Overlegeconomie in het slop

Bij de vaststelling van het advies over de beperking van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zijn pogingen in de Sociaal Economische Raad om door middel van compromissen tot een zo breed mogelijk draagvlak te komen op niets uitgelopen. De nieuwe voorzitter van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen, dr. A.H.G. Rinnooy Kan, vond dat een “jammerlijke gang van zaken, gezien het belang van de zaak zelf en van de SER als adviesorgaan”.

Sommigen hebben uit de nogal dramatische gang van zaken bij de besluitvorming de conclusie getrokken dat de overlegeconomie op haar eind loopt. Je kunt er ook anders over oordelen. Zo zag het kroonlid van de SER, prof. D.J. Wolfson, het ten slotte vastgestelde meerderheidadvies, dat zo snel werd overgenomen door het kabinet, juist als een doorbraak in het denken over ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Dat hadden hij en de twee andere kroonleden, Zalm en Kolnaar, dan toch maar weten te bereiken. Hij sprak zelfs van een “culturele omslag”. Het overlegmodel had zichzelf weer eens bewezen.

De discussie die is ontbrand na de besluitvorming in het kabinet toont aan dat op zijn minst twijfel op zijn plaats is over de consensusvorming binnen de SER. Het is natuurlijk mogelijk het ontbreken van eenstemmigheid te wijten aan de opstelling van de vakcentrales, in het bijzonder van de FNV, of aan de onderlinge verdeeldheid tussen de werkgeversorganisaties. Een feit is dat de WAO-problematiek nog steeds een splijtzwam is tussen de verschillende belangengroepen.

In het blad Economisch Statistische Berichten schrijft de vakbondseconoom P.J. Vos dat een unaniem SER-advies best denkbaar was geweest. De overlegeconomie heeft het echter laten afweten en dat luidt naar zijn mening evenzeer als de beslissingen van het kabinet het einde van de WAO in.

We kunnen wel vaststellen dat de verhoudingen in zoverre radikaal zijn veranderd, dat er een eind is gekomen aan de stilzwijgende coalitie tussen ondernemers en vakverenigingen, die de WAO gebruikte om overtollige werknemers in te dumpen. De geslotenheid van de sector sociale zekerheid als een in zichzelf gekeerd systeem dat volledig wordt beheerst door de belangengroepen van werkgevers en werknemers lijkt te zijn doorbroken. Het is alleen jammer dat het vroegere heilloze bondgenootschap niet heeft plaatsgemaakt voor consensus over een beter beheersbaar instrumentarium.

De vraag moet worden gesteld of de SER wel geschikt is als instituut om oplossingen te bereiken van grote maatschappelijke vraagstukken. Telkens blijkt immers weer dat de partijen star vasthouden aan hun standpunten. De fractieleider van de VVD, Frits Bolkestein, weet daar een prima oplossing voor. Naar zijn mening moeten er in een adviesorgaan als de SER geen vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties zitten. Alle leden van de SER moeten door de Kroon worden gekozen op basis van hun persoonlijke kennis en kwaliteit, zei hij in een interview met het blad van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond, De Werkgever.

Een geniale gedachte. De SER gedenatureerd tot een Sachverstandigenrat zoals die in Duitsland een rol speelt in een systeem van consensusvorming dat vroeger als 'Konzertierte Aktion' bekend stond. De VVD-leider verloor wel even uit het oog dat daardoor de kern van het Nederlandse overlegstelsel zou worden aangetast. Zijn pleidooi voor een andere samenstelling van de SER hing overigens nauw samen met de discussie over de terugdringing van het aantal arbeidsongeschikten. Volgens Bolkestein zou de SER in zijn tegenwoordige samenstelling nooit een oplossing voor die problematiek kunnen vinden. Hij heeft daarin helaas gelijk gekregen.

Het is tamelijk goedkoop om smalend te spreken over de taaiheid waarmee in onze samenleving verzet wordt geboden tegen aantasting van “verworven rechten”. Minder goedkoop zullen de gevolgen zijn voor de PvdA. De desastreuze opiniepeilingen maken pijnlijk duidelijk hoezeer de keus voor een harde sanering van de WAO zich vooral bij deze partij wreekt. Ik ben het eens met de sociologen J. Timmer en H. Wagenaar, die in deze krant schreven dat de WAO terecht is gekomen “in de mangel van het Nederlandse conservatisme”.

De keus die het kabinet-Lubbers-Kok heeft gemaakt voor afbraak van de arbeidsongeschiktheidsverzekering als loondervingsverzekering lijkt op den duur onvermijdelijk te zullen uitlopen op reducering van onze sociale zekerheid tot regelingen op minimum- en bijstandsniveau. FNV-beleidsmedewerker Vos ziet in zijn ESB-column geen perspectief meer voor de uitkeringsgerechtigden. Ik ben bang dat hij gelijk heeft. Het valt immers niet meer te verwachten dat de PvdA nog een dam tegen de afbraak zal opwerpen. Integendeel, deze partij dreigt zich daarvoor medeverantwoordelijk te maken onder verloochening van haar oorspronkelijke ideologische uitgangspunten. Dat het anders zal lopen als de PvdA breekt met het kabinet, zodat nieuwe verkiezingen moeten worden gehouden, valt echter evenmin te verwachten.