Aan de Neisse: "U bent met de auto? Ik wil mee'

GÖRLITZ-ZGORZELEC, 7 AUG. Het parkje voor het station van het Poolse grensstadje Zgorzelec wordt al maanden niet meer door de bevolking gebruikt: op het gras en in de bosjes bevinden zich permanent groepen Roemeense zigeuners. Op het eerste gezicht lijken het er enkele tientallen te zijn, maar als plotseling een hevig onweer losbarst, komen er uit alle richtingen wel honderd aangerend om te schuilen onder een afdakje.

De inwoners van Zgorzelec kijken niet meer op van de aanwezigheid van honderden dakloze vluchtelingen in hun woonplaats. Sinds het begin van dit jaar trekken duizenden Oosteuropeanen naar de Duits-Poolse grens, in een poging om illegaal de ondiepe Neisse over te steken en hun geluk in het Westen te beproeven. Volgens een schatting van de Duitse minister van binnenlandse zaken Schäuble zijn in de eerste zeven maanden van dit jaar 42.000 mensen illegaal de 431 kilometer lange Pools-Duitse en de Tsjechisch-Duitse grens overgestoken. In totaal 6.600 van hen zijn inmiddels door de Duitse politie opgepakt en uitgewezen. De Poolse regering overweegt nu voor Russen, Roemenen en Bulgaren opnieuw een visumplicht in te voeren.

De zigeuners laten aanvankelijk weten alleen als toerist naar Zgorzelec te zijn gekomen “om eens te zien hoe Polen eruit ziet”. Maar hun ware bedoelingen worden al snel duidelijk. “U bent hier met de auto? Ik wil graag mee. Ja, ik heb ook nog een vrouw en vier kinderen, maar die zijn slechts middelgroot”, probeert een van hen.

Bij gebrek aan stromend water en toiletten zijn de vluchtelingen in het park totaal vervuild en verspreiden zij een ondragelijke stank. Kinderen op blote voeten doen lukraak hun behoeften op de grond. Alleen de leider van de groep loopt rond in een smetteloos wit pak en met een zomerse hoed op het hoofd, een wonder gezien de omstandigheden waarin hij verkeert.

Franciszek Klapetek, hoofd van de grenspolitie in Zgorzelec, schat het aantal Roemenen in de stad op 300. “Ze observeren ons en kijken hoe we werken”, zegt hij. Sommigen van hen zijn volgens hem al een aantal keren in Duitsland geweest. “De Duitsers zetten ze hier weer de grens over, wij sturen ze met speciale treinen terug naar Boekarest en een week later zijn ze weer terug.”

De camping is inmiddels onbruikbaar geraakt en het station was een week gesloten “omdat het gerenoveerd en gedesinfecteerd moest worden”.

Pag. 5:

Volgens Klapetek komen er dagelijks nieuwe vluchtelingen bij. Veel uitrusten kan hij niet. De rivier is gemakkelijk doorwaadbaar en hem ontbreken de middelen om een effectieve controle uit te oefenen. “Of de Neisse de Rio Grande van Europa wordt? In mijn hoedanigheid als grenswacht kan ik dat niet bevestigen. Maar het is duidelijk dat er iets moet gebeuren, want de situatie loopt uit de hand”, meent de besnorde Pool.

Zijn collega's aan de overkant hebben soortgelijke problemen. In juni pakte de Bundesgrenzschutz in Görlitz 180 mensen op wegens het illegaal overschrijden van de grens, in juli waren dat er 390, een toename van ruim 100 procent. “Dan heb ik het over degenen die we in handen kregen. Hoeveel het er in werkelijkheid waren, weet niemand”, zegt Willy Ecker. Als Westduitser is hij tijdelijk als adviseur aan de Görlitzer Bundesgrenzschutz toegevoegd om zijn collega's uit de voormalige DDR “wegwijs te maken in moderne grensbewaking”. Ecker stelt dat hij met “een handjevol” grenswachten niet in staat is om 42 kilometer grens te bewaken. “Ook met meer manschappen is dat onmogelijk”, zegt hij. “De vlucht van Oost naar West is een probleem dat politiek moet worden opgelost, bij voorkeur door de EG, en niet door ons.”

De meeste vluchtelingen die worden opgepakt vragen asiel aan. Anderen melden zich vrijwillig bij de politie. In steeds meer Oostduitse steden zijn asielzoekerscentra opgericht. In Görlitz zelf, vlak bij de oever van de Neisse, bevindt zich een noodopvang die plaats biedt aan 120 asielzoekers. De stad beschikt sinds november vorig jaar over een speciale "Ausländerbehörde', die ressorteert onder de afdeling "Orde en veiligheid' van het gemeentebestuur. Deze ambtenaar, Rüdiger John, tot voor kort bouwopzichter, heeft nu zijn handen vol aan het plaatselijke vluchtelingenbeleid.

Alleen al dit jaar kreeg Görlitz, een stad met 75.000 inwoners, 900 asielaanvragen te verwerken. Vorig jaar al begon de stroom Roemeense vluchtelingen op gang te komen. Vaak zijn het hele groepen die uit hetzelfde dorp afkomstig zijn. John: “Dat is er eerst eentje die de oversteek waagt, vervolgens terugkeert en de rest haalt.” Behalve Roemenen, van wie ongeveer de helft zigeuners, trekken ook Bulgaren, Sovjet-burgers, Algerijnen, Ghanezen, Malinezen, Bengali en Indiers de Neisse over, vaak geholpen door mensensmokkelaars. Vooralsnog breidt hun aantal zich steeds meer uit. Van de door minister van binnenlandse zaken Stäuble toegezegde extra 200 grenswachten heeft John nog niets gemerkt.

In het nood-opvangcentrum van Görlitz heerst een aanmerkelijk vrolijker stemming dan in het park van Zgorzelec. De asielzoekers weten dat ze vrijwel geen kans maken op het verkrijgen van de vluchtelingenstatus, maar ze zijn toch hoopvol gestemd. De meesten zijn nog maar net aangekomen en hun eerste doel - West-Europa bereiken - is toch maar mooi verwezenlijkt.

“In Roemenie heerst duisternis”, zegt de 39-jarige Stefan Balicu. Samen met twee vrienden, 44 en 35 jaar oud, besloot hij zijn land te ontvluchten, vrouw en kinderen noodgedwongen achterlatend. Balica schat dat “tenminste enkele honderdduizenden” Roemenen hetzelfde van plan zijn.

De vlucht was achteraf bezien niet moeilijk. In een Pools stadje hadden hij en zijn vrienden twee "Schlepper' ontmoet. “Het waren Bulgaren of Turken, daar wil ik vanaf zijn. Ze rekenden 400 mark. Voor ons Roemenen is dat een fortuin”. De mannen hadden hem om vijf uur 's ochtends per auto even buiten Zgorzelec afgezet en hen de plaats gewezen waar ze het beste de rivier konden doorwaden. “Het water kwam tot mijn middel”, zegt Balicu. “Ik had alleen een diplomatenkoffertje bij me en dat kon ik droog houden. Ik zag een Poolse soldaat en aan de Duitse kant een paar grenswachters. Ik was doodsbang.”

Aan de overkant aangekomen gingen de drie Roemenen eerst 40 kilometer te voet. Met hun laatste geld namen ze een taxi naar Dresden, nog eens 60 kilometer verder. Daar meldden ze zich vrijwillig op het politiebureau en dienden een asielaanvraag in. Tot zijn grote schrik werd Balicu vervolgens weer teruggebracht naar Görlitz, maar tot zijn opluchting niet om hem daar weer de grens over te zetten. Nu is hij tevreden met het kamertje dat hij met zijn twee vrienden deelt. De reacties van de bevolking van Görlitz zijn gemengd. “Vroeger was dit een uithoek van de DDR”, zegt John. “We hadden hier nog nooit een zwarte gezien, nog nooit een bedelaar. Daar moeten de mensen aan wennen”. Een maand geleden drongen drie mannen het asielcentrum binnen. Ze gaven zich uit voor politieagenten en vertelden de asielzoekers terug te keren naar hun land “omdat ze in Duitsland niets te zoeken hadden”. De indringers spoten traangas in de vertrekken en bedreigden de vluchtelingen. John: “Maar er zijn gelukkig ook mensen die kleding en speelgoed komen brengen.”