Energiehonger in de Gouden Driehoek

Zuid-Oost Azie is verslaafd aan zijn steigerende economische groei. Geen middel laten Thailand, Maleisie en Singapore onbeproefd om buitenlandse investeerders aan te trekken. Oliemaatschappijen zijn in een marathon verwikkeld om aan de explosief toenemende vraag naar energie te voldoen.

Singapore, het rijke eilandstaatje aan de zuidpunt van Maleisie, barst uit zijn voegen. De laatste heuvel wordt geslecht om weer een nieuwe verkeersweg aan te leggen. Wolkenkrabbers vol kantoren van banken en buitenlandse bedrijven die de bevolking het hoogste gemiddeld inkomen van de hele regio verschaffen, staan opeengepakt waar zich vijfentwintig jaar geleden nog een glooiend landschap bevond.

Alle vrijkomende grond van die afgravingen is gebruikt voor landaanwinning om de ruimtenood van de 2,8 miljoen Singaporezen te lenigen. Net als Schiphol is de ultramoderne luchthaven gevestigd op nieuw veroverd land, maar dan een flink stuk boven de zeespiegel.

De beperkingen van een klein grondgebied schrikken de regering niet af in haar streven de kwetsbare economie verder te verstevigen door het aantrekken van meer industrie. Singapore lijkt de Zeeuwse wapenspreuk Luctor et emergo over te nemen. In overleg met nieuwe investeerders is een plan gemaakt om al het water tussen een groep van zeven eilanden vlak voor de drukke haven te dempen, en er zo een groot eiland van te maken voor de chemische industrie. De grond wordt tegen een spotprijs op het nabijgelegen Indonesische eiland Bantam afgegraven en aangevoerd.

Pulau Merbau, een van de zeven eilanden die worden samengevoegd, is al grotendeels volgebouwd met een petro-chemisch complex, kraakinstallaties en een fabriek voor grondstoffen voor de kunststofindustrie. Andere eilanden in de buurt zijn tot de laatste vierkante meter ingenomen door raffinaderijen van Esso, Mobil en Shell en door een olie-overslagplaats van de Rotterdamse ondernemer Van Ommeren.

Maleisie, Singapore en Thailand zijn de snelste economische groeiers in de Gouden Driehoek. Verslaafd zijn ze aan de stijging van het bruto nationaal produkt met gemiddeld bijna tien procent per jaar in de afgelopen vijf jaar, waarmee ze alle Westerse landen en Japan de loef afsteken. Zuid-Oost Azie herbergt een derde van de wereldbevolking en 25 procent van de wereldhandel. Nieuwe perspectieven tekenen zich af voor de ASEA-landen Thailand, Maleisie, Indonesie, Brunei, de Filippijnen en Singapore nu zich naast de traditionele groeiers Japan en Taiwan nieuwe economische trekpaarden opstellen: Zuid-Korea en China. Vooral Singapore profiteert daarvan.

Terwijl de vraag naar energie in de Westerse landen maar met enkele procenten per jaar stijgt, wordt in het Verre Oosten halverwege dit decennium al een verdubbeling van het elektriciteits- en olieverbruik verwacht. Het olieverbruik was in Zuid-Oost Azie vorig jaar al hoger dan dat van de twaalf EG-landen. Verreweg het grootste deel wordt uit het Midden-Oosten gemporteerd; sinds vorig jaar is Azie voor zijn olievoorziening (en daarmee ook voor de petro-chemie) al meer afhankelijk van de Golfstaten dan de Europese Gemeenschap en in 1995 zal het verbruik in Azie al twee miljoen vaten ruwe olie per dag hoger zijn dan dat van de EG.

Energie is dan ook de grootste mushroom-business in de regio. Oliemaatschappijen lopen een wedren om hun marktaandeel te behouden en hun export op te voeren. Voor de petro-chemische grondstoffen etheen en propeen wordt nog een grotere vraag geraamd. Oliemaatschappijen concentreren zich met hun miljardenprojecten voor raffinage en petro-chemie dan ook niet alleen op de binnenlandse markten.

Oliereserves zijn er in Thailand en Maleisie volgens de huidige verwachtingen nog maar voor ruim tien jaar. Singapore heeft geen eigen olie, maar drijft op zijn haven en het grootste export-raffinagecomplex in Azie, waar 1 miljoen vaten per dag worden verwerkt. Thailand kan met het Sirikit-olieveld in het Noorden, het enige dat het land rijk is, maar voor krap een derde in de eigen behoefte voorzien. Maleisie heeft net voldoende voor de huidige thuismarkt.

De perspectieven voor aardgaswinning zijn aanzienlijk beter. In Thailand moet de gaswinning nog van de grond komen. Een eerste offshore- project van Shell was tot nu toe niet succesvol; Esso produceert sinds kort op een landconcessie in het Noorden. Maleisie verdient schatten geld aan zijn aardgasreserves die net zo groot zijn als de Nederlandse. De staatsoliemaatschappij Petronas die alle contracten voor energiewinning met particuliere maatschappijen afsluit, zorgt voor een derde van de inkomsten van de federale overheid en de deelstaten.

Pag. 12:

Azie voor olie al meer afhankelijk van Golf dan EG;

De nadelen van de groeiexplosie worden hier en daar pijnlijk merkbaar

Bij Bintulu, in de Maleisische deelstaat Serawak (Noord Borneo) is het kustgebied veranderd in een gigantisch industrieel complex. Offshore gasvelden, door Shell geexploreerd en geexploiteerd, zorgen voor de aanvoer van miljoenen kubieke meters gas per dag naar de LNG-installatie, waar het gas vloeibaar wordt gemaakt, en naar een kunstmestfabriek. “Een stabiele en rustige operatie vergeleken bij de Noordzee, waar ik ook jaren heb gewerkt”, zegt manager R. Hughes. “Daar gaan de golven hoog, hier is het zelden stormachtig en je hebt alleen de industrie als constante afnemer.”

Elke drie dagen vertrekt er van het laadstation bij Bintulu een grote tanker vol vloeibaar gas naar Japan, mee een jaaromzet van ruim een miljard Amerikaanse dollars. Binnen enkele jaren zal de capaciteit van de vloeibaar-gas installatie zijn verdubbeld tot vijftien miljoen ton per jaar, want Zuid-Korea en Taiwan hebben zich als nieuwe afnemers gemeld. Met die uitbreiding wordt Maleisie een van de grootste exporteurs van LNG ter wereld.

Vlak naast de LNG-fabriek werken honderden Japanse, Koreaanse, Filippijnse en Maleisische arbeiders, waaronder tientallen vrouwen, in de moordende hitte aan een compleet nieuw project: Shell Middle Distillate Synthesis (SMDS). Vanaf 1993 moet deze installatie, de eerste op commerciele schaal ter wereld, aardgas uit Serawak omzetten in 470.000 ton per jaar aan synthetische dieselolie, vliegtuigbenzine en nafta voor de petro-chemie. Een woud van metalen cilinders en pijpleidingen krijgt langzaamaan de vorm van de maquette die een hele zaal in het kantoortje vult.

Tachtig procent van de produktie is bestemd voor export, vooral naar het Westen en Japan waar de milieunormen voor het motorverkeer steeds strenger worden. Verbruik van de synthetische brandstoffen heeft veel minder nadelige gevolgen voor het milieu dan 'conventionele' produkten die door raffinage worden verkregen. Het levert geen zwavel en vier maal minder roetdeeltjes op. Toch hoeven de nieuwe brandstoffen volgens projectbegeleider H. Broerse niet veel duurder te zijn dan raffinageprodukten. Als het SMDS-project goed loopt, wordt het op veel grotere schaal aangeboden aan rijke aardgaslanden als Algerije en Qatar.

De nadelen van de groeiexplosie worden hier en daar pijnlijk merkbaar. Maleisie en Thailand verdienen met hun cultureel erfgoed en adembenemende natuur veel buitenlandse deviezen aan het toerisme, dat na een inzinking als gevolg van de Golfoorlog weer sterk in opgang is. Die inkomsten zijn onvoldoende aan verbetering van de infrastructuur en milieubescherming ten goede gekomen. Bangkok, dat met zijn zes miljoen inwoners en twee miljoen forensen de helft van het Thaise nationaal inkomen verdient, lijdt onder een permanente en vrijwel uitzichtloze verkeerscongestie. De een miljoen auto's die Thailand rijk is rijden voor het overgrote deel in de hoofdstad.

Nog meer dan het autoverkeer dragen de vijf miljoen motor- en bromfietsen bij aan een stinkende blauwe gifwolk die op windstille dagen tussen de huizen en kantoren blijft hangen. Afvalwater wordt voor het grootste deel in de Chao Phraya, de rivier die Bankok doorkruist, geloosd. Verder naar het Noorden wordt een deel van het binnenland nog ongecontroleerd ontbost.

Tot 27 februari van dit jaar, toen de lankmoedige regering van premier Choonhavan door een miliaire coup de macht verloor, werd Thailand geplaagd door veel meer dubieuze praktijken. “De corruptie vierde hier hoogtij, je moest voor elke vergunning flink betalen”, zegt een grote ondernemer in Bangkok. “Dat is nu veranderd, we hebben een interimregering die orde op zaken stelt. Het probleem met democratisch gekozen leiders in dit land is dat ze te gevoelig zijn voor financiele belangen van kiezers.”

De nieuwe Thaise premier, Anand Panyarachun, heeft vergaande economische liberalisering en belastinghervormingen toegezegd. “De bureaucratie wordt teruggedrongen ten bate van de private sector waar dat maar enigszins mogelijk is”, zei hij onlangs in een interview. Als eerste stap overweegt Bangkok de nationale luchtvaartmaatschappij Thai Airways en de staatsoliemaatschappij PTT te privatiseren.

Kuala Lumpur, de Maleisische hoofdstad, is met zijn brede, met groen omzoomde wegen minder druk dan Bangkok. Maar veel industrielokaties, zoals Port Dickson aan de Westkust, zijn slechts via smalle, gevaarlijke wegen bereikbaar en ook hier laat de gebrekkige milieuzorg haar sporen na. Vorige maand werd bekend dat Maleisie kampt met een berg van 400.000 ton 'geregistreerd afval', waarvan een groot deel giftig. Volgens de milieubeweging wordt er veel in rivieren gedumpt, want er is een groot tekort aan opslagcapaciteit en met de verwerking van industrieel afval moet nog een begin worden gemaakt. Omdat er in Maleisie ook 14.000 fabrieken zonder vestigingsvergunning zijn geteld, moet de 400.000 ton afval het topje van een ijsberg zijn.

De federale regering van Maleisie is sterk afhankelijk van medewerking van de deelstaten als het gaat om verbetering van de infrastructuur en het milieubeleid. Deelstaten kunnen rechtstreeks overeenkomsten met investeerders aangaan, maar ze beschikken niet over voldoende mankracht om na te gaan wat er vervolgens precies gebeurt.

Topindustrielen spreken niettemin van een “knappe prestatie” van de Maleisische autoriteiten, die door expansie van de economie een snelle omvorming van een agrarische naar een industriele natie nastreven. Kernpunt in het nieuwe, vorige maand door premier Datuk Seri Mahathir Mohamad gepresenteerde zesjarenplan is de handhaving van een hoge industriele produktie die in 1990 met 18,2 procent al een recordgroei bereikte. In zes jaar tijd wil de regering 37,4 miljard (Amerikaanse) dollar spenderen aan infrastructurele werken, sociale ontwikkeling, onderwijs, gezondheidszorg en defensie.

Net als Thailand en Singapore stimuleert de Maleisische regering nieuwe, op exportgerichte buitenlandse investeringen met een belastingvrije aanloopperiode (tax holiday) van vijf tot tien jaar, en een dubbele belastingaftrek voor bedrijfskosten. Directeur M. Sadavisan van het Bureau voor Industriele ontwikkeling in Kuala Lumpur ziet “grote kansen” voor de traditioneel sterke sectoren in zijn land: rubber, houtwinning, palmolie, rijst, maar ook voor produkten met een hoge toegevoegde waarde als elektronica, metalen, petrochemie, oliebrandstoffen (raffinage) en aardgas.