'Gratie voor de oprichter van de Rode Brigades'

ROME, 6 AUG. De Italiaanse president Cossiga en minister van justitie Martelli hebben gezegd dat zij voorstander zijn van gratie voor de oprichter van de linkse terreurgroep de Rode Brigades, Renato Curcio. Maar hiertegen zijn direct felle protesten gerezen. “Een historische fase is afgesloten”, schreef Cossiga in een bijdrage over het debat-Curcio die het weekblad L'Espresso gisteren publiceerde. “De democratische staat is sterker dan tijdens het terrorisme (...) De slechte leermeesters mogen dan ook tegenwoordig nog vooraanstaande posities innemen, maar zij hebben niet meer de invloed van voorheen.”

Cossiga schreef dat hij bereid is “mijn bedrage te leveren” - een directe verwijzing naar de mogelijkheid van gratie voor Curcio. In Italie kan alleen de president gratie verlenen, maar in zo'n gevoelige zaak lijkt het ondenkbaar dat Cossiga dit zou doen zonder steun uit het kabinet.

In het kabinet zijn de meningen verdeeld. Martelli is voor gratie, ook omdat Curcio nooit rechtstreeks betrokken is geweest bij een aanslag. Premier Andreotti zei echter: “De theoretische inspirator van een terroristische beweging heeft dezelfde verantwoordelijkheid als diegeen die heeft geschoten”.

De nu 49-jarige oprichter en ideoloog van de Rode Brigades, die in de jaren zeventig tientallen moordaanslagen hebben gepleegd, werd in 1974 gearresteerd. Zijn gevangenisstraf loopt tot het jaar 2002.

De voorstellen voor gratie voor Curcio, eventueel gekoppeld aan een pardon voor andere brigadisten die nog gevangen zitten, hebben felle en emotionele reacties losgemaakt. Familieleden van de slachtoffers van de Rode brigades, politie-agenten, rechters, ondernemers, hebben de voorstellen voor gratie verworpen als “schandalig” en “obsceen”.