Experiment steeds met argusogen bekeken door concurrerende bedrijven; Subsidie voor treintaxi zaait tweedracht

DEN HAAG, 6 AUG. Op 1 februari 1990 reed hij voor het eerst in 30 gemeenten: de treintaxi, een nieuwe vorm van openbaar vervoer, die van meet af aan door de concurrerende taxibedrijven met argusogen werd bekeken. Sindsdien zijn er anderhalf miljoen kaartjes voor vijf gulden per stuk verkocht. De treintaxi's rijden inmiddels in zestig steden en 200 aangrenzende kernen rond.

Middelgrote steden als Apeldoorn, Assen, Den Bosch, Deventer, Groningen, Haarlem, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen en Zwolle deden vanaf de eerste dag mee aan het experiment; op 1 mei van dit jaar kwamen daar onder meer Amersfoort, Gouda, Heerenveen, Helmond, Maassluis, Rijswijk, Schiedam, Venlo, Vlissingen, Voorburg en Zoetermeer bij. Bovendien wordt een proef gedaan met de treintaxi in landelijke gebieden: in de wijde omgeving van Assen, Delfzijl, Sneek, Winschoten en Hoogeveen.

Hoe meer de treintaxi expandeert, hoe groter de irritatie bij de particuliere taxibedrijven die niet aan het experiment meedoen, hetzij omdat ze bij de onderhandelingen met de NS op een zijspoor zijn beland, hetzij omdat ze aan onderhandelen nooit zijn toegekomen. Steen des aanstoots: de subsidie die het overkoepelende bedrijf, de vennootschap onder firma 'Treintaxi' ontvangt. Dat werkt concurrentievervalsing in de hand en dat knelt te meer in steden waar, althans volgens de bedrijven zelf, al sprake is van een overaanbod aan taxi's.

Aanvankelijk staken het ministerie van verkeer en waterstaat en de Nederlandse Spoorwegen elk 15 miljoen gulden in de treintaxi. Aan de 30 miljoen werd dit jaar nog eens, eveneens op fifty-fifty-basis, 23 miljoen gulden subsidie toegevoegd, toen het aantal deelnemende gemeenten verdubbelde. Bij deze in totaal 53 miljoen gulden moet het, wat betreft het ministerie, blijven. De treintaxi moet na volgend jaar op eigen wielen staan. Het departement spreekt dan ook liever over een “startpremie”, omdat er geen sprake is van een blijvende subsidie.

Dat maakt het voortbestaan van de treintaxi vooralsnog onzeker. De kostendekking is volgens directeur F. Remerie nu zo'n 50 a 60 procent. Dat is meer dan in het begin, maar het is twijfelachtig, erkent Remerie, of de treintaxi straks zonder subsidie met een tarief van vijf gulden per passagier kan blijven rijden. Ook al omdat de bedrijven met een inmiddels aangepaste CAO voor taxichauffeurs te maken hebben.

De treintaxi is opgezet om wat in vervoerdersjargon het 'voor- en natransport' wordt genoemd, te verbeteren. De stelling was dat veel potentiele treinreizigers het station links lieten liggen, omdat de weg ernaartoe (of ervandaan) per openbaar vervoer te omslachtig was. Dus namen zij de auto. Dat is van meet af aan de bewering van de NS geweest: de treintaxi is geen concurrent voor de bestaande taxi, maar haalt automobilisten naar het openbaar vervoer.

De treintaxi hoort louter van en naar het station te rijden. Kaartjes ervoor zijn alleen bij loketten van de NS te krijgen in combinatie met een treinkaartje of een abonnement.

Pag. 3:

NS beperkte deelname taxi's

De auto's hebben een eigen standplaats bij het station. De passagier die zich meldt moet maximaal tien minuten wachten voordat hij wegrijdt, omdat de treintaxi in totaal vier inzittenden mag meenemen. De chauffeur rijdt dan in principe een route die is afgestemd op de volgorde van binnenkomst van de inzittenden. Daarin onderscheidt de treintaxi zich dus van de gewone taxi, die meteen wegrijdt om, als het goed is, de kortste route te nemen.

De eerste concrete plannen voor de treintaxi dateren van 1987. De NS raakten toen in gesprek met de vervoersorganisatie KNVTO, waarbij ook veel taxiwerkgevers waren aangesloten. Ook de zusterorganisatie van de KNVTO, FNOP, werd bij de gesprekken betrokken, terwijl de NS bovendien grotere taxibedrijven in 44 steden rechtstreeks benaderden.

Sindsdien deed zich op organisatorisch gebied een aantal ontwikkelingen voor. KNVTO en FNOP vormden samen de federatie Koninklijk Nederlands Vervoer en een onderdeel daarvan werd Taxivervoer Nederland, een werkgeversorganisatie voor taxibedrijven dus. Bovendien verenigden zich op initiatief van een Haarlems bedrijf een aantal grotere taxibedrijven in verschillende steden die met het oog op de toekomstige treintaxi een joint-venture met de NS wilden sluiten. Zo ontstonden de Nederlandse Samenwerkende Taxibedrijven, de NST. NS, NST en het ministerie hebben daarna de V.O.F. Treintaxi gesticht.

NS en NST benaderden bedrijven die bij Taxivervoer Nederland zijn aangesloten schriftelijk met de vraag of zij belangstelling hadden voor het experiment met de treintaxi. In de praktijk betekende dit dat lang niet alle taxibedrijven een rechtstreekse uitnodiging kregen. In het individualistisch ingestelde taxiwereldje, waarin menige werkgever tevens zijn eigen (en enige) werknemer is, is niet iedereen georganiseerd.

NS en NST deden de selectie: de proef werd aanvankelijk beperkt tot 30 steden en bij de onderhandelingen in die gemeenten vielen bedrijven af. Zij zagen op tegen de investeringen die ze zelf in de taxi's moesten doen of werden eenvoudigweg niet gekozen. Toen februari vorig jaar de treintaxi ging rondrijden, was een aantal taxibedrijven dus ontevreden: degenen die van meet af aan tegen de komst van dit nieuwe vervoermiddel waren geweest en degenen die de desbetreffende vergunningen naar de lokale concurrentie hadden zien gaan.

De woede was zichtbaar. In Hengelo kwam het tot een achtervolging tussen op elkaar scheldende taxichauffeurs. In Dordrecht en Ede-Wageningen werden blokkades tegen de treintaxi opgeworpen of werd hij klemgereden. Zo waren er meer uitwassen, zij het dat het in de meeste gevallen bij verbaal geuite verontwaardiging bleef. De onvrede werd gekanaliseerd: in Dordrecht werd vorig jaar een nieuwe, landelijke belangenorganisatie opgericht. Aanvankelijk luidde de naam Gezamenlijke Nederlandse Taxi Ondernemers (GNTO), maar dat klonk wat al te stellig en inmiddels noemt de organisatie zich Taxibelangen Nederland. Initiatiefnemer Thiele kondigde gisteravond, na het succesvolle verzet tegen de komst van de treintaxi in Den Haag en Rotterdam, nieuwe acties aan, maar dan nu in de steden waar hij al rijdt. “De treintaxi moet het land uit”, zei Thiele op de NOS-tv.