Recessie bedreigt traditioneel ambacht in prestigieuze Londense straat; Kleermakers Savile Row in het nauw

LONDEN, 6 AUG. Savile Row, de straat in de Londense wijk Mayfair die synoniem is met elegante maatkleding, wordt bedreigd.

De ernstige recessie in de detailhandel gekoppeld aan de daling in het aantal buitenlandse bezoekers als gevolg van de Golfoorlog heeft de branche hard getroffen. Ook hebben de stijging van huren en gemeentebelastingen de rentabiliteit ondermijnd van veel van de ongeveer vijftien kleermakers die zich beroemen op een Savile Row-naambordje.

De winkels langs de Row stralen een aura van tijdloze bekoring uit. Terwijl het personeel in de winkel zeer welgemanierd de klant helpt en uit beleefdheid buigt als een knipmes, knippen de kleermakers - die een even lange opleiding hebben gehad als chirurgen - nauwkeurig de patronen in de ateliers achter de winkel.

Velen vragen zich af of zij het zich wel kunnen veroorloven om door te gaan met het maken van hun maatpakken in deze prestigieuze straat. Sommigen zeggen dat zij misschien naar een zaak buiten Londen moeten verhuizen. Maar dit zou een einde maken aan een traditie die teruggaat tot 1846 toen Henry Poole zijn zaak hier vestigde.

'Old Pooley', zoals hij werd genoemd, werkte als een magneet voor andere kleermakers die bijdroegen aan het vergaren van roem van de straat als exclusief modecentrum. Ieder huis dat zich hier vestigde, zoals Gieves & Hawkes, Dege, Kilgour French & Stanbury en Huntsman, heeft sindsdien een gedistingeerde variant ontwikkeld op de klassieke Engelse stijl. Maar Henry Poole trok ook het andere essentiele element voor het succes van een eerste klas kleermakerij aan: de rijke klant.

Omstreeks de jaren zeventig van de negentiende eeuw leek zijn pand net zoveel op een club als op een winkel en verzamelden de society-heren zich hier om zich te goed te doen aan rode wijn en jagersjasjes en galakleding te kopen.

Prins Lodewijk Napoleon, die later keizer van Frankrijk zou worden, hoorde tot de eerste klanten, terwijl bankiers, onder wie Rothschild en Behrens, en schrijvers als Charles Dickens zich kleedden in het beste dat Savile Row te bieden had.

Angus Cundey, de huidige directeur wiens overgrootvader Samuel de zaak overnam bij de dood van Henry Poole in 1876, zegt dat het bedrijf zich snel uitbreidde en “tegen de eeuwwisseling 300 kleermakers voor het naaien en 14 voor het knippen in dienst had”. Tegenwoordig is het bedrijf veel kleiner en heeft het 88 mensen in dienst en een omzet van zo'n twee miljoen pond per jaar. De dagen van de luisterrijke salons zijn al lang voorbij.

Maar Henry Poole heeft kennelijk zijn talent behouden om rijke klanten aan te trekken en verkoopt ongeveer 2000 pakken per jaar voor een gemiddelde prijs van zo'n 1000 Engelse pond (3310 gulden).

Deze eeuw waren Sir Winston Churchill en president Charles de Gaule enthousiaste klanten, en Henry Poole heeft nog steeds zijn certificaat van hofleverancier. Maar Angus Cundey wil uit principe geen namen noemen van zijn huidige clientele. “Wij zullen nooit de naam van een van onze klanten openbaar maken, tenzij we er zeker van zouden zijn dat hij dood is”, zegt hij eerbiedig.

Maar het zijn nu moeilijke tijden voor Henry Poole. De handel is slap en de kosten stijgen. Volgens Cundey is zijn huur onlangs met de helft gestegen.

Anderen op de Row vertellen een zelfde verhaal. Colin Hammick, directeur van Huntsman, de kleermakers die “al langer in de Savile Row werken dan ik me kan herinneren”, zegt dat de huidige daling veel erger is dan de recessie van 1980-'81. “Het is de combinatie van factoren die ons heeft getroffen met zowel de Golfoorlog als de recessie.”

De kostenstijgingen werken verlammend en toen Huntsman twee jaar geleden het huurcontract voor het atelier moest verlengen kwam men tot de ontdekking dat de huur met bijna 250 procent was gestegen.

Hammick moet overwegen om de ateliers van Huntsman naar een goedkoper pand te verhuizen, ofschoon hij daar zeer afkerig tegenover staat. “Wij zijn er bijzonder op gebrand om onze ateliers hier aan te houden”, zegt hij. “We zouden kunnen vertrekken, maar dan zouden we in kwaliteit achteruitgaan. Het is belangrijk om je ateliers dichtbij te hebben.”

Nicholas Ridley staat hoog op de lijst van schuldigen in Savile Row sinds hij - in 1987 als minister van milieu - de Town and Planning Order uitvaardigde waarbij de categorie 'licht industrieel gebruik' bij het taxeren van onroerend goed werd afgeschaft. Deze categorie beschermde de kleermakers van Savile Row tegen projectontwikkelaars en stelde hen in staat hun kostuums te maken op een rendabel niveau in het hart van een van de duurste wijken van Londen.

“Onze grootste angst is dat de projectontwikkelaars zich nu meester zullen maken van de wijk om die van karakter te veranderen door het vestigen van kantoren met airconditioning, computers en dergelijke. Sinds de oorlog zijn deze panden altijd fiscaal beschermd, totdat Ridley het in 1987 verknoeide”, zegt Cundey.

Maar wat Savile Row misschien zal kunnen redden in deze economische teruggang is de reputatie in het buitenland. De Verenigde Staten zijn van oudsher de sterkste exportmarkt en de opening van Oost-Europa kan misschien op den duur nieuwe markten voortbrengen. Van president Michail Gorbatsjov wordt beweerd dat hij pakken koopt in Savile Row.

Bij Huntsman komt op dit moment meer dan 65 procent van de klanten uit het buitenland en er begint zich een opleving af te tekenen in de internationale handel. Cundey zoekt nieuwe afzet voor Henry Poole in Zuid-Korea. Andrew McRobb, marketing- en verkoopdirecteur van Gieves & Hawkes, dat deel uitmaakt van de aan de beurs genoteerde Gievesgroep, zegt dat zijn bedrijf zich ook met succes heeft uitgebreid vanuit de oorspronkelijke basis Savile Row nummer 1. Gieves & Hawkes brengt nu zijn kleding op de markt, vaak via licentiehouders, op 400 plaatsen verspreid over de hele wereld en dit heeft de teruggang in het Verenigd Koninkrijk gecompenseerd. Financial Times. (Vertaling Loes Vonk)