Romario

Voetbal is wel degelijk een teamsport. Aan de ene kant zelfs meer dan ooit en meer dan wenselijk zou zijn voor de ontplooiing van de spelers, maar een sport van gelijke rechten en plichten is het al lang niet meer. Speurend in mijn geheugen kom ik een vriendschappelijke avondwedstrijd bij kunstlicht tegen op het toen zo sfeervolle VUC-terrein aan de Haagse Schenkkade. VUC speelde er tegen HBS en in HBS speelde Bep Bakhuys, de populairste voetballer van Nederland in de dertiger jaren. Het zal 1935 of 1936 zijn geweest en we waren voor Bakhuys gekomen - een aantal middelbare scholieren dat maar al te graag het gezwoeg boven studieboeken had verruild voor een partij voetbal, waaraan de op een na beste middenvoor van Europa zou deelnemen. Ik zie de elftallen nog het veld opkomen: elf VUC'ers en tien HBS'ers. Iedereen was er, behalve de elfde man van de Houtrustbewoners en dat was uitgerekend Bakhuys. De schrik sloeg ons in de benen, want zonder deze fantastische middenvoor zou het allicht een saai avondje worden.

Maar toen kwam hij alsnog op een sukkeldrafje binnenlopen. Ik verdacht hem er onmiddellijk van, zijnde de enige beroemdheid onder de 22 mannen, opzettelijk deze late entree te hebben gemaakt. Een soort Pavarotti op voetbalschoenen: eerst zie je het orkest, dan komt de dirigent en ten slotte, in laatste instantie, de gevierde solist. Overigens won HBS met 2-0 en Bakhuys maakte beide doelpunten, dus we gingen intens gelukkig huiswaarts. Intussen is me veel later gebleken dat HBS heel wat met Bakhuys te stellen heeft gehad en het Zwolse ZAC, waar hij ook jaren speelde, eveneens. Maar het was alles kinderspel vergeleken bij wat Romario bij tijd en wijle zijn collega's bij PSV aandoet, om van Ploegsma en het bestuur nog maar te zwijgen. Eerder zal Frits Philips zijn Stirlingmotor in produktie hebben gekregen dan dat Romario tot het verblijdende inzicht komt dat hij evenzeer van zijn minder getalenteerde collega-voetballers afhankelijk is als zij van hem.

Ik lees dat hij alweer braaf scoort na zijn wat verlate terugkeer uit zijn geboorteland. Dat is inderdaad de beste remedie voor de boosheid van zijn ploeggenoten, want hij heeft net zo weinig verantwoordelijkheidsbesef als een kokosnoot. Natuurlijk is hij veel geld en ongenoegen waard zolang hij regelmatig scoort. Dat besef brengt mensen die overigens redelijk nuchter op de dingen plegen te reageren, tot merkwaardige uitglijers in de trant van: “Als je in die bruine ogen kijkt, kun je niet kwaad op hem blijven.” Het lijkt dan even alsof de tijden van de Selvera's zijn teruggekomen. Ergeren deze mensen zich dan niet aan opmerkingen van de mega-ster dat hij 'respect' verlangt van zijn medespelers? Zeker heeft hij recht op wat hij respect noemt, maar dat begrip behoort een uitstraling naar twee kanten te hebben: van Romario mag verlangd worden dat hij ook zijn medespelers respecteert. Hij voetbalt trouwens niet tussen mislukte koekebakkers, maar te midden van goed getalenteerde collega's, al bezitten die niet de genialiteit van hun Braziliaanse vedette.

In een teamsport heeft men elkaar bitter hard nodig. Vriendschap is geen vereiste. Goede samenwerking op basis van erkenning van elkaars verdienstelijkheden wel. Als Romario zichzelf zo 'extra speciaal' blijft vinden, zou hij wel eens de weg van Maradona op kunnen gaan. Die uitkwam bij een blinde muur. Maar het zou ook veel simpeler kunnen liggen. Stel, dat Romario snel naar Italie of Spanje wil verkassen, dan kan dat wellicht via de onsympathieke weg van het kont-tegen-krib-gooien bij de huidige werkgever.