Conferentie

HET LEVEN IS moeilijk geworden voor lastposten. De tijd is voorbij dat een Afghaanse, Cubaanse of Nicaraguaanse clientele Moskou dan wel Washington even onder druk zette om vervolgens de nodige roebels of dollars te kunnen incasseren.

Het werkt nu andersom: Joegoslaven die niet meewerken mogen op straf rekenen.

Of een politiek die het zonder de 'wortel' moet stellen en dus uitsluitend de 'stok' achter de hand heeft op den duur tot voldragen resultaten kan leiden, is zeer de vraag. Maar de ontstellend financiele zwakte van de Verenigde Staten en van West-Europa - gevolg van jarenlang budgettair wanbeheer of, in het Duitse geval, onverwachte verplichtingen - maakt dat voor de clientele voorlopig de subsidiefontein tot een mager straaltje blijft gereduceerd.

Dit is de achtergrond waartegen de Amerikaanse vredespolitiek in het Midden-Oosten zich afspeelt. Weliswaar vertoont de andere grove geldschieter uit het verleden zich nog slechts op dat toneel dank zij een gratis toegangskaartje van Amerikaanse makelij, maar Washington kan deze unieke positie maar zeer ten dele uitbuiten gezien het eigen kastekort. Dat de EG in de coulissen mag staan, als straks in oktober de wereldconferentie voor de lang verbeide vrede in het Midden-Oosten wordt geopend, heeft er vooral mee te maken dat van de Europese commune toch nog een, weliswaar noodzakelijkerwijs bescheiden, bijdrage wordt verwacht.

DE CONFERENTIE zal waarschijnlijk niet meer zijn dan een openingsfanfare voor praktische bilaterale onderhandelingen naar Israelisch model tussen Israel en zijn buren. De vredesconferentie van 1973, voorgangster van de nu aangekondigde bijeenkomst, leidde tot de troepenscheidingsakkoorden in de Sina en op de Golan - in 1978 gevolgd door Israels volledige ontruiming van Egyptisch gebied. Het is niet uitgesloten dat een 'vervolggesprek' tussen Israel en Syrie (over de Golan, over Libanon en over waterbeheer) positieve resultaten zal opleveren.

Maar de hoofdzaak blijft de Palestijnse kwestie. Het jongste gepalaver over de samenstelling van de Palestijnse vertegenwoordiging op de nieuwe vredesconferentie staat voor de 'eeuwige' impasse tussen Israeliers en Palestijnen. De Israeliers zijn niet van plan een Palestijnse staatkundige entiteit naast zich te velen, de Palestijnen zijn niet bereid met minder genoegen te nemen. Alle mogelijke varianten zijn in de loop der jaren bedacht om vervolgens door de ene of de andere partij te worden verworpen.

De diplomatieke druk op partijen is zo ver opgevoerd dat ze de conferentiezaal niet langer kunnen mijden. Maar daarmee is nog lang niet gezegd dat zij na de bijeenkomst keurig het meegegeven huiswerk zullen maken.

DE AMERIKANEN hebben intussen 'hun' vredesconferentie als bewijs aan hun geallieerden in de Golfoorlog dat zij het beste met het Midden-Oosten voor hebben. En het leveren van dat bewijs stond voor dit jaar in Washington op de diplomatieke en politieke agenda. Niet minder, maar ook niet meer.