volgens de museumbrochure oppervlakkigheid en eentonigheid in Kauage's werk teweeg dreigt te brengen.

In Rotterdam kunnen we het vroege en late werk niet vergelijken. Er hangen alleen recente tekeningen en schilderijen, waarop de oervrouwen, insecten en bosgeesten voorgoed zijn verdwenen. Kauage en zijn gezin vliegen nu met een Boeing naar Frankfurt om een tentoonstelling te bezoeken. Dat vliegtuig moet vanzelfsprekend geschilderd worden, maar omdat het doek iets te smal is uitgevallen, buigt Kauage de cockpit met zijn penseel een beetje om. Kauage's familieleden lijken nu in een banaan te zitten, met wapperende vlaggen en wimpels aan de vliegmotoren.

Alle medemensen die Kauage in acrylverf neerzet krijgen zwarte contouren, bonte verentooien en stereotype gezichten met een brede neus en een mond als halve maan. Hun ledematen zwiepen tijdens het dansen als rubberen tuinslangen naar links en rechts. Een voor- of achtergrond bestaat niet, de omgeving doet er evenmin toe. Net zoals de houten voorouderbeelden zijn de figuren frontaal en statisch, als aan de grond genageld, afgebeeld. Lege ruimtes worden opgevuld met vlechtwerkjes van arceringen of geometrische patronen.

Op het eerste gezicht hebben de schilderingen veel met elkaar gemeen, omdat overal min of meer hetzelfde palet is toegepast en omdat de figuren en motieven onderling zo weinig van elkaar verschillen. Maar wie de moeite neemt goed te kijken en de bijschriften te lezen ontdekt dat er bijvoorbeeld achter het portret van een zorgeloze schoolklas een drama schuilgaat. Omdat Kauage ooit op een zendingsschool een meisje had geholpen met een schrijfbeurt kreeg hij voor straf zo'n keihard pak slaag, dat hij er een gat in zijn hoofd en kapotte oren aan over hield. Hij is naar huis gehold en nooit meer op school teruggekomen. Het scheelde niet veel of zijn vader was de onderwijzer met een bijl te lijf gegaan.

Een ander doek verhaalt over een vrouw die van haar echtgenoot steeds het verwijt krijgt dat ze voor haar huwelijk met andere mannen heeft gevreeen. Ze schaamt zich. Ten einde raad hangt ze zichzelf diep in het bos maar op. Haar man en de vogels in het bos huilen van verdriet wanneer de vrouw wordt begraven.

Kopermijn

Behalve de gebeurtenissen bij de Chimbu-stam, waar Kauage deel van uitmaakt, lenen ook economische drama's zich voor schilderingen. Neem nu de kopermijn van het eiland Bougainville, een van de grootste kopermijnen ter wereld en de kurk waar de economie van Nieuw-Guinea op dreef. Drieduizend mensen vonden er werk, maar de "heilige grond' van de voorouders werd aangetast, de zee vervuilde, de opbrengsten gingen naar de hoofdstad en Bougainville zelf werd er nauwelijks beter van.

Met de steun van katholieke geestelijken pleegden een paar duizend opstandelingen zulke gewelddadige aanslagen dat de mijn in 1989 moest sluiten. En dat niet alleen: scholen, ziekenhuizen, elektriciteitsinstallaties, winkels en plantages, alles dat "vooruitgang' symboliseerde, werd met de grond gelijk gemaakt. Bougainville, nu nauwelijks toegankelijk voor nieuwsgierige westerlingen, zoals The Independent on Sunday onlangs (21 juli) liet weten, moet weer vanaf het nulpunt beginnen. Kauage zette de vechtende partijen tegenover elkaar op het doek, temidden van lijken, handgranaten en bange dieren.

In de Duitstalige monografie, uitgegeven door het Haus der Kulturen der Welt in Berlijn komen zowel de tentoongestelde schilderijen als de vroege tekeningen voor. Inderdaad, zoals het Rotterdams museum al schrijft, het vroege werk heeft een eigenzinniger en een wereldvreemder karakter dan de geperfectioneerde doeken van nu. Dat neemt niet weg dat ze nog steeds interessante verhalen prijsgeven over de ervaringen en de levensopvattingen van mensen die nog verwonderd naar een bromfiets kijken en die nog oprecht ontroerd kunnen zijn over het noodlot dat anderen in hun samenleving treft.